

Samenvatting
opbouw en
afbraak
vmbo
(tl)
Organische stoffen
Stoffen
bestaan uit moleculen.
Moleculen zijn opgebouwd uit atomen.
Anorganische
stoffen
bestaan uit eenvoudige moleculen, klein aantal
atomen
Voorbeelden:
Mineralen, zouten, (minder dan 10 atomen)
Water (3 atomen)
Koolstofdioxide (3 atomen)
zuurstofgas (2 atomen)
Organische
stoffen
stoffen gemaakt in cellen bestaan uit
ingewikkelde moleculen (groot aantal
atomen)
Voorbeelden:
Glucose (12 atomen)
Zetmeel (honderden glucose aanelkaar)
Eiwitten (honderden atomen)
DNA (duizenden atomen)
Alleen groene
planten kunnen van eenvoudige stoffen ingewikkelde
stoffen maken
Dieren en Schimmels
moeten organische stoffen
eten.
Fotosynthese (alleen in
bladgroenkorrels)
Groene
planten maken in hun bladgroenkorrels met
zonne-energie glucose en zetmeel
lichtenergie
Koolstofdioxide
+ Water -----> glucose +
zuurstofgas
Koolstofdioxide
is een gas dat in de lucht zit. Mensen en dieren
ademen het uit.
Planten ademen koolstofdioxide in via hun
huidmondjes.
Planten nemen water op met hun wortels.
Planten ademen zuurstofgas uit via hun huidmondjes
in het blad.
Planten maken van
glucose zetmeel, vetten eiwitten en alle andere
organische stoffen, die nodig zijn om te leven en
te groeien.
Om eiwitten te
maken van glucose hebben planten mineralen
uit de bodem nodig.
Planten halen met
hun wortels water en mineralen
(meststoffen) uit de bodem.
Water en
mineralen gaan via de houtvaten naar de
bladeren.
De houtvaten liggen aan de binnenkant van de
vaatbundels in de stengel en aan de bovenkant van
de nerf.
Glucose
(opgelost in water) gaat via de bastvaten (aan
de buitenkant van de vaatbundel), naar de
cellen.
Verbranding ( in alle
levende cellen)
Glucose is
de belangrijkste brandstof van de cellen (van
planten en dieren!).
Als grote moleculen
(glucose) in de cellen wordt afgebroken komt
energie vrij om van alles mee te doen.
De afbraak van glucose heet verbranding. Er is
zuurstof voor nodig. Er komt
koolstiofdioxide bij vrij.
glucose +
zuurstof -------> koolstofdioxide + water +
energie
Glucose wordt in
cellen bewaard in vorm van zetmeel (bij mens
glycogeen)
Glucose, (suikers) zetmeel, cellulose (papier
bestaat uit cellulose) zijn koohydraten
Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren.
Om aminozuren (en eiwitten) te maken van glucose
heeft de plant stikstofatomen nodig. Ze
halen die uit nitraat (een mineraal) uit de
bodem.
Kunstmest bevat
mineralen die een plant nodig heeft om te
groeien.
Voedselketens en kringlopen
Bacterien
en schimmels zijn reducenten.
Terugbrengen =
reduceren
Bacteriën en
schimmels in de bodem brengen voedsel voor de plant
terug in de bodem.
Rottingsbacteriën en andere
bodembacteriën breken oude eiwitten af en
zorgen ervoor dat er voldoende nitraat voor planten
in de bodem zit.
Groene planten
zijn producenten
Groene planten
maken (produceren) van eenvoudige moleculen
(koolstofdioxide en water) ingewikkelde moleculen
(glucose en zetmeel).
Mensen en dieren
zijn consumenten
Mensen en dieren
kunnen zelf geen ingewikkelde stoffen maken van
eenvoudige stoffen.Ze moeten organische stoffen
eten (=consumeren)
Een
voedselketen is een schema waarin staat wie
wat eet.
Een voedselketen begint met een producent,groene
plant (die het voedsel maakt)
De plant wordt gegeten door een consument 1 (een
planteneter)
De planteneters worden gegegeten door vleeseters
(consumenten 2)
Kleine vleeseters worden gegeten door grote
vleeseters.
Voorbeeld:
producent
consument1 consument
2 consument 3
gras ------->
konijn --------> vos
plant ------->
slak --------> lijster ------->
roofvogel
gras- ------->
koe - --------> mens ------->
tijger
Voedselnet
= een schema van alle voedselketens in een bepaald
gebied (bijvoorbeeld de sloot)
In een natuurgebied
zijn altijd meer planten dan planteneters en meer
planteneters dan vleeseters.Grote roofdieren zijn
het zeldzaamst.
Het grootste deel
van de stoffen in het voedsel van mens en dier
wordt verbrand, afgebroken om energie te krijgen,
maar een zeer klein deel wordt gebruikt om te
groeien en zwaarder te worden.
Reducenten
zorgen ervoor dat de afvalstoffen van dode
organismen weer gebuikt kunnen worden door de
groene planten. Ze maken van de voedselketen een
kringloop.
Als dode planten
(en dieren) niet door reducenten worden afgebroken,
blijven de organische stoffen in de bodem en
veranderen na zeer veel jaren in steenkool en
olie (fossiele brandstoffen)
koolstofkringloop
Planten nemen
koolstof op in de vorm van koolstofdioxide
Planten gebruiken die koolstof om glucose te maken
(fotosynthese)
Koolstof is een belangrijke bouwsteen voor alle
organsiche stoffen (zetmeel, suiker eiwit,
vetten)
Als organische stoffen afgebroken worden
(verbranding) komt de koolstof in koolstofdioxide
die uitgeademd wordt.

1.fotosynthese
2.verbranding van suiker en andere stoffen
3.eten van voedsel
4. vorming van fossiele brandstoffen
5. verbranding van fossiele brandstoffen
6. afbreken van dode organismen door
rottingsbacteriën
Er komt steeds meer
koolstofdioxide in de lucht door verbranding van
aardolie aardgas en steenkool.
Risico --->
opwarming van de aarde
broeikaseffect
Stikstofkringloop
Eiwit bevat
stikstofatomen.
Planten krijgen stikstof uit de bodem
(nitraat).
Bacteriën zorgen ervoor dat afval eiwit
tenomgezet wordt in mineralen voor planten.
Mensen en dieren krijgen eiwit via voedsel.
Overtollig eiwit wordt in het lichaam van een mens
verbrand. Als afval ontstaat ureum.
Rioolwater bevat afval eiwitten en andere
organische stoffen. Die worden afgebroken door
bacteriën.