[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

 

Stofwisseling

studiewijzer 5.2 (5 atheneum)

domein D4

Overzicht leerstof

Stofwisseling

Stofwisseling

Assimilatie

  • Opbouwreacties
    • Omzetten van kleine moleculen in grotere organische moleculen.
    • Energie voor nodig.
      • Endotherme reacties.

Dissimilatie

  • Afbraakreacties
    • Grote(re) organische moleculen worden afgebroken tot kleinere Energie komt vrij.
      • Exotherme reacties.
      Energie wordt tijdelijk vastgelegd in ATP .
      • ADP + Pi + E (energie) --> ATP
      • Deel van de energie komt vrij als warmte.
    • ATP kan door andere celonderdelen gebruikt worden als energieleverancier.
      Gebruikt voor:
      • assimilatie (synthese van stoffen);beweging;
      • actief transport.
Koolstofassimilatie

Gebruik Binas of BiodataKoolstofassimilatie

  • Vorming van glucose uit koolstofdioxide en water (of een andere waterstofdonor).
  • Energie wordt uiteindelijk vastgelegd in glucose.

Fotosynthese

  • Energie wordt geleverd door het zonlicht.Zonlicht wordt opgevangen door chlororplasten (bladgroenkorrels).
  • Nodig:
    • water uit de bodem;
    • koolstofdioxide uit de lucht via de huidmondjes;
      Gaswisseling blad
    Gevormd:
    • glucose;
    • zuurstof blijft over.
  • Bruto reactievergelijking
    6CO2 + 12 H2O + E(nergie) --> C6H12O6 + 6H2O + 6O2
    • Lichtreactie
      • Waterontleding m.b.v. zonne-energie.
        • Zuurstof gaat plant uit (behalve deel dat voor de dissimilatie gebruikt wordt).
        • Waterstof wordt aan een co-enzym (NADP) gekoppeld --> NADPH2.
        Vorming ATP.
        • ADP + Pi + E --> ATP
      • Netto reactie:
        12H2O + 12 NADP + Pi + E --> 12 NADPH2 + 6O2 + ATP
    • Donkerreactie
      • Vorming van glucose met behulp van producten uit de lichtreactie.
        • CO2 wordt via de Calvincyclus gebruikt om glucose te vormen.ATP uit de lichtreactie wordt gebruikt.
          • ATP --> ADP + Pi + E
        • NADPH2 uit de lichtreactie levert de waterstof.
      • Netto reactie:
        6CO2 + 12 NADPH2 + ATP --> C6H12O+ 6H2O + ADP + Pi

Lichtreactie en donkerreactie

Chemosynthese

  • Energie afkomstig uit oxidatie van een anorganische stof.
    • Bij de oxidatie komt energie vrij (vastgelegd in ATP).
    • Energie (ATP) wordt gebruikt om glucose te vormen.
  • Komt voor bij bepaalde autotrofe bacteriën:
    • zwavelbacteriën;
    • nitrificerende bacteriën;
      • nitrietbacteriën;
      • niraatbacteriën.
Voortgezette assimilatie

Voortgezette assimilatie Bij autotrofe organismen

  • Glucose wordt omgezet in organische stikstofverbindingen (stikstofassimilatie):
    • aminozuren;
    • nucleotiden.
  • Nodig:
    • anorganische stikstofverbindingen uit de bodem.
      • In ieder geval NO3- (nitraat).
      • In mindere mate ook SO42- (sulfaat).

Zowel bij autotrofe als heterotrofe organismen

  • Omzetten van kleine organische moleculen in grotere.
    • Vorming van andere organische stoffen (vetten en andere koolhydraten) uit glucose.
    • Vorming van eiwitten uit aminozuren.
Dissimilatie

Gebruik Binas of Biodata

Aërobe dissimilatie (celademhaling)

  • Afbraak met behulp van zuurstof (verbranding).
  • Brandstof meestal glucose
    • Levert veel ATP.
    • Bruto reactievergelijking:
      C6H12O6 + 6H2O + 6O2 --> 6CO2 + 12 H2O + E (38 ATP)
  • Verloop van het proces:
    • Glycolyse
      • C6H12O6 --> 2 pyrodruivenzuur + 2 ATP + 2 NADH2
      • Vindt plaats in het cytoplasma.
      Citroenzuurcyclus
      Citroenzuurcyclus animatie
      • Vindt plaats in de mitochondriën.Pyrodruivenzuur wordt via azijnzuur volledig afgebroken tot CO2 en HO2.
      • Vrijgekomen waterstof wordt gebonden aan NAD --> NADH2 .
        • In totaal 10 NADH2 .
      Eindoxidatie (oxidatieve fosforylering)
      • Van NADH (afkomstig uit de glycolyse en de citroenzuurcyclus) worden H+-ionen afgesplitst.
        • De daarbij vrijkomende elektronen worden via een elektronentransportketen van de ene stof op de andere overgebracht.
        • Een deel van de daarbij vrijkomende energie wordt gebruikt door het enzym ATP-synthase om ATP te vormen uit ADP.
          • ADP + Pi + E --> ATP
        • Een deel van de energie komt vrij als warmte.
        • Eiwitten in membranen (de zogenaamde protonenpomp of waterstofpomp) zorgen ervoor dat H+-ionen (protonen) actief door de membranen worden van de mitochondriën worden getransporteerd.
        • Uiteindelijk wordt zuurstof gereduceerd tot water.
          12 NADH2 + 6O2 + 36ADP + 36 Pi --> 12 NAD + 12 H2O + 36 ATP
    • De meeste ATP wordt gevormd in de mitochondriën bij de eindoxidatie.

RQ = respiratoir Quotiënt
Dit niet leren. je moet er alleen mee kunnen werken.

  • RQ = hoeveelheid CO2 die vrijkomt gedeeld door de hoeveelheid O2 die nodig is (CO2/O2).
  • Door bij de gaswisseling opgenomen O2 en afgegeven CO2 te meten, kan de RQ van een organisme bepaald worden.
  • Behalve glucose kunnen ook vetten en eiwitten als brandstof voor de dissimilatie gebruikt worden.
  • De RQ-waarde is kenmerkend voor de gebruikte brandstof.
    • Hoe lager de RQ - hoe hoger de energetische waarde van de brandstof.
    • Koolhydraten --> RQ = 1.Vetten --> RQ = 0,9.
    • Eiwitten --> RQ = 0,7.

Gebruik Binas of Biodata

Anaërobe dissimilatie

  • Afbraak zonder zuurstof (gisting)
  • Glucose wordt onvolledig afgebroken.
    • Er blijft een energierijke stof over:
      • ethanol;
      • melkzuur.
  • Levert minder ATP dan aërobe afbraak:
    • 2 ATP per molecuul glucose.

Alcoholgisting

  • Bij gistcellen, bepaalde bacteriën en planten.
  • CO2 en ethanol (alcohol) blijven over.
  • Reactievergelijking:
    C6H12O6 + 2 ADP + 2Pi --> 2CO2 + 2 C2H5OH (ethanol) + E (2 ATP)
  • Verloop van het proces:
    • glycolyse;omzetting van pyrodruivenzuur in ethanal;
    • ethanal wordt omgezet in ethanol.

Melkzuurgisting

  • Bij bepaalde bacteriën en gewervelde dieren (in de spieren).
  • Melkzuur blijft over.
  • Reactievergelijking:
    C6H12O6 + 2 ADP + 2Pi --> 2 C3H6O3 (melkzuur) + E (2 ATP)
  • Verloop van het proces:
    • glycolyse;
    • omzetting van pyrodruivenzuur in melkzuur.

© scholte/marree 2008