[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

 

 

Termen en begrippen eindexamen biologie Havo - tweede fase 4 

voeding

Voeding

voedingsstoffen

Organische stoffen:

  • koolhydraten (zetmeel en suikers) als brandstof
    en als tijdelijke opslag (glycogeen)
  • vetten voor opbouw cellen en als reservebrandstof
  • eiwit ten voor opbouw cellen
  • vitamines voor bestanddeel van enzymen (bescherming tegen ziektes)

Anorganische stoffen

  • water
  • zouten (mineralen)

gezonde voeding
bevat:

  • aminozuren - ontstaan uit vertering van eiwitten
    • essentiële aminozuren
      • kunnen niet door het lichaam worden gemaakt uit andere aminozuren
      • moeten beslist in voedsel zitten
    • niet-essentiële aminozuren - kunnen in de lever uit andere aminozuren worden gemaakt
  • vetten
  • vetzuren en glycerol - ontstaan uit vertering van vetten
    • verzadigde vetzuren- in dierlijk vet (dragen bij aan vorming cholesterol)
    • onverzadigde vetzuren - in plantaardig voedsel (verminderen cholesterol)
    • essentiële vetzuren
      • kunnen niet in het lichaam gemaakt worden
      • moeten beslist in voedsel zitten
  • water
  • vitamines
  • mineralen (zouten)
  • glucose - ontstaan uit vertering grotere koolhydraten
  • vezels voor de darmperistaltiek darmperistaltiek

genotmiddelen

 

 

 

 

 

 

gezondheidsrisico

  • verslaving - geestelijke en lichamelijke afhankelijkheid
    • nicotine
    • alcohol
    • hard drugs en in mindere mate soft drugs
  • gewenning - steeds minder gevoelig worden voor het middel
    • roken en alcohol
    • drugs
    • bepaalde geneesmiddelen
  • weefselbeschadiging
    • afsterven levercellen en hersencellen door overmatig alcoholgebruik
    • longkanker

kans op ziekten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

leefstijl en milieufactoren die kans op ziekten verhogen

  • hart-en vaatziekten
    door
    • overmatige consumptie van dierlijke vetten
    • weinig beweging
    • overgewicht
  • kanker
    door:
    • kankerverwekkende stoffen - kunnen mutaties veroorzaken
    • straling - o.a. radioactiviteit
  • allergieën
    door:
    • aanraking met bepaalde metalen
    • bepaalde bestanddelen van het voedsel
      (bijv. melk, gluten, kleurstoffen)
  • voedselinfecties
    door:
    • slechte hygiëne
    • te lang bewaren van voedsel
    • te warm bewaren van voedsel
  • Cara - chronische aandoening aan de luchtwegen
    door:
    • klimaat (vocht, kou)
    • luchtvervuiling

voedselproductie

 

 

 

 

 

ecologisch

  • geen kunstmest, alleen dierlijke mest
  • geen overbemesting
  • geen/weinig gebruik bestrijdingsmiddelen maar inzetten van natuurlijke vijanden

niet-ecologisch

  • gebruik bestrijdingsmiddelen
  • gebruik kunstmest

voedselbederf

 

 

 

 

 

 

 

 

Voedselbederf wordt veroorzaakt door bacteriën en schimmels
voorkomen door:

  • goede hygiëne
  • conserveren van voedsel
    • conserveringsmiddelen
    • verhitten (pasteuriseren en steriliseren)
    • drogen
    • stoffen toevoegen:
      • suiker
      • zout
      • zuur
    • luchtdicht verpakken
    • invriezen
    • doorstralen
  • goede controles
  • goede bewaarmethodes (droog, koel, afgesloten)