[home][inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

 

 

Ademhaling en circulatie

studiewijzer 5.3 (5 atheneum)
Antwoorden

Gaswisseling

Zie voor uitleg: overzicht gaswisseling

A. De luchtwegen

Hoofd doorsnede

73.
Zie
hoofd doorsnede.

74. Epitheel is weefsel dat de de holtes in het lichaam en de buitenkant van het lichaam bedekt.
Trilhaarepitheel bestaat uit cellen met trilharen.

75. Door de trilharen wordt stof in de luchtwegen afgevoerd naar buiten.

76. Lymfatisch weefsel is weefsel dat betrokken is bij de afweer door middel van witte bloedlichaampjes (lymfocyten). De amandelen beschermen het lichaam tegen via neus en mond binnendringende bacteriën.

77. organen borstholte.
78. -
79.
longblaasjes

B. Gaswisseling in de longen

80. -
81. De diffusie is rechtevenredig met de oppervlakte, de temperatuur en het concentratieverschil.

82. De diffusie is omgekeerd evenredig met de afstand die de moleculen moeten afleggen.

83.
a. korte afstand - De wand van de longblaasjes en de wand van de haarvaten bestaat uit 1 laag platte cellen
b.grote oppervlakten - de totale oppervlakte van alle
longblaasjes is ongeveer 100 m2
c.In neus en luchtwegen wordt de koude lucht voorverwarmd,
d.grote concentratieverschillen door het steeds verversen van de ingeademde lucht en het aan- en afvoeren zuurstofarm en koolstofdioxiderijk bloed naar de longblaasjes. Voor zuurstof wordt het concentratieverschil nog vergroot de de binding van zuurstof aan hemoglobine

84. Kleine organismen hebben in verhouding een groter oppervlak dan grote dieren.

Dier
inhoud
oppervlakte

verhouding opp/inhoud

1 mm3

1 mm3

6 x 1 mm2

1 : 6

1 cm3

1000 mm3

6 x 100 mm2

1 : 0.6

1 dm3

1000000 mm3

6 x 10000 mm2

1 : 0.06

85. Insecten die op het land leven moeten kunnen geen dunne huid hebben omdat ze anders te veel vocht zouden verliezen. Ze hebben een uitwendig skelet van chitine.Bovendien gebruiken insecten veel meer energie dan regenwormen, de oppervlakte van de huid zou niet voldoende zijn.

C. Longventilatie- longvliezen- adembewegingen

ademhalingsspieren

D. Longfunctie-Luchtverversing-Dode ruimte-Samenstelling van gassen

samenstelling uitgeademde lucht

87. -
88. 5 membranen, wandcel longblaasje in en uit, wandcel haarvat in en uit, rode bloedcel in.
89.

 

in weefsels

in longslagaders

in longblaasjes

partiële druk CO2

> 6,13

6,13

5,33

partiële druk O2

< 5.33

5.33

13,33

90. Hoe groter het verschil in druk (door concentratie moleculen) hoe sneller diffusie
91. Aërobe afbraaf van suiker in de mitochondriën

F. Andere ademhalingssystemen

vergelijken ademhalingsystemen

95. -
96. -
97. Exotherme waterdieren (warmbloedig) hebben een hoge en constante lichaamtemperatuur.Het op peil houden van die temperatuur kost veel energie. Er wordt dus veel suiker verbrand, dat kost veel O2. Water bevat minder O2dan lucht. Warmbloedige waterdieren (bijvoorbeeld walvissen en dolfijnen moeten dus steeds boven komen om adem te halen.

98. animatie tegenstroompricipe
Als beide vloeistoffen in dezelfde richting stromen, dan is het concentratie verschil alleen in het begin hoog.
Hier dus over de hele lengte een concentratie verschil en diffusie mogelijk.