Ademhaling en circulatie

studiewijzer 5.3 (5 atheneum)
Antwoorden

Bloed en bloedsomloop

A. Bloed

bloedsamenstelling
  1. -
  2. bloedplasma plasma zonder fibrinogeen = serum
  3. zouten, water suiker,aminozuren, antistoffen, ureum, globulinen, CO2
  4. De omstandigheden als osmotische waarde temperatuur vochtigheid pH etc. in het lichaam.
  5. We bestaan voor ongeveer 80% uit water met daarin opgeloste stoffen. Bloed, weefselvloeistof en lymfe vormen dus een groot deel van het inwendig milieu, waarin de omstandigheden binnen nauwe grenzen constant gehouden moeten worden (homeostase) voor de cellen.
  6. albuminen: spelen een rol bij het constant houden van de osmotische waarde van het bloed.
    globulinen: deel heeft transportfunctie. Immunoglobulinen zijn de antistoffen die ziekteverwekkers uitschakelen.
    fibrinogeen: belangrijk bij de bloedstolling. Het wordt tijdens de bloedstolling omgezet in het onoplosbare fibrine.
  7. ontstaan uit stamcellen in het rode beenmerg (wervels, platte beenderen + koppen pijpbeenderen)
  8. Het zijn platte cellen zonder kern en zonder mitochondriën (en andere grote celorganellen).
    De cel is vrijwel volledig gevuld met hemoglobine.
    De ingedeukte vorm maakt de cel soepel en zorgt ervoor dat de cel makkelijk door de haarvaten kan.
    Doordat de cellen plat zijn, is de diffusieafstand klein.
  9. Zuurstof bindt aan hemoglobine, waardoor er veel meer zuurstof in het bloed kan worden opgenomen.
    Zuurstof lost namelijk slecht op in water.
  10. zie overzicht afweer op Bioplek
  11. Het zijn stukjes van cellen. Ze hebben dus geen kern en geen DNA zodat er geen nieuwe eiwitten gemaakt kunnen worden.
  12. Voor stolling zijn noodzakelijk
    1.stoffen uit het plasma
    2.stoffen uit de bloedplaatjes plaatjes
    3.stoffen uit beschadigde cellen
    Stolling is een ingewikkeld proces. Als 1 van de stollingsfactoren ontbreekt kan er geen stolling plaatsvinden.
    De laatste stap in het ketenproces is de omzetting van oplosbaar eiwit fibrinogeen in een niet oplosbaar draadvormig eiwit fibrine. Dit sluit de wond af. De rode bloedcellen blijven erin hangen en vormen een korst.
    Tijdens het practicum wordt bloed onstolbaar gemaakt door Calcium dat nodig is voor de stolling te binden aan oxaalzuur. Het kan dan weer stolbaar gemaakt worden door een overmaat aan calcium toe te voegen.
    Bloed kan ook onstolbaar gemaakt worden door het fibrinogeen eruit te halen.


    Belangrijk: bloedplasma (=vocht) zonder fibrinogeen noemt men serum


bloedstolling