zintuigen blad 11 

Smaakzintuigjes op de tong

Informatie

Proeven doe je met je tong. In de tong zitten smaakknopjes. Die bevatten zintuigcellen doe gevoelig zijn voor bepaalde smaken. Met je tong kun je alleen waarnemen of iets zoet, zout, zuur of bitter is. Andere "smaken" neem je waar met de neus.

De smaakknopjes in je tong zitten in smaakvelden bij elkaar. Ieder smaakveld is gevoelig voor een andere smaak. 

Onderzoek


Smaakvelden
Met deze proef kun je nagaan of je met alle delen van de tong de verschillende samken kunt waarnemen of dat er verschillende smaakvelden zijn voor zuur, zoet, zout en bitter.

Deze proef moet je met twee personen doen.

Je hebt 4 verschillende oplossingen nodig:
zoet - water waarin suiker opgelost is
zout - water waarin zout opgelost is
zuur - het sap van een uitgeperste citroen of met water verdunde azijn
bitter - daarvoor kun je goed tonic gebruiken.

  • Blinddoek de proefpersoon.

  • Doop een wattenstaafje in de vloeistof.
    Gebruik voor iedere vloeistof een ander wattenstaafje.

  • Raak met het wattenstaafje een bepaalde plaats aan op de tong van de proefpersoon.

    Laat de proefpersoon zeggen of hij/zij de stof proeft.
    Zet de resultaten met + en - in een tabel (zie voorbeeld)

    Let op!
    Het is belangrijk dat de proefpersoon de tong "buitenboord" houdt, anders verspeidt de vloeistof zich over de hele tong.
smaakgebied
op de tong
zoet
zuur
zout
bitter
puntje

.

.

.

.

zijkant links

.

.

.

.

zijkant rechts

.

.

.

.

achterkant

.

.

.

.

midden

.

.

.

.

  • Laat de proefpersoon een beetje water drinken.
    test dan een andere plaats.

    Plaatsen die je kunt testen zijn:

    het puntje van de tong;
    de linker zijkant van de tong;
    de rechter zijkant van de tong;
    de achterkant van de tong;
    het midden van de tong.

  • Test dan de volgende stof.

    Als je een nieuwe stof uitprobeert, moet de proefpersoon eerst de tong met een papieren zakdoekje droogmaken.

  • Geef in een tekening van de tong de verschillende smaakgebieden met een kleur aan. Maak een legenda.

  • Trek een conclusie en verklaar deze met behulp van de theorie. 

 



 
©scholte/marree