[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

 

 

Termen en begrippen eindexamen Havo deel 14


Regeling - zintuigen

zintuigen

Algemene kenmerken

niet in 2008 en 2009

Prikkels: veranderingen in milieu

  • uitwendige prikkel
    verandering in omgeving
  • inwendige prikkel
    verandering in inwendige milieu
    bijvoorbeeld:
    • hoeveelheid CO2 in het bloed
    • lichaamstemperatuur

Adequate prikkel: prikkel die bij een bepaald zintuig hoort

  • licht --> oog
  • geluid --> oor
  • geur --> neus
  • smaak (zoet zuur zout en bitter) --> tong
  • druk --> drukzintuigjes in huid
  • temperatuur --> warmte- en koudezintuigjes in huid
  • lichte aanraking --> tastzintuigjes in huid
  • houding en beweging --> evenwichtszintuig (vlak bij het inwendige oor)

Prikkeldrempel

  • prikkel moet bepaalde sterkte hebben anders reageert het zintuig niet
    prikkelsterkte moet boven de drempelwaarde liggen

Gewenning

  • zintuig geeft minder of geen impulsen door als een bepaalde prikkel steeds herhaald wordt

Impuls

  • zwak elektrisch stroompje
  • verloopt langs zenuwcellen

Zintuig

  • neemt prikkel waar
  • als prikkel boven de prikkeldrempel ligt ontstaan er ontstaat impulsen
  • aantal impulsen hangt af van de sterkte van de prikkel
oog - onderdelen

niet in 2008 en 2009

 

 

 

 

 

 

 

 

Bouw oog: gebruik Binas

Functies onderdelen

  • oogspieren: draaien oog
  • pupil: regelen hoeveelheid licht die op het boog valt
  • hoornvlies en glasachtig lichaam: lichtbreking (samen met lens)
  • lens: accommoderen
  • netvlies: waarnemen licht
  • vaatvlies: bevat de bloedvaten
  • traanklieren - maken traanvocht
    • spoelt stof weg
    • beschermt oogbol tegen uitdroging
  • oogzenuw - geleidt impulsen naar hersenen

oog - werking lens

niet in 2008 en 2009

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Accommoderen = het boller maken van de lens

  • bolle lens voor dichtbij kijken
    lichtstralen worden sterk afgebogen
  • platte lens voor veraf kijken
    lichtstralen worden minder sterk afgebogen

boller en platter worden door:

  • straalvormig lichaam
    bestaat uit:
    accommodatiespier met lensbandjes

    werking:
    dichtbij kijken
    • accommodatiespier trekt samen
    • lensbandjes gaan slap hangen
    • ooglens wordt boller

    veraf kijken

    • accommodatiespier ontspant
    • lensbandjes gaan strak staan
    • lens wordt afgeplat

Verziendheid

  • alleen in de verte goed scherp kunnen zien
    oorzaak:
    • oogas te kort of lens kan niet bol genoeg worden

    verbeteren

    • met bolle (positieve) lens
    • lens versterkt de werking van de ooglens

    ouderdomsverziendheid

    • lens wordt minder elastisch --> kan minder goed bol worden

Bijziendheid

  • alleen dichtbij scherp kunnen zien
    oorzaak:
    • oogas te lang of lens kan niet plat genoeg worden

    verbeteren met:

    • holle (negatieve lens)
    • lens doet tegenovergestelde als ooglens

Staar - lens wordt ondoorzichtig

oog - netvlies

niet in 2008 en 2009

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Netvlies bestaat uit:

  • zintuigcellen
    • staafjes
      • gevoelig voor alle golflengtes van zichtbare licht --> geen kleuren mee waarnemen
      • lagere drempelwaarde dan kegeltjes --> van belang voor zien in schemering
    • kegeltjes
      • vooral in gele vlek
        minder aan de zijkanten van het netvlies
      • gevoelig voor licht van bepaalde golflengtes (kleuren)
        • drie typen kegeltjes
          voor blauw, rood en groen licht
        • waarnemen van wit doordat alle drie de typen geprikkeld worden
      • hogere drempelwaarde dan staafjes
  • pigmentcellen
    • voor lichtabsorptie van licht dat langs de staafjes en kegeltjes gaat
    • voorkomt terugkaatsen van licht

    ontbreken vaak bij nachtdieren --> licht wordt teruggekaatst --> licht passeert opnieuw de zintuigcellen

Gele vlek

  • deel netvlies in verlengde van oogas
  • bevat vrijwel alleen kegeltjes

Blinde vlek

  • bevat geen zintuigcellen
  • zenuwuitlopers verlaten op die plaats het oog

oog - pupil

niet in 2008 en 2009

 

 

 

 

 

 

 

 

Pupilreflex (zie ook Bouw oog):

  • veel licht --> kleine pupil
  • weinig licht --> grote pupil

    reflex:

  • hoeveelheid licht
  • waargenomen door staafje en kegeltjes
  • mpulsen naar hersenen via sensorische zenuwuitlopers
  • schakelcellen verwerken informatie
  • impulsen via motorische zenuwuitlopers naar kringspier van iris
  • kringspier trekt samen
  • pupil wordt kleiner (bij veel licht) of groter (bij weinig licht)

gezichtsbedrog

niet in 2008 en 2009

ogen nemen juist waar
hersenen interpreteren verkeerd