![]()
Termen en begrippen eindexamen Havo deel 18 huid en immuniteit
Huid
Bouw Bouw huid (gebruik Binas of Biodata)
- opperhuid (dekweefsel)
- hoornlaag - dode cellen
- kiemlaag - delende cellen
- in deze laag ook pigmentcellen
- pigment wordt onder invloed van het zonlicht gevormd
- beschermt tegen UV-straling
- pigmentdichtheid is erfelijk bepaald
- lederhuid (bindweefsel)
- bloedvaten
- zweetkliertjes
- talgkliertjes
- haarzakjes (van waaruit haren groeien)
- zenuwen
- tast-, druk- en temperatuurzintuigjes
- onderhuidsbindweefsel
- hier vet opgeslagen in vetcellen
functies:
- isolatielaag
- beschermd tegen stoten
- voorraad brandstof
Handhaving temperatuur
handhaving lichaamstemperatuur
te hoge lichaamstemperatuur
- bloedvaaatje in de huid worden wijder
- meer warmteafgifte
- zweetkliertjes produceren zweet
- verdampen van zweet onttrekt warmte aan de huid --> afkoeling
te lage lichaamtemperatuur
- bloedvaatje in de huid worden nauwer
- spieractiviteit (plappertanden, rillen)
- warmte komt vrij bij verbarnding
- opzetten haren (speelt bij mens geen rol) --> dikkere vacht --> meer isolatie
Overige functies
Huid :
- beschermt tegen infecties
d.w.z. voorkomt binnendringen van micro-organismen (bacteriën, virussen, schimmels)- beschermt andere organen tegen beschadiging
- beschermt tegen UV-straling
- Ultra-violetlicht kan het DNA in cellen beschadigen en kanker veroorzaken
- maakt vitamine-D
- nodig voor ontwikkeling van het skelet
Invloed zonlicht
Effecten zonlicht (UV-straling)
- vorming pigment
- geeft gescherming tegen UV-straling
- kans dat door UV-straling het DNA van de cellen in de kiemlaag bescgadigd wordt
- huidkanker
- vitamine D wordt gevormd
Afweer
a-specifieke afweer
Bescherming tegen binnendringen van micro-organismen door:
- huid en slijmvliezen
- maagzuur (HCl)
- koorts
- door hogere temperatuur snellere afbraak van de zieketverwekkers door het lichaam
- vreetcellen (macofagen)
- witte bloedcellen die door fagocytose de ziektekiemen inschadelijk maken
Specifieke afweer
Natuurlijke immuniteit
- antigenen drnigen lichaam binnen
kan zijn:
- bacterie,
- virus
- andere voor het lichaam vreemde cellen (bijvoorbeeld bij transplantatie) of vreemde stoffen
- witte bloedcellen (lymfocyten) maken antistoffen
- eiwitachtige stoffen
- werken specifiek d.w.z. tegen één bepaald antigeen
- antistoffen blijven langere tijd aanwezig
- er blijven "geheugencellen" aanwezig
- waardoor witte bloedcellen bij volgende infectie sneller antistoffen kunnen produceren
- aanwezigheid van antistoffen (seropositief) wijst op besmetting met bepaalde ziektekiem
kunstmatige immuniteit
Actieve kunstmatige immuniteit
- vaccin wordt ingespoten
- vaccin bevat dode of verzwakte ziektekiemenen
- kunnen zich niet meer vermenigvuldigen
- lichaam reageert als bij natuurlijke immuniteit:
- antsistoffen worden gevormd
- "geheugencellen" blijven aanwezig
- levert langdurige immuniteit op
- toepassen voordat er sprake is van infectie
Passieve kunstmatige immuniteit
- antistoffen worden ingespoten via serum
- serum is de bloedvloeistof die overblijft na stolling (bevat geen bloedcellen en stollingseiwittenm)
- zo gekregen antistoffen worden weer snel afgebroken
- levert kortdurende immuniteit op
- toepassen nadat er infectie is opgetreden
- baby's worden passief immuun voor aantal ziekten via de placenta en later de moedermelk
Infecties veroorzaakt door Bacteriën (en schimmels) kunnen ook bestreden worden met antibiotica (geneesmiddel)
Bloedgroepen
ABO-systeem
Bloedgroepen
- antigeen zit in de membranen van de rode bloedcellen
- antistoffen zitten in het bloedplasma
Bloedgroep A
- antigeen A
- antistof tegen B
Bloedgroep B
- antigeen B
- antistof tegen A
Bloedgroep AB
- zowel antigeen A als antigeen B aanwezig
- geen antistoffen tegen A of B
Bloedgroep O
- geen antigenen aanwezig
- antistof tegen A en B aanwezig
Resusfactor
Resuspositief
- resusantigeen in membraan rode bloedcellen
- geen antistof
Resusnegatief
- geen resusantigeen aanwezig
- geen antistof aanwezig, tenzij na bloedtransfusie of ander contact met resuspositief bloed
Probleem bij zwangerschap van:
resusnegatieve moeder met resuspositief kind (resuskind)oorzaken:
- moeder heeft na contact met resuspositief bloed de anti-resus antistof gemaakt
- na eerdere zwangerschap met resuspositief kind heeft moeder na de geboorte de anti-resus antistof gemaakt
- resus-antistof kan via de placenta in het lichaam van het kind komen --> klontering rode bloedcellen van het kind --> O2-tekort
voorkomen:
- moeder na geboorte direct een injectie geven met anti-resus antistof
- eigen immuunsysteem wordt dan niet geactiveerd
- geen productie van resus-antistof door moeder
- ingebrachte antistoffen worden weer snel afgebroken (vergelijk passieve immunisatie)
![]()