![]()
Termen en begrippen eindexamen biologie Havo - tweede fase 17. Regeling - zenuwstelsel en spieren
zenuwstelsel
Indeling niet in 2008 en 2009
Indeling op grond van ligging:
- centraal zenuwstelsel
- hersenen
- grote hersenen
- kleine hersenen
- hersenstam
- ruggenmerg
- perifeer zenuwstelsel (= "aan de buitenkant")
- zenuwen
bevatten uitlopers van zenuwcellen
- sensorische zenuwcellen
- motorische zenuwcellen
Indeling op grond van werking
- animale zenuwstelsel
- staat onder invloed van de wil
- verzorgd bewegingen
- centra liggen voornamelijk in grote hersenen
- autonome zenuwstelsel
- staat niet onder invloed van de wil
voor onbewuste functies- regelt allerlei lichaamsfuncties
o.a.
- hartslag
- spijsvertering
- centra in hersenstam
Centraal zenuwstelsel niet in 2008 en 2009
Bouw - gebruik Binas of Biodata
Grote hersenen
- bevat
- schakelcellen
en- cellichamen van motorische en sensorische zenuwcellen
- verwerking van waarnemingen
- impulsen uit zintuigen komen via uitlopers van sensorische zenuwen binnen in zintuigcentra (sensorische centra)
- vanuit bewegingscentra (motorische centra) gaan impulsen via motorische zenuwcellen naar spieren
- verbindingen tussen de verschillende onderdelen worden verzorgd door schakelcellen
- opwekken van impulsen (in bewegingscentra)
- bewustzijn
- geheugen
Kleine hersenen
- coördinatie van spierbewegingen
Hersenstam
- is voortzetting van ruggenmerg
- bevat centra van autonome zenuwstelsel
o.a.
- voor ademhaling
- lichaamstemperatuur
- aantal reflexen verloopt via hersenstam
o.a. pupilreflexRuggenmerg
- iin wervelkolom
- bevat cellichamen van motorische zenuwcellen en schakelcellen (in grijze stof)
- cellichamen van sensorische zenuwcellen in verdikking aan de rugkant
- reflexen (vanaf de hals) verlopen via het ruggenmerg
- schakelcellen geven impulsen van en naar de hersenen door
Autonoom zenuwstelsel niet in 2008 en 2009
Bestaat uit:
orthosympatisch deel en parasympatisch deel
- naar ieder orgaan (doelwitorgaan) gaat een orthosympatische zenuw en een parasympatische zenuw (dubbele innervatie)
- deze hebben een tegengestelde werking
Functie - gebruik Binas of Biodata
orthosympatisch zenuwstelsel
- stimuleert organen die met activiteit te maken hebben:
- versnelling ademhaling
- versnelling hartslag
- verhoging dissimilatie (om energie vrij te maken)
- remt (vertraagt) spijsvertering
parasympatisch zenuwstelsel
- stimuleert spijsvertering
- remt (vertraagt) hartslag en ademhaling
Zenuwcellen niet in 2008 en 2009
Bouw - gebruik Binas of Biodata
zenuwcel bestaat uit:
- cellichaam
hierin zit de kern- uitlopers
- met myelineschede
- snelle impulsgeleiding
- lange uitlopers van zintuigen en naar spieren
- zonder myelineschede
- langzamere impulsgeleiding
- contacten met andere zenuwcellen in centraal zenuwstelsel
- synapsen
- contactplaats met andere zenuwcel
- motorische eindplaatjes
- alleen bij motorische cellen
- impuls wordt daar overgedragen op spier
Typen zenuwcellen:
schakelcellen
- komen (vrijwel alleen) in het centrale zenuwstelsel voor
zowel cellichamen als uitloperssensorische zenuwcellen
- cellichamen liggen in een verdikking aan de rugkant van het ruggenmerg
- lange uitloper
- impulsen lopen van zintuig naar centraal zenuwstelsel (ruggenmerg of hersenen)
- korte uitlopers
- geven impulsen door aan schakelcellen
motorische zenuwcellen
- cellichamen liggen in het centrale zenuwstelsel
- lange uitloper
- impulsen lopen van centraal zenuwstelsel naar spieren (of klieren)
- korte uitlopers
- ontvangen impulsen van schakelcellen
Werking zenuwcel niet in 2008 en 2009
Impuls - elektrisch stroompje
- ontstaat als prikkel sterk genoeg is - boven de prikkeldrempel
- impulssterkte is altijd gelijk
- bij sterkere prikkel worden meer impulsen per tijdeenheid doorgegeven - de impulsfrequentie neemt toe
- zenuwcel heeft na ieder impuls een korte herstelperiode nodig
- kan dan niet geprikkeld worden
De meeste impulsen leiden niet tot bewustwording
- hersenen selecteren
- alleen belangrijke verandering in omgeving leidt tot waarneming (en eventueel reactie
- impulsfrequentie neemt af als bepaalde prikkel lang aanhoudt
- gewenning
Synaps - verbreed deel aan einde van uitloper van zenuwcel
- impuls gaat daar over op andere zenuwcel
- kan maar in één richting impulsen doorgeven
- tussen de twee zenuwcellen zit een synapsspleet
- impuls --> neurotransmittor uit synaps komt in de spleet terecht
- in volgende zenuwcel ontstaat een impuls
Reflexen niet in 2008 en 2009
Reflex - snelle (automatische) reactie op bepaalde prikkel
bijvoorbeeld:reflexen zijn belangrijk
- bij lichaamshouding
- als bescherming
bijvoorbeeld als je per ongeluk iets heets aanraakt- bij bewegingen
- coördiantie van spieren
- bijvoorbeeld bij lopen en fietsen
Spieren
Bouw en werking niet in 2008 en 2009
Bouw spier - gebruik Binas of Biodata
Dwarsgestreepte spieren (skeletspieren en hartspier)
- werken onder invloed van de wil
- aangestuurd het animale zenuwstelsel
- spier kan alleen actief samentrekken - niet ontspannen
- andere spier nodig met tegengestelde werking - antagonist
- hatspier is uitzondering
- holle spier
- niet onder invloed van de wil - verbonden met autonome zenuwstelsel
Gladde spieren (spieren van maag en darmen)
- werken onwillekeurig (niet onder invloed van de wil )
- aangestuurd door het autonome zenuwstelsel
- tragere werking
- kan langer samengetrokken blijven (is minder snel vermoeid)
Training niet in 2008 en 2009
Duurtraining
voor bijvoorbeeld
- wielrennen
- lange afstandlopen
doel:
- verbeteren uithoudingsvermogen
- vooral aërobe dissimilatie van belang
- verbeteren zuurstofvoorziening van de spieren
effect:
- aantal mitochondriën in spiercellen neemt toe
- bloedvoorziening van de spier wordt beter
- aantal bloedvaten in spieren neemt toe
- hartminuutvolume wordt groter
Krachttraining
voor bijvoorbeeld
- sprint
- krachtsport (kogelstoten e.d.)
doel:
- versterken spieren
effect:
- spieromvang neemt toe
- meer spiervezels