[home][inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

Erfelijkheidsleer

kruising 2

Proefkruising

75% van de F2 van kruising 1 heeft het fenotype 'A'. Deze nakomelingen kunnen echter twee genotypen hebben.
Fenotype 'A' kan zijn genotype AA of genotype Aa.
Als men een organisme heeft met een dominant fenotype, dan is het mogelijk om door middel van een zogenaamde proefkruising het genotype te bepalen.

 

Een proefkruising is een kruising met een homozygoot recessief organisme.

Als men bij een proefkruising gebruik maakt van één van de voorouders, dan noemt men het ook wel een terugkruising.

Probleem:
Een organisme met het dominante fenotype heeft zeker 1 dominant allel.
Bevat het andere chromosoom het dominante of het recessieve allel?

 

Hypothese:

Er zijn twee genotype mogelijk AA of Aa

 

Onderzoek:

    1. Als het genotype = AA is dan wordt de proefkruising
      P1 AA x aa F1 fenotype 'A' en genotype Aa (zie kruising 1)
    2. Als het genotype = Aa is dan wordt de proefkruising:

 

Animatie voor de Ipad
   
vorige bladzijde
inhoud
volgende bladzijde