[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]
Termen en begrippen eindexamen biologie Havo - tweede fase 12 Planten
Transport bij planten
welke stoffen
Transport gaat via de vaatbundels - zie ook bouw blad
transport omhoog
- water en zouten
- in vroege voorjaar ook organische stoffen voor uitlopen van knoppen
- door houtvaten
transport omlaag
- opgeloste organische stoffen (vooral sacharose)
- door bastvaten
oorzaken transport
Transport in de stengel
transport omhoog ontstaat door:
- zuigkracht van de bladeren
- water verdampt via de huidmondjes
- osmotische waarde van de cellen van het blad neemt toe
- water wordt aangezogen uit de houtvaten
- worteldruk
- wortel neemt zouten op
(kost energie - actieve opname)- osmotische waarde neemt toe
- water wordt aangezogen uit de bodem
(kost geen energie - passieve opname - osmose)- capillaire werking
Transport in de cel
passief transport
- kost geen energie
- difffusie
- kleine (ongeladen) moleculen
- O2 en CO2
- water (door osmose = passief)
actief transport
- kost energie
- opname van zouten (mineralen) uit de bodem
cytoplasmastroming - transport in de cel
Gaswisseling
blad
huidmondjes
- in opperhuid blad
- twee sluitcellen rond opening
- licht --> huidmondjes open
- CO2 opgenomen (voor fotosynthese)
- O2 afgegeven
- water verdampt (--> water aangezogen uit houtvaten)
- donker --> huidmondjes dicht
- veel verdamoing (erg warm, erg droog e.d.) --> huidmondjes gaan ook overdag dicht
Voeding bij planten
voedingsstoffen
Anorganische stoffen --> organische stoffen van gemaakt (autotroof)
- zouten (actief opgenomen via wortels)
nitraat uit bodem
sulfaat uit bodem
fosfaat uit bodem- CO2 uit de lucht(opgenomen via huidmondjes) door diffusie
- water (opgenomen via wortels)
assimilatie
Assimilatie --> energie nodig
fotosynthese
- energie komt uit licht
- vorming van glucose uit koolstofdioxide en water
zuurstof blijft over
koolstofdioxide + water --> glucose + zuurstof
Blad en fotosynthese- in chloroplasten (bladgroenkorrels)
voortgezette assimilatie
- vorming van eiwitten uit glucose en zouten - vooral nitraten nodig
- vorming van andere organische stoffen (vetten en andere koolhydraten) uit glucose
- vorming van eiwitten uit aminozuren
gebruik
organische soffen
Glucose wordt voor een deel verbruikt bij de dissimilatie --> energie vrijmaken
Uit glucose worden gemaakt:
- andere koolhydraten
- andere suikers
- zetmeel --> opslag in zetmeelkorrels
vooral in:
- zaden
in zaden kunnen ook eiwitten en vetten als reservevoedsel zitten- verdikte delen van stengels
- verdikte delen van wortels
- cellulose - voor de celwanden
- vetten - als bouwstof en als reserve (zaden)
- eiwitten (ook nitraten uit de bodem voor nodig)
- bouwstof
- enzymen
Stevigheid
turgor
Celwand en vacuole zorgen voor stevigheid van plantencellen - Turgor
- celinhoud heeft een hogere osmotische waarde dan de omgeving
- cel neemt water op
- vacuole wordt groter
- vacuole drukt tegen de celwand - deze rekt uit
- er ontstaat turgor