Erfelijkheidsleer
kruising 4
dihybride niet gekoppeld
Bij
monohybride kruising wordt 1 erfelijke eigenschap in het
nageslacht gevolgd.
Bij een dihybride kruising wordt naar twee erfelijke
eigenschappen gekeken.
Voorbeeld
mens: oogkleur + tongrollen.
Er zijn
twee mogelijkheden:
- De
twee eigenschappen liggen op hetzelfde chromosoom, ze
zijn gekoppeld. In ons voorbeeld de genen
C en D.
- De
twee genen liggen op verschillende chromosomenparen en
zijn niet gekoppeld In ons voorbeeld de genen A en
B.
Dihybride
kruising - niet
gekoppeld