
[home][inhoud
site][Inhoud
bovenbouw][practicum][links]
Alle processen in een
organisme worden geregeld door enzymen.
Voor iedere scheikundige reactie is een ander enzym
nodig. De definitie van een gen was tot voor kort: Als dat gen defect is,
kan dat enzym niet gemaakt worden en kunnen ze niet
tongrollen. In veel
schoolboeken wordt gesteld dat tongrollen en oogkleur
door 1 gen geregeld worden. Dat is onjuist. Daarom
doen we in ons voorbeeld alsof tongrollen door 1
gen wordt geregeld. Kijk voor extra informatie bijvoorbeeld hier http://www.discovery.com/area/skinnyon/skinnyon970226/skinny1.html Het gen voor tongrollen kan dus twee vormen hebben, het
allel tongrollen en het allel niet-tongrollen . dominant recessief
Inleiding
Een mens heeft in z'n cellen ongeveer meer dan 50.000
verschillende enzymen, die bepalen hoe hij eruit ziet en
wat hij doet.
Enzymen worden net als andere eiwitten
gemaakt op de ribosomen.
De kern geeft aan de ribosomen de opdracht om op het
juiste moment de juiste enzymen te maken.
De gegevens die nodig zijn om een enzym in elkaar te
zetten zitten op het DNA.
In februari 2001 is vastgesteld dat een mens minder dan
25.000 verschillende genen heeft.
Een stukje DNA dat zorgt voor het maken van 1
enzym.
Nu is het duidelijk dat een gen soms meerdere
verschillende enzymen kan maken.
Als er een enzym gemaakt moet worden dan gaat er
van
het gen in de kern een boodschapperstof door de
kernmembraan naar de
ribosomen.
Hoe die informatie doorgegeven wordt leren we later.
Mensen hebben ieder chromosoom, dus ook de genen die op
de chromosomen liggen, 2 keer. Genen kunnen verschillende
vormen hebben. De vorm van een gen noemt men
allel
(meervoud = allelen)
Voorbeeld:
Mensen hebben een gen dat door middel van een enzym
ervoor zorgt dat ze hun tong kunnen dubbel vouwen
(tongrollen).
Opmerking:
Er zijn veel meer genen betrokken bij de eigenschap
tongrollen. De oogkleur wordt door minstens 2 genen
geregeld.
Vrijwel alle eigenschappen worden door meerdere genen
geregeld.
Eigenschappen van de mens die door 1 gen geregeld worden
zijn wel bekend, maar het betreft meestal ernstige
erfelijke afwijkingen. Het lijkt ons niet gepast om die
als voorbeeld te gebruiken.
Het gen voor tongrollen zit in iedere menselijke cel 2
keer, 1 allel komt uit de zaadcel en 1 allel komt uit de
eicel. Alle cellen van een mens zijn copieën van de zygote
(= de bevruchte eicel).
Welke allelen van dit gen kunnen er in 1 persoon
zitten?
Er zijn 3 mogelijkheden:
persoon 1. Twee keer het allel tongrollen
persoon 2. Twee keer het allel niet-tongrollen
persoon 3. Het allel tongrollen en het allel
niet-tongrollen.
Wat is het uiterlijk van een mens met twee keer het alle
tongrollen?
Beide allelen kunnen het enzym laten maken en deze
persoon kan dus tongrollen.
Men zegt dan: Het fenotype is "tongrollen".
Het uiterlijk
(=fenotype) van
persoon 2 is ook duidelijk. Beide genen zijn defect, dus
geen enzym, dus "niet tongrollen".
Persoon 3 is ontstaan uit een zygote met twee
verschillende vormen van het gen. Voor deze eigenschap is
hij heterozygoot.
De personen 1 en 2 zijn ontstaan uit een zygote met twee
keer hetzelfde allel. Zij zijn
homozygoot.
Wat is nu het uiterlijk (fenotype) van persoon 3?
Enzymen zijn maar in kleine hoeveelheden nodig, omdat ze
steeds opnieuw gebruikt kunnen worden.
Meestal is het voldoende als 1 werkend gen aanwezig is in
de cellen.
Er is geen verschil waarneembaar tussen iemand met twee
keer het allel voor tongrollen en iemand met één keer het allel voor tongrollen. Beide
personen kunnen evengoed hun tong dubbel vouwen.
Men zegt in dit geval dat het allel 'tongrollen' in een
heterozygoot individu het allel 'niet tongrollen'
overheerst.
Het allel 'tongrollen' is overheersend
(=dominant) over
het allel 'niet tongrollen'.
Het allel 'niet tongrollen' is
ondergeschikt
(=recessief) ten
opzichte van het allel 'tongrollen'. Men geeft een gen
altijd een naam, meestal een afkorting van een engels
woord.
Stel je noemt het gen tongrollen T.
Voor de dominante vorm van het gen gebruikt men een
hoofdletter, voor de recessieve vorm een kleine
letter.
Met deze symbolen kunnen we de toestand op de chromosomen
van persoon 1 t/m 3 weergeven.
TT
of
homozygoot
![]()