[home][inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

 


Samenvatting

bacteriën en schimmels

vmbo (tl)

Schimmels en bacteriën

Bouw van cellen van Rijken
n ons
bacteriën
schimmels
dieren
planten
afmetingen
zeer klein
normaal
normaal
normaal
bladgroen
soms
-
-
+
celwand
+
+
-
+
celkern
-
+
+
+

Belangrijke organische stoffen: glucose zetmeel eiwitten aminzuren vetten

Mensen, dieren, schimmels en de meeste bacteriën moeten organische stoffen "eten".
Groene planten en enkele soorten bacteriën maken organische stoffen zelf met bladgroen en licht.

De meeste bacteriën en alle schimmels kunnen zelf geen organische stoffen maken, maar nemen ze op uit dode of levende organismen.

Bacteriën op onze huid leven van dode huidcellen. (Vanuit de kiemlaag worden steeds nieuwe cellen gemaakt de oude sterven af.)

Bacteriën in de dikke darm van een mens leven van celwanden van planten die wij niet kunnen verteren. Ze maken afvalstoffen die voor de mens nuttig zijn (vitaminen).

Darmbacteriën zijn dus nuttig (Mutualisme= mens en bacterie hebben voordeel van de samenleving)

Schimmels planten zich voort met sporen = een zeer kleine cel die door de wind overal naartoe kan en kan uitgroeien tot een nieuwe schimmeldraad>
Bacteriën kunnen als ze uitdrogen via de lucht overal naartoe en in een vochtige omgeving zich weer voortplanten door deling.

Schimmels maken stoffen waarmee ze bacteriën in hun buurt kunnen doden. (Bacteriën en schimmels leven dikwijls van hetzelfde voedsel. )

Stoffen uit schimmels die bacteriën kunnen doden kunnen soms gebruikt worden als geneesmiddel tegen bacterieinfecties. Men noemt ze dan antibiotica.
Een voorbeeld van een antibioticum = penicilline

Antibiotica werken niet tegen virussen.

Bacteriën kunnen een erfelijke weerstand krijgen tegen een antibioticum ze zijn dan niet meer met dat geneesmiddel te bestrijden. Ze zijn dan resistent.

Schimmels, bacteriën (en kleine planten en dieren) die van grotere levende wezens leven noemt men parasieten.

Parasitisme= Als twee soorten samenleven en de ene soort heeft voordeel en de andere nadeel.

Mutualisme = als twee soorten levende wezens samenleven en ze allebei voordeel hebben van de samenleving

voorbeeld:
darmbacteriën in dikke darm mens bacterie krijgt voedsel, mens krijgt vitaminen

voorbeeld:
korstmos
Een groene alg en een schimmel vormen samen een plant. De alg maakt met zonlicht glucose en geeft dat ook aan de schimmel. De schimmel neemt zouten en water uit de omgeving op en geeft dat aan de alg.

Ziektenverwekkende bacteriën en virussen

Ziektenverwekkende bacteriën leven van de cellen van mensen en zijn dus parasieten

Bacteriën planten zich voort door deling. Dat is ongeslachtelijke voortplanting
Soms kunnen bacteriën stukjes DNA met genen uitwisselen.

Bacteriën in voedsel

Bacteriën in voedsel worden gedood door maagzuur.
Sommige soorten (Salmonella) overleven in de maag>
Op geslachte kip en in eieren zitten vaak salmonellabacteriën. Als het vlees en de eieren verhit worden gaan ze dood. Besmetting vooral via contactbesmetting- na het klaar maken van de kip wordt op dezelfde plank een ander gerecht klaargemaakt, zo komen de bacteriën in het lichaam.
Conserveren = voedsel bewaren zodat bacteriën het niet kunnen opeten.

door
zuur toevoegen (zuurkool, augurken)
veel suiker toevoegen (jam)
veel zout toevoegen (haring)
verhitten tot 100 graden (steriliseren)
verhitten tot ongeveer 70 graden (pasteuriseren)
vacuum verpakken
diepvries bewaren

Pasteuriseren =voedsel op ongeveer 70 gr. smaak blijft goed, meeste bacteriën gaan dood
Steriliseren=voedsel op meer dan 100 graden, alle bacteriën dood smaak veranderd.

Ziektenverwekkende bacteriën, bestrijding, afweer

verschillen bacteriën en virussen:

virus is veel kleiner
virus is alleen een soort kern
virussen niet te bestrijden met antibiotica

afweer tegen ziektenverwekkende bacteriën en virussen door

witte bloedlichaampjes die bacteriën eten (fagocytose)
witten bloedlichaampjes die antistoffen maken


Een antistof is specifiek>>> werkt maar tegen 1 soort bacterie of virus.

Incubatietijd tijd tussen besmetting en ziek worden

Immuniteit, mens maakt zeer snel antistoffen tegen een bepaalde ziekteverwekker en wordt niet ziek.

Mens wordt immuun door:

Natuurlijke immuniteit

Besmetting met bepaalde bacterie of virus. Witte bloedcellen maken antistoffen, mens wordt na een bepaalde tijd (bijvoorbeeld 14 dagen) beter. Als deze persoon weer besmet wordt met dezelfde bacterie worden de antistoffen veel sneller gemaakt. De bacterie wordt gedood voordat hij kwaad kan doen.

Kunstmatige immuniteit

Een gevaarlijke bacterie wordt gedood of zodanig behandeld dat hij geen kwaad kan doen.
Een mens krijg die dode bacterie ingespoten, wordt niet ziek, maar gaat wel antistoffen maken.

Vaccin = vloeistof met dode bacteriën of virussen die wordt ingespoten om mens immuun te maken.

Ziektes veroozaakt door bacteriën

tuberculose, hersenvliesontsteking (soms) syfilis

Ziektes veroorzaakt door virussen

aids, griep, verkoudheid

Ziekte door schimmel

voetschimmel

Nuttige bacteriën en schimmels

In de bodem leven schimmels en bacteriën die van dode planten en dieren leven en afvalstoffen maken die mest zijn voor planten, het zijn de reducenten (de bacteriën worden ook rottingsbacteriën genoemd)

Biotechnologie= stoffen maken met levende wezens in plaats van in een chemische fabriek.

Voorbeelden van "oude" biotechnologie

1. zuurkoolmaken met bacteriën
2. Kaas maken met bacteriën
3. Yoghurt maken met bacteriën
4. Wijn maken van druivensap met gistcellen (eencellige schimmels)
5. Azijn maken van wijn met bacteriën
6. Rijzen van brooddeeg met gistcellen.
7. Maken van alcohol met gistcellen.

Gist bestaat uit ééncellige schimmels.
Ze leven van suiker en maken als afval koolstofdioxide en alcohol.

De koolstofdioxide in het brooddeeg zorgt ervoor dat het brood rijst.

Transgene organismen zijn levende wezens die een gen (erfelijke eigenschap) van een ander levend wezen gekregen hebben.

Voorbeeld transgene bacterie

Bacterie krijgt gen van een mens om insuline te maken. In de bak waarin de bacterie gekweekt wordt komt insuline vrij die als medicijn gebruikt kan worden.

Voorbeeld transgeen dier,
Koe krijgt gen van een mens waardoor in de melk van de koe een stof komt die als medicijn gebruikt kan worden.