[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

 

 

Termen en begrippen eindexamen biologie Havo - tweede fase 7

evolutie

Evolutie

Populatie

populatie

  • alle individuen van een bepaalde soort in één gebied
  • kunnen zich onderling voortplanten

Populatiegrootte
beïnvloed door:

  • populatiedichtheid
  • emigratie en immigratie
  • geboortecijfer en sterftecijfer

Populatiegroei

  • bij onbeperkte hulpbronnen (overschot voedsel)
    --> populatie groeit exponentieel (J-vormige groeicurve)
  • bij beperkte hulpbronnen --> evenwicht wordt bereikt

Populatie kan instorten door:

  • snelle toename aantal vijanden
  • ernstig voedselgebrek (na aanvankelijke snelle groei)

instandhouden van populatie
nodig:

  • voldoende variatie (verscheidenheid)
    Er zijn erfelijke verschillen tussen de individuen --> bij verandering milieu voldoende organismen met geschikte eigenschappen aanwezig

Populatiedichtheid
te bepalen door:

  • aantal dieren vangen, tellen en merken
  • gemerkte dieren weer terug zetten
  • opnieuw vangen en vehouding gemerkte en niet gemerkte dieren bepalen

totale populatie : totaal aantal gemerkt = aantal vangst : gemerkte bij de vangst

Natuurlijke selectie

 

 

Natuurlijke selectie

  • Binnen een populatie is genetische variatie
    in stand gehouden door:
    • mutaties
      en
    • voortdurende recombinatie van erfelijke eigenschappen (door geslachtelijke voortplanting)
  • Bepaalde genotypen zijn in bepaald milieu in het voordeel (fitness) = hebben meer overlevingskans --> grotere kans op nakomelingen
  • De gunstige eigenschap wordt doorgegeven aan de nakomeligen --> meer nakomelingen met die eigenschap

    Industriemelanisme (voorbeeld natuurlijke selectie)

Soortvorming

 

 

 

 

 

 

soort

  • organismen die zich onderling kunnen voortplanten
  • krijgen vruchtbare nakomelingen

Door isolatie - deel van populatie raakt gescheiden

  • Welke genotypen gescheiden raken is toeval
    --> andere ontwikkeling mogelijk
  • Milieuomstandigheden bij gescheiden populaties kunnen anders zijn --> andere natuurlijke selectie
  • Als isolatie lang genoeg duurt --> verschillen in uiterlijk, gedrag
    --> geen voortplanting meer mogelijk tussen de geïsoleerd geraakte populaties --> twee soorten
Theorieën
over ontstaan van levensvormen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Spontane generatie - leven ontstaan uit dode of levenloze materie

  • Palingen uit modder
  • Muizen uit graan
  • Vliegen uit vlees

Schepping
bovenaardse macht (God) heeft alles wat leeft laten ontstaan

Evolutie
huidige levensvormen zijn door een geleidelijke ontwikkeling ontstaan
Aanwijzingen daarvoor:

  • overeenkomsten in bouw DNA
  • overeenkomst in bouw van organismen
    • overeenkomsten hart en bloedsomloop bij gewervelde dieren
    • overeenkomsten in bouw skelet
    • overeenkomsten in de ontwikkeling voor de geboorte
  • het voorkomen van rudimentaire organen
    • staartwervels bij de mens
    • pootresten bij slangen
  • voorkomen van fossielen - versteende resten van organismen of versteende afdrukken

Darwin

grondlegger moderne gedachten (neodarwinisme) over evolutie
uitganspunten