Levenscyclus van de
mens studiewijzer 4.3 (4
atheneum) Antwoorden
studiewijzer Bevruchting,
zwangerschap en geboorte chromosomen
gaan naast elkaar in het equatorvlak
liggen overeenkomstige
chromosomen (chromosomen die tot hetzelfde
paar behoren) gaan tegenover elkaar in het
equatorvlek liggen de
chromatiden worden uit elkaar
getrokken de
chromosoomparen worden uit elkaar
getrokken te
lage temp:
![]()
Inhoud
![]()
Na de meiose bevatten de dochtercellen (die zaadcellen
worden) 23 (n) chromosomen.
Bij de meiose II gaan de chromosomen naast elkaar
liggen, net als bij de mitose.
Tijdens meiose II is nog maar de heft van het aantal
chromosomen aanwezig. Wel bestaat ieder chromosoom nog
uit twee chromatiden.
In het zaadvormende weefsel in de testis.
De gameten (geslachtscellen) moeten het halve aantal
chromosomen (n) hebben zodat na de bevruchting weer 2n
chromosomen in de bevruchte eicel zitten.
De chromosomen verdubbelen zich éénmaal
(tijdens de interfase). Dat gebeurt zowel bij de
mitose als de meiose 1 keer.
b
2 delingen: meiose I en meiose II
![]()
Man
zaadleider : afvoer sperma van testis naar
prostaat
prostaat : voedingsstoffen + vocht sperma en afsluiten
urineblaas tijdens zaadlozing
bijbal : opslag sperma
eikel : veel tast zintuigjes ---> prikkeling
zaadblaasje : voedingsstoffen + vocht sperma
leveren
zwellichaam :loopt vol met bloed ---> erectie
zwellichaam : bevat veel bloedholtes die gevuld met
bloed voor de erectie zorgen
voorhuid : huidplooi die eikel geheel of gedeeltelijk
bedekt
daarna meiose 1 en 2.
Er ontstaan
4
geslachtscellen
![]()
Vrouw
bredere heupen
meer onderhuids vet
de eicel gaat na de eisprong via de eileider naar de
baarmoeder, de bevruchting vindt plaats in de
eileider
uiteinde van de eileider (= eitrechter), hierin komt
de eicel na de ovulatie terecht
baarmoeder : plaats waar het embryo groeit en
ontwikkeld
via navelstreng,placenta en baarmoederwand krijgt de
foetus zuurstof en voedsel
vagina : Tijdens de geslachtsgemeenschap komt het
sperma hierin
clitoris: bevat veel zintuigcellen, seksuele
prikkeling
testis - ovarium --> beiden vormen
geslachtscellen
zaadleider - eileider --> beiden voor afvoer van
geslachtscellen
![]()
Hormonen
algemeen
Regelkringen
hygrometer
(vochtigheidsmeter), thermometer ,
luchtanalyse-apparatuur
kachel
(verwarming), afzuigapparatuur, zonwering,
druppelsystemen (voor water)
zie
model thermostaat
temp > 20°C ---> thermometer (= sensor)
---> thermostaat slaat uit ---> kachel (=
effector) stopt met branden ---> temperatuur daalt
---> temp < 20° C ---> sensor --->
thermostaat slaat aan ---> effector, enzovoort
Het effect (bijvoorbeeld stijgen van de temperatuur
doordat de kachel gaat branden) heeft weer effect
(koppelt terug) op het regelende apparaat (de
thermostaat).
stortbak
van de WC
carburateur van een auto
glucose-gehalte van het bloed,
temperatuur,
osmotische waarde,
bloeddruk
ogen, oren, neus, tong, huid (tastzintuigen, warmte-
en koude zintuigen, drukzintuigen, pijnzintuigen)
Propriosensoren:
in evenwichtsorgaan, spieren, pezen en gewrichten
Interosensoren:
temperatuurcentra in de hersenen
osmoreceptoren in de hypothalamus
bloeddruksensoren in de wand van de aorta en de
halsslagader
zintuigjes om CO2 -gehalte te meten in aorta en
halsslagader
sensoren in het hongercentrum (in de hypothalamus) -
meten glucose-gehalte
eilandjes van Langerhans (in de alvleesklier) meten
ook glucose-gehalte
normale temperatuur varieert tussen de 36,1°C en
37,8°C.
Het set point ligt bij mensen rond de 37°C.
te hoge temp:
warmte- en koudezintuigjes die informatie over de
buitentemperatuur doorgeven aan de hypothalamus.
zweetkliertjes die als de lichaamstemperatuur te hoog
wordt zweet gaan produceren. Bij de verdamping van
zweet wordt warmte aan de huid onttrokken.
ia de huid verlies je warmte door warmtestraling.
In de huid zitten bloedvaatjes. Door deze te vernauwen
of te verwijden gaat er minder of meer bloed langs het
oppervlak en wordt de warmtestraling kleiner of
groter.
De term "negatief" wijst erop dat de actie gericht is
om het tegengestelde (= negatieve) effect te
bereiken.
Er is sprake van een remmende werking van het
effect.
Bijvoorbeeld: als de temperatuur stijgt, gaan de
zweetkliertjes zweet produceren, daardoor daalt de
temperatuur weer en worden de zweetkliertjes weer
afgeremd.
zie
menstruatiecyclus
Deze kunnen informatie krijgen via zenuwen (impulsen)
of via hormonen. Dus via het zenuwstelsel of via het
hormoonstelsel.
De effector is een kringspiertje in de iris.
Teveel licht op het netvlies ---> via een zenuw
gaat er een seintje (impulsen) naar de kringspier rond
de pulpil ---> de pupil wordt kleiner --->
minder licht op het netvlies.
In de halsslagaders zitten receptoren die het
CO2-gehalte van het bloed meten (receptor).
Als dit gehalte te hoog is gaat er een seintje naar
het ademcentrum in het verlengde merg en via het
sympatisch zenuwstelsel worden de ademhalingsspieren
(effector) geactiveerd.
-
Bijvoorbeeld: speekselklieren maken speeksel en dit
komt via buisjes in de mond terecht
Zweetkliertjes produceren zweet en dat verlaat via
afvoerbuisjes het lichaam.
Via het zenuwstelsel wordt de informatie doorgegeven
door impulsen via de zenuwen. De impulsgeleiding gaat
snel (tot 100m/sec).
1 hormoonmolecuul kan 1 gen aanzetten. 1 gen kan een
groot aantal enzymen laten maken door de
ribosomen.
Als een gen aangezet wordt, zal dat tot gevolg hebben
dat in de cel bepaalde eiwitten (enzymen) gevormd
worden en dus bepaalde reacties zullen gaan
verlopen.
Als een gen uitgezet wordt, zal de enzymaanmaak juist
geremd worden.
Als het om een stimulerend hormoon gaat, wordt in de
celmembraan een enzym gevormd dat tot een hogere
activiteit in de cel leidt. Dat kan van alles zijn,
bijvoorbeeld meer enzymactiviteit, verhoogde
doorlaatbaarheid van de celmembraan, verhoogde afgifte
van bepaalde stoffen.
Geslachtshormonen zijn steroïde hormonen.
Steroïden worden in de darm niet afgebroken.
![]()
Hormonen
bij de man
Gemaakt n de hypofyse
Testosteron bevordert ontwikkeling primaire
geslachtskenmerken
Testosteron stimuleert de zaadproductie
Testosteron remt de productie van FSH (negatieve
terugkoppeling)
![]()
Hormonen
bij de vrouw
Menstruatiecyclus
Als er geen bevruchting plaatsvindt vermindert de
productie van LH en verschrompelt het gele
lichaam.
menstruatie
FSH
![]()
Bevruchting,
zwangerschap en geboorte
De diploïde cel die zo ontstaat is de
zygote.
Het progesteron remt de afgifte van FSH door de
hypofyse. Er wordt geen nieuw follikel rijp.
Als het embryo 3 maanden is gaat de placenta
progesteron maken.
Zuurstof van moeder naar kind koolstofdioxide van kind
naar moeder. (normaal de functie van de longen)
Voedingsstoffen van moeder naar kind (normaal functie
spijsverteringskanaal)
Afvalproducten van de cellen van kind naar moeder
(normaal functie van de nieren)
Begin adembewegingen
Sluiten van opening tussen linker en rechterboezem
(foramen ovale)
Sluiten van verbinding tussen longslagader en aorta
(ductus Botalli)
Sluiten navelstrengader en -slagaders.
De kleine bloedsomloop zorgt na de geboorte voor het
vervoer van zuurstofarm bloed naar de longen en
zuurstofrijk bloed naar de linkerkant van het hart.
Omdat bij een foetus de longen nog niet werken is er
een verbinding tussen de twee harthelften. Het
zuurstofrijke bloed komt voor de geboorte via de
navelstrengaders van de placenta. Voor de geboorte is
er ook een verbinding tussen de aorta en de
longslagader. (Zie Binas of Biodata)
![]()
Groei en
ontwikkeling
regeling door hormonen
voeding
b Een baby heeft een veel groter oppervlak in
verhouding tot de inhoud dan een volwassene. Dat heeft
tot gevolg dat een baby ook veel sneller afkoelt dan
een volwassene.