[home][inhoud][inhoud bovenbouw][inhoud practicum][links]  


©scholte/marree2007

Practicum Gedrag

VWO - tweede fase

domein E3

 

Werk in groepjes van twee personen.
Lees eerst deze handleiding door en maak een planning voor de beschikbare lesuren.
Een week na het laatste lesuur moet het verslag ingeleverd worden.
Als je samen een verslag inlevert, moet je de taakverdeling bij het schrijven verantwoorden en ervoor zorgen dat ieders bijdrage gelijkwaardig is.

Kies één van de aanwezige diersoorten uit.

  • tubifex
  • meelwormen
  • pekelkreeftjes
  • krekels
  • sprinkhanen
  • fruitvliegen (Drosophila)
  • pissebedden
  • vliegenmaden
Ga tijdens zorgvuldig met de proefdieren om!!!

Zoeken op internet

Als je op internet informatie zoekt, tik dan in Google de latijnse naam in op de volgende manier
"Felix domesticus".
Probeer ook trefwoorden als "behaviour"(=Amerikaans), "behavior" en "ethology".

Nederlandse naam
Engelse naam
Latijnse naam

Tubifex

tubifex

Tubifex tubifex

pekelkreeftjes

brine shrimp

Artemia salina

pissebedden

woodlice

Oniscus ocellus
Porcellio scaber
Armadillidium vulgare

sprinkhanen

locusts


Locusta migratoria
Schistocerca gregaria


meeltorren
larve = meelwormen


flour beetles
mealworms


Tribolium confusum of
Tribolium castaneum

fruitvliegjes

fruit flies

Drosophila melanogaster

krekels

cricket


Acheta domestica|
Gryllus campestris

vleesvlieg
larve = made

blow fly

Calliphora spec.

Opdrachten

  1. Bouw van het dier

    Maak van het proefdier een nauwkeurige tekening.
    Gebruik een loep of een binoculair.

    Teken op ongelinieerd papier.
    Maak de tekening met potlood.
    Teken het dier minstens 10 cm groot.

    Zoek de namen van de getekende onderdelen en zet ze met verwijsstrepen (liniaal) naast de tekening.
    Geef de tekening een opschrift met de Latijnse en Nederlandse naam van het dier.
    Zet de vergrotingsfactor boven de tekening.

  2. Informatie verzamelen

    Zoek op tot welke hoofdafdeling en tot welke klasse de soort behoort.
    Verzamel relevante informatie over het dier op: leefwijze, soort voedsel e.d
    Ga na wat er bekend is over het gedrag van het dier.
    Voor veel diersoorten is de Spectrum Dierenencyclopedie een zeer goede bron

    Denk eraan: geen teksten of delen van teksten letterlijk overnemen!!! Zie de
    aanwijzingen voor het verwerken van informatie.

  3. Beschrijving van het gedrag

    a. Bestudeer de (voort)beweging van het dier en geef deze zo nauwkeurig mogelijk in woorden weer.

    b. Bekijk gedurende 10 minuten zo nauwkeurig mogelijk waar het dier zich in de ruimte bevindt.
    1. Bedenk zelf een goede methode om deze gegevens te noteren en te verwerken.

    Verwerk de onderdelen 1 t/m 3 in een verslag met de volgende indeling:

    • Inleiding
      Hierin verwerk je de bouw van het dier en het literatuuronderzoek .

    • Doel van het onderzoek

    • Materiaal en methode
      Welk dier gebruikt.
      Welke materialen (proefopstelling tekenen)
      Hoe/wat waargenomen en gemeten?

    • Resultaten
      Tabel(len) en grafiek

    • Nabespreking
      met conclusie en foutendiscussie

  4. Gedragsonderzoek
  • Onderzoek het volgende probleem:

    Hoe reageert het proefdier ..... op een lichtbron?
    of
    Geeft het proefdier...... de voorkeur aan een lichte of aan een donkere omgeving?

    Mogelijk heeft het eerste onderzoek een andere vraag bij je opgeroepen. Overleg eerst met de docent of je een goede onderzoeksvraag bedacht hebt,

  • Ontwerp eerst een hypothese waarin je een voorspelling probeert te doen over de uitkomst die je verwacht.
    Let erop dat de hypothese geen slag in de lucht mag zijn, maar gebaseerd moet zijn op logisch denken.

  • Ontwerp een onderzoek met de beschikbare materialen waarmee je de hypothese kan toetsen.

    Probeer zoveel mogelijk gegevens in getallen weer te geven.

    Om de invloed van het toeval kleiner te maken moeten veel, bijvoorbeeld 25, waarnemingen gedaan worden.

  • Gebruik bij het verwerken van de gegevens, indien mogelijk, een statistische toets om na te gaan in hoeverre toeval een rol gespeeld kan hebben.
    Zie
    techniekkaart 9.8 en techniekkaart 9.9

    Gebruik ook literatuur uit de bibliotheek of informatie van internet en zet in het verslag de literatuurverwijzing bronvermelding);

    Boeken
    Als je iets uit een boek/artikel gebruikt, noteer je: de achternaam schrijver, voorletter(s), (jaar van uitgave), de titel. plaats uitgever: uitgever.

    Voorbeeld:
    Lockley, R.M. (1976), Het leven der konijnen. Utrecht: Het Spectrum
    Wickler, dr.W. (1970), De aard van het beestje. Amsterdam: Ploegsma

    Internetbronnen
    Vermeld de naam of titel van de site en het volledige URL-adres (dat staat in de balk boven het venster0 en de dag, maand en jaar waarop de website geraadpleegd is.

    Voorbeeld:
    Bioplek: Practicum Cellen en weefsels.
    http://www.bioplek.org/kaarten/kaartencelath4.html. Geraadpleegd 24 juni 2007.
    KNNV: Waterbeestjes gezocht.
    http://www.knnv.nl/waterbeestjes/default.htm.
    Geraadpleegd 2 september 2007.

  • Maak een verslag - zie techniekkaart 9.1 .