

Erfelijkheidsleer
vmbo (tl)
Bij
de te bespreken kruisingen gaan we uit van een organisme
met 4 paar chromosomen in de normale lichaamscellen (dus
2n=8)Bij het opschrijven van de kruisingen worden de
chromosomen getekend zoals ze tijdens de meiose 1 in het
middenvlak van de cel liggen.
Om de
belangrijkste kruisingen te demonstreren kiezen we op de
vier chromosomen 5 van de duizenden erfelijke
eigenschappen (=genen): de genen A, B, C, D en
E.
Bij
alle voorbeelden gaan we uit van onderstaand
"echtpaar".
Het is de gewoonte dat het vrouwtje in een kruising als
eerste wordt weergegeven.