[home][inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]
Atheneum 5 practicum cellen-weefsels-osmose5 blokuren
1. gespecialiseerde cellen (2 blokuren)
Doel:
In zicht krijgen in het verband tussen vorm en functie van gespecialiseerde cellen.Verschillende weefsels van planten en dieren kunnen herkennen.
Onderwerpen :
Bestuderen van de genoemde weefsels in detail.
Zoek in boeken op waar de onderstaande weefsels in het organisme zitten.
- Teken van ieder weefsel tenminste 3 cellen.
- Teken 1 cel minstens 5 centimeter groot.
- Beschrijf in het hoofdstuk 'resultaten' van je verslag hoe de cellen en weefsels te herkennen zijn.
- Bespreek in de nabespreking het verband tussen vorm en functie van de onderzochte weefsels.
Te onderzoeken weefsels:
Plant
- parenchym (vulweefsels) uit het merg van de stengel van maïs
- houtvaten uit het houtweefsel van een linde
- cambium uit de stengel van de boterbloem
- bastvaten uit de stengel van maïs
Dier
- beenweefsel
- kraakbeenweefsel uit luchtpijp
- epitheel uit de luchtpijp
- dwarsgestreepte spier
- Teken groot, dun en nauwkeurig.
- Teken met potlood.
- Teken alleen wat je ziet en niet wat je denkt te zien.
- Zet boven de tekening wat het voorstelt + de vergroting
- Verwijsstrepen met potlood en liniaal.
Zie techniekkaart 11.3 tekenen microscoop
2. Microscopisch preparaat van de wortel van de boterbloem (1 blokuur)
Je krijgt een wortel in alcohol en maakt hiervan een preparaat. (zie techniek 11.1)
Maak een schematische tekening. Dat is een tekening waarin je de grenzen van de verschillende soorten weefsels zo nauwkeurig mogelijk weergeeft.Kleur de wortel met floroglucine zie techniekkaart 11.2
De volgende weefsels moeten onderzocht worden:
- houtvaten
- bastvaten
- opperhuid(epidermis)
- endodermis
- schorsparenchym.
3. Osmose (2 blokuren)
Kiezen uit de volgende opdrachtkaarten:
- 2.Grensplasmolyse bij aardappelstaafjes
- 3.Bij welke temperatuur gaan de celmembranen van een rode kool kapot?
- 4.Wat is het verband tussen de lengte van een plantencel en de osmotische waarde van de vloeistof waarin de cel zich bevindt ?
- 6. Welke suikeroplossing (1% glucose of 1% sacharose) heeft de hoogste osmotische waarde?
- 5. Wat is de invloed van een het verhogen van de osmotische waarde op de werking van de kloppende vacuole van een eencellig zoetwaterdiertje?
- 7.Kunnen glucose, zetmeel, HCl en Jodium door een dialysemembraan?
- 8.Wat is de invloed van de turgor op het openen en sluiten van huidmondjes?
Het verslag van practicum 1 en 2
Van iedere opdracht maak je een verslag. Ieder verslag wordt ingedeeld in de volgende hoofdstukken:
Doel van de proef (1 zin)
Materiaal en methode (gebruikte preparaten, kleuring etc.)
Resultaten (Tekeningen en beschrijving)
Nabespreking (zeer kort functie weefsel) Het verslag van practicum 3zie het techniekkaart "Maken van een verslag 9.1"
Het verslag van practicum 3
Zie techniekkaart 9.1 en het stencil "Practicum - algemene inleiding"