schedels blad 7

Tandformule

In een tandformule moet staan uit hoeveel snijtanden, hoektanden en kiezen het gebit bestaat.

Je tekent een verticale lijn en een horizontale lijn

Op de bovenste lijn komen de tanden en kiezen uit de bovenkaak te staan.
Op de onderste lijn die uit de onderkaak.
De verticale lijn geeft middenvoor aan. Daar begin je met tellen. Links en rechts van die lijn komt het aantal snijtanden te staan, dan de hoektanden en dan de kiezen.

De cavia van de vorige bladzijde heeft dus in de bovenkaak links en rechts 2 snijtanden, geen hoektanden en aan beide kanten 4 kiezen.
In de onderkaak zit hetzelfde aantal (dat is overigens niet altijd zo).

  



©scholte/marree