![]()
Termen en begrippen eindexamen Havo deel 16 Erfelijkheid
termen/begrippen erfelijkheid
chromosomen
- bestaan uit DNA
Voor bouw DNA- gebruik Binas 0f Biodata- bij alle organismen op dezelfde manier gebouwd
- alleen volgorde van de nucleotiden is anders
- bevatten de codes voor de erfelijke eigenschappen
- zitten in de kern (behalve bij bacteriën)
- komen meestal in paren voor
één afkomstig van vader, één afkomstig van moeder
- 2n per kern = diploïd
bij mens 2n = 46- bij geslachtscellen n per kern = haploïd
mutatie - verandering in het DNA
- komen spontaan voor
- bijvoorbeeld door fout bij kopiëren van het DNA
- kunnen veroorzaakt worden door straling
bijvoorbeeld
- radioactieve straling, röntgenstraking
- door bepaalde stoffen (mutagene stoffen)
bijvoorbeeld
- teer (sigaretten), asbest
genen
gen (genen)
- stukje van het DNA dat de informatie bevat voor de vorming van een eiwit
- eiwitten zijn bouwstoffen van de cel
- een groot deel werkt als enzym
- regelt via enzymen de processen in de cel:
- er wordt kopie gemaakt van deel van het gen = transcriptie
- kopie is RNA
- RNA gaat door de kernmembraan naar ribosoom in cytoplasma
- ribosoom leest RNA af = translatie
aminozuren worden in bepaalde volgorde aan elkaar gekoppeld --> eiwitgenotype
- geeft aan welke genen (allelen) op de chromosomen liggen
fenotype
- de uiteindelijke eigenschappen van een individu
- wordt bepaald door
- de samenstelling van het DNA (het genotype)
en- milieufactoren
- invloed van het milieu op ontstaan van het fenotype kan goed onderzocht worden bij tweelingen
- een-eiïge tweelingen hebben hetzelfde genotype --> verschillen moeten veroorzaakt zijn door milieufactoren
- twee-eiïge hebben verschillende genotypen en fenotypen
toepassingen
landbouw en veeteelt ongeslachtelijke voortplanting
wordt toegepast als:
- nakamelingen precies dezelfde erfelijke eigenschappen moeten hebben
- er ontstaat een kloon
klonen kunnen ontstaan door
- knollen en bollen uit te planten
- planten te stekken
- een weefselkweek te maken
- bij dieren o.a. door delende eicel te splitsen
geslachtelijke voortplanting
wordt toegepast om
- nieuwe combinaties van erfelijke eigenschappen te krijgen = recombinatie
- twee geslachtscellen met verschillend DNA versmelten met elkaar --> nieuwe combinatie
veredelen
kruisen van planten/dieren met bepaalde eigenschappen
- uitzoeken individuen met gewenste eigenschap = selecteren
- deze indivuduen onderling kruisen
- fokken (bij dieren)
- kweken (bij planten)
- nakomelingen opnieuw selecteren
- enzovoort
nadelen
- verlies aan genetische variatie
- kwetsbaarder voor ziektes
- verlies van bepaalde genencombinaties
- kunnen alleen met veel moeite opnieuw verkregen worden
oplossing:- inrichten van zgn genenbanken (opslagplaats van zaden)
nieuwe technieken
moderne methode om organismen met nieuwe eigenschappen te krijgen
- genetische modificatie (genetische manipulatie)
wijziging van DNA door
- mutatie op te wekken door bijv straling of mutagene stoffen
- "vreemde" genen in te bouwen in (ei)cel
recombinant-DNA-techniekook toegepast bij:
- bacteriën
voor o.a.
- wasmiddelen
- medicijnen en hormonen
- zuivering van afvalwater
- productie van voedsel
voordelen:
- jarenlang kruisen niet meer nodig (tijdwinst)
- nieuwe soorten gevormd met voor ons gunstige eigenschappen
- dieren worden meer geschikt om organen voor transplantatie te leveren
nadelen:
- minder genetische variatie --> kwetbaarder als bepaalde ziekte uitbreekt
- verspreiding van de eigenschap onder in het wild voorkomende soorten (door toevallige kruising)
- gevaar dat meer bestrijdingsmiddelen gebruikt gaan worden omdat de gekweekte plant daar resistent tegen gemaakt is
mens prenatale diagnostiek
onderzoek van embryocellen van embryo worden gekweekt en onderzocht op:
- aantal chromosomen
- karyogram wordt gemaakt
- bijvoorbeeld om te onderzoeken of een baby trisomie 21 (syndroom van Down) heeft
- afwijkingen in de chromosomen bij bepaalde erfelijke ziektes
voordeel
- vroegtijdig ontdekken van ernstige afwijkingen bij embryo --> keuze om zwangerschap door te zetten of af te breken
nadelen
- keuze maken is moeilijk
- vlokkentest en vruchtwaterpunctie zijn niet geheel zonder risico
- kunnen in enkele gevallen leiden tot miskraam
vlokkentest
- via de vagina (of via de buikwand) worden cellen uit buitenste vruchtvlies opgezogen
- kan vanaf negende week
vruchtwaterpunctie
- via de buikwand wordt vruchtwater opgezogen
- vruchtwater bevat cellen van de foetus
- kan vanaf zestiende week
- minder risico voor foetus dan vlokkentest
kruisingen
termen Termen die je toe moet kunnen passen in kruisingen
allel (allelen)
- een bepaald gen kan verschillende vormen hebben
bijvoorbeeld:
het gen voor oogkleur kan voor wiitte ogen zorgen of voor rode ogen
Men spreekt dan van:
- het allel voor witte ogen en
- het allel voor rode ogen
- Diploïde organismen hebben van een gen altijd twee allelen
- één allel is afkomstig van de moeder, één van de vader
dominant
- dominant allel komt bij heterozygoot tot uiting in het fenotype
recessief
- recessief allel komt in heterozygoot niet tot uiting in het fenotype
- komt alleen tot uiting in het fenotype als op andere chromosoom ook het recessieve allel aanwezig is (homozygoot)
intermediair
- beide allelen komen bij heterozygoot tot uiting
- er is geen dominant en recesiief allel
homozygoot
- individu heeft van bepaald gen twee gelijke allelen
heterozygoot
- individu heeft van bepaald gen twee verschillende allelen
uitkomsten voorspellen
Uitkomst kunnen voorspellen met behulp van kansberekening van: