Een
prikkel is een verandering in de omgeving die
je met een zintuig kan waarnemen.
oor
prikkel geluid
oog prikkel licht
neus prikkel geur
tong prikkel smaak
huid prikkel aanraking (tast) ook temperatuur
Gedrag wordt
bepaald door een inwendige factor (= motivatie)
en een uitwendige factor (=prikkel)
Voorbeeld
1 jachtgedrag
inwendige factor>>> honger (het dier gaat
op zoek naar eten)
uitwendige factor >> het dier ziet of hoort
een prooi
gedrag >>> het dier vangt de prooi en
eet
Voorbeeld 2
voortplantingsgedrag
inwendige factor (motivatie)
>>>geslachtshormonen (testosteron bij het
mannetje en oestrogeen bij het vrouwtje)
Het dier gaat op zoek naar een partner
uitwendige factor>>> het dier ziet, ruikt
voelt etc. een partner met het juiste uiterlijk
gedrag>>>>paring
Ogen voorin de
kop >>>klein gezichtsveld, maar goed
diepte zien dus geschikt voor roofdieren.
voorbeeld
kat, uil, mens
Ogen opzij in
kop >>groot gezichtsveld>>>dier kan
vijanden goed aan zien komen.
voorbeeld,
meeste vogels, konijn, paard, hert
Een
sleutelprikkel is die prikkel waardoor een dier
een bepaald gedrag gaat vertonen.
Voorbeeld:
Sleutelprikkel voor agressiefgedrag bij een
stekelbaarsmannetje>>rode buik
Sleutelprikkels voortplantingsgedrag
mens>>>>secundaire
geslachtskenmerken
Een supernormale
prikkel is een prikkel die niet natuurlijk is,
maar vaak beter werkt dan de normale
prikkel.
Voorbeeld:
Een vogel zit liever op een groter namaak ei dan op
zijn eigen ei.
Make up versterkt de normale sleutelprikkels bij
voortplantingsgedrag van de mens.
Een schutkleur
zorgt ervoor dat het dier dezelfde kleur heeft als de
omgeving en dus niet zichtbaar is voor
vijanden.
Voorbeeld:
Een vrouwtjes eend op het nest is bijna niet
zichtbaar.
In dit geval is sprake van
camouflage.
Mimicry zijn
ongevaarlijke dieren die eruit zien als gevaarlijke
dieren
Door het nabootsen van gevaarlijke dieren worden ze
niet gegeten.
Voorbeeld:
Vlinder die lijkt op wesp
Vlieg die lijkt op wesp
Ongevaarlijke slang die lijkt op giftige
slang

Alleseters
hebben knobbelkiezen, een kortere darm dan een
planteneter en een langere darm dan een vleeseter
Mens heeft kleinere hoektanden dan een
vleeseter
Gedrag is houding
en beweging van een dier
Voorbeelden
gedragssystemen met element
jachtgedrag
element sluipen
voortplantingsgedrag element bepaald geluid
maken
paargedrag element paring
eetgedrag element prooi doden
Een aantal
gedragselementen die in de zelfde volgorde na elkaar
komen is een gedragsketen
Een territorium
is een gebied dat een dier voor zichzelf reserveert om
in te leven en zijn jongen groot te
brengen.
De bronstijd is
de tijd waarin een dier gemotiveerd is om te
paren
Baltsgedrag is
het gedrag dat vooraf gaat aan de paring
Vissen, kikkers hebben
uitwendige bevruchting. (Uitwendige bevruchting
kan alleen in water omdat zaadcellen moeten
zwemmen)
Inwendige
bevruchting>> mens (zoogdieren) vogels,
insecten
Inprenting is
leren gedurenen een bepaalde periode
Een vogel
leert de zang als jong van z'n ouders
Een jonge gans die uit het ei komt leert dat het
eerste bewegende ding wat hij ziet z'n moeder
is.
Kleine kinderen van 3 jaar leren spelenderwijs
taal
Mezen, merels en
mussen zijn nestblijvers
Kievitten , kippen,
ganzen ,eenden zijn nestvlieders
Hoe beter het dier
voor zijn jongen zorgt hoe minder jongen of eieren hij
heeft, omdat de kans dan groter is dat het jong in
leven blijft.