[home][inhoud][inhoud bovenbouw][inhoud practicum][links]
©scholte/marree2000
Practicum Enzymen - opdrachten atheneum
Aanwijzingen
Tijdsduur 5 blokurenFilmpjes enzymen 1 en enzymen 2
Aanwijzingen experimenteel onderzoek: techniekkaart 9.4
- Zorg ervoor theoretisch goed op de hoogte te zijn van de werking van het enzym dat je gekozen hebt en van de eigenschappen van enzymen in het algemeen.
- Maak bij je verslag een inleiding waarin je die gegevens verwerkt.
Welk enzym is gebruikt (kijk op het potje)?
Wat is het substraat ?
Wat is het product ?
Hoe meet je de enzymwerking (substraatveradering per seconde of productverandering per seconde ?
Wat is de functie van het onderzochte enzym in het organisme waar het uitgehaald is? Komt dit enzym ook in mensencellen voor ?
- Ga na welke techniek je gaat gebruiken en test deze uit.
- Zoek uit welke concentraties enzym en substraat je nodig hebt om de metingen in een blokuur te kunnen doen.
- Zet de probleemstelling en de hypothese op papier voordat je begint.
- Ontwerp eerst je proefopstelling voordat je het uiteindelijke experiment gaat doen.
- Test de proefopstelling.
- Maak een volledig werkplan.
Problemen
De volgende problemen betreffende enzymwerking kunnen onderzocht worden.
Verwacht wordt dat door de verschillende groepen andere experimenten uitgevoerd worden.
- Wat is de invloed van de temperatuur op de werking van amylase?
- Wat is het verband tussen de enzymconcentratie en de werking van het enzym amylase?
- Wat is het verband tussen de substraatconcentratie en de werking van amylase?
- Hoe snel denatureert het enzym amylase bij verschillende temperaturen?
- Wat is de invloed van de pH op de werking van het enzym amylase?
- Wat is de invloed van de temperatuur op de werking van pepsine?
- Wat is de invloed van de pH op de werking van het enzym pepsine?
- Wat is de invloed van de temperatuur op de werking van lipase uit de pancreas?
- Wat is het verband tussen de enzymconcentratie en de werking van het enzym lipase uit de pancreas?
- Wat is de invloed van de temperatuur op de werking van het enzym katalse?
- Wat is de invloed van de pH op de werking van het enzym katalase uit aardappel?
- Hoe snel denatureert het enzym katalase uit de aardappel bij kamertemperatuur en bij een temperatuur van 30 graden Celsius?
- Hoe snel denatureren proteasen uit bepaalde vruchten (kiwi, ananas) bij verschillende temperaturen?
- Wat de invloed van de pH op de werking van proteasen uit bepaalde vruchten (kiwi,ananas)?
- Wat is de invloed van de enzymconcentratie op de werking van urease? (nog geen probleemkaart)
Ook kan geprobeerd worden de invloed van de pH te onderzoeken.Korte informatie over de enzymen
- Amylase (diastase) uit speeksel of uit pancreatine breekt zetmeel af tot maltose.
De werking van amylase is aantoonbaar door zetmeel met lugol-oplossing blauw te kleuren de
ontkleuring is bijvoorbeeld meetbaar met de colorimeter.
- Pepsine uit maagsap splitst eiwitten in grote brokstukken.
De werking is meetbaar doordat een troebele eiwitoplossing helderder wordt na de afbraak.
De troebeling is meetbaar met de colorimeter.
- Lipase uit pancreatine (pancreatine bevat alle enzymen van het alvleessap).
Lipase - breekt vetten af tot vetzuren en glycerol.
De werking van lipase is aantoonbaar door titratie van de vetzuren die ontstaan bij de afbraak van vet.
- Peroxidase (catalase) uit gemalen aardappel breekt H202 of gist af tot water en zuurstof. De vrijkomende zuurstof is maat voor enzymwerking.
- Urease. Dit enzym gebruiken planten om ureum uit urine af te breken tot ammoniak en koolstofdioxide. De vrijkomende ammoniak verandert de electrische geleiding van water.
- Proteasen splitsen eiwitten (proteïnen). In bepaalde vruchten (bekend is kiwi's en ananas) komen proteasen voor. Wanneer die vruchten gebruikt worden bij het maken van gelatinepuddingen, mislukken die regelmatig.
Gelatine wordt gemaakt uit eiwitten die afkomstig zijn uit o.a. beenderen. Door de bewerking worden de eiwitten beschadigd, waardoor de gelatine uit polypeptiden bestaat.
Doordatr de proteasen op de gelatine inwerken, wordt de gelatine niet meer stijf.
Bron: Karel Knip, Alledaagse wetenschap, NRC 25-09-2004
![]()