![]()
Termen en begrippen eindexamen Havo deel 17 voortplanting, groei en ontwikkeling
bouw en functie geslachtsorgaan
vrouw niet in 2008 en 2009
Primaire geslachtskermerken (gebruik Binas)
- 2 eierstokken (ovaria - enkelvoud ovarium)
- rijping eicel (één per maand)
- meiose
- uit één diploïde cel ontstaat één eicel
- vorming vrouwelijk geslachtshormoon (oestrogeen)
- 2 eileiders
- opvangen eicel na ovulatie (met trechtervormig uiteinde)
- bevruchting
- transport bevuchte eicel --> baarmoeder
- baarmoeder
- innessteling bevruchte eicel (in de slijmvlieslaag)
- groi en ontwikkeling van bevruchte eicel
- schede (vagina)
- kittelaar (clitoris)
- gevoelig voor prikkeling --> orgasme
Secundaire geslachtskenmerken
- ontstaan tijdens de puberteit o.i.v. hormonen (oestrogenen)
- ontwikkeling borsten, groei schaam- en okselhaar, meer onderhuidsvet, menstruatiecyclus
menstruatiecyclus niet in 2008 en 2009
Menstruatiecyclus
- gemiddelde duur: 28 dagen
- geregeld door hormonen (gebruik Binas)
- FSH uit de hypofyse
- in gang zetten groei / rijpen follikel
in de follikel zit de eicel- folklikelcellen maken oestrogeen
- o.i.v. oestrogeen wordt in de baarmoeder de slijmvlieslaag dikker
- LH uit de hypofyse
- stimuleert de ovulatie (eisprong) - ± 14e dag van de cyclus)
- stimuleert na de ovulatie de vorming van het gele lichaam (uit de lege follikel)
- geel lichaam vormt progesteron (zwangerschapshormoon)
- o.i.v. progesteron wordt het baarmoederslijmvlies nog dikker
- via oestrogeen en progesteron negatieve terugkoppeling op de hypofyse
- ovulatie
- eicel komt vrij uit het follikel
- wordt opgevangen door de eileider
- eicel leeft ongeveer 24 uur (en lost daarna op)
- menstruatie
- baarmoedersliijmvlies komt naar buiten (ongeveer 2 weken na de ovulatie)
man niet in 2008 en 2009
Primaire geslachtskenmerken (gebruik Binas)
- 2 zaadballen (testes - enkelvoud testis testis)
- vorming zaadcellen (spermacellen)
- mitose voor aanmaak nieuwe zaadmoeder cellen
- meiose voor vorming zaadcellen
- uit één diploïde cel ontstaan 4 zaadcellen
- vorming mannelijk geslachtshormoon (testosteron)
- 2 bijballen
- opslag van zaadcellen
- 2 zaadleiders
- transport van zaadcellen
- 2 zaadblaasjes
- monden uit in de zaadleiders
- toevoegen van vocht aan zaadcellen bij zaadlozing
- prostaatklier
- afluiten urineblaas bij zaadlozing
- toevoegen van vocht aan zaadcellen bij zaadlozing
zaadcellen + vocht uit zaadblaasjes en prostaat = sperma
- penis
- zwellichaam --> erectie
- eikel --> gevoelig voor prikkeling --> orgasme (vergelijk clitoris)
Secundaire geslachtskenmerken
- ontstaan tijdens de puberteit o.i.v. hormonen (gebruik Binas)
- lagere stem (baard in de keel), haargroei op het gezicht en lichaam, groei schaam- en okselhaar, zaadlozing
vruchtbaarheid
niet in 2008 en 2009 Vruchtbare periode
Een vrouw kan zwanger worden als ze 3 dagen voor, tijdens of een halve dag na de ovulatie geslachtsgemeenschap heeft.
Want:
- eicel is tot 12 uur (halve dag) na ovulatie te bevruchten
- zaadcellen blijven leven maximaal 3 dagen in baarmoeder en eileders in leven
De ovulatie vindt ongeveer halverwege de cyclus plaats. Bij een gemiddelde duur van 28 dagen, rond de 14edag.
Maar er zijn grote verschillen in lengtes van de cycli en niet iedereen heeft een regelmatige cyclus.
niet in 2008 en 2009 factoren die invloed hebben op de vruchtbaarheid
- goede voeding
- algemene gezondheidstoestand
- door ziekten wordt de kwaliteit van zaadcellen minder
- leeftijd
- bij hogere leeftijd vrouw meer kans op syndroom van Down
- temperatuur in de testes
- ideale temperatuur voor vormen van zaadcellen is ± 35°C
- milieufactoren
- giftige stoffen kunnen de vruchtbaarheid verminderen
bijv. stoffen die lijken op geslachtshormonen
groei en ontwikkeling
ontwikkeling voor de geboorte niet in 2008 en 2009
Embryonale ontwikkeling --> bevruchting, embryologie zoogdieren
- bevruchting
- bevruchte eicel heet zygote
- transport door de eileider
- klievingsdelingen (mitose)
- wel delingen, geen plasmagroei --> klompje cellen
- in bolletje cellen ontstaat een holte met vocht
- innesteling in baarmoederslijmvlie
- ontwikkeling van het embryo
- na twee maanden zijn alle organen aangelegd --> foetus
- foetus
- in vruchtwater
- beschermd foetus tegen druk en stoten
- rond vruchtwater zitten de vruchtvliezen --> houdt vruchtwater vast en beschermd tegen infecties van buitenaf
- krijgt voeding via placenta (moederkoek)
- bevat bloedvaten van moeder en van kind)
- uitwisseling stoffen tussen moeder en kind
- via navenstreng verbonden met kind
- navenstrenslagaders (bloed van kind naar placenta)
- vervoer koolstofdioxide en andere afvalstoffen)
- navelstrengader (bloed van placenta naar kind)
- vervoer zuurstof en voedingsstoffen
tweelingen niet in 2008 en 2009
een-eiige tweeling
- ontstaan door bevruchting van één eicel en één zaadcel
- zelfde erfelijke eigenschappen (dus altijd 2 meisjes of twee jongens)
- na de eerste klievingsdeling van de bevruchte eicel, ontwikkelen de twee ontstane cellen zich zelfstandig
twee-eiige tweeling
- ontstaan door bevruchting van twee eicellen
- verschillende erfelijke eigenschappen (als bij willekeurige broers en zussen)
ontwikkeling tot volwassene
niet in 2008 en 2009
puberteit
- 12 tot 16 jaar
- lichamelijke veranderingen
- groeispurt
- ontstaan secundaire geslachtskenmerken
- geestelijke veranderingen
- meer zelfstandiheid
- interesse krijgen voor seksualiteit
- groei beïnvloed door
- voeding
- veel eiwitten nodig
- hormonen
- geslachtshormonen en groeihormonen (gebruik Binas)
anticonceptie
anticonceptimethoden niet in 2008 en 2009
voorbehoedmiddelen
- pil
- bevat oestrogeen en progesteron
- remt hypofyse (--> geen FSH en LH)
daardoor gaat er geen follikel met eicel rijpen- wel menstruatie
- verkrijgbaar via huisarts
- condoom
- voorkomt dat zaadcellen in het lichaam van de vrouw komen
- overal verkrijgbaar
- spiraaltje
- komt in de baarmoeder te zitten
- voorkomt innesteling van een bevruchte eicel
- moet door arts ingebracht worden
- pessarium
- rubber kapje
- dekt de baarmoederhals af
- moet gebruikt worden in combinatie met zaaddodende pasta
- voorkomt dat zaadcellen via de baarmoeder bij de eicel kunnen komen
- moet na de geslachtsgemeenschap 8 uur blijven zitten
- sterilisatie
- eileiders of zaadleider worden onderbroken
- wel productie van geslachtscellen, maar ze kunnen het lichaam niet meer verlaten.
- hromoonproductie gaat gewoon door --> geen invloed op de seksualiteit.
SOA's niet in 2008 en 2009
Seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA's)
- infectie via direct contact tussen slijmvliezen van geslachtsorganen, mond en anus
- kans groter bij wisselende partners
- voorkomen door condoom te gebruiken
![]()