[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

 

 

Termen en begrippen eindexamen biologie Havo - tweede fase 9

Gedrag

Gedrag

Ontstaan

Gedrag = alles wat een dier (en mens) doet (alle waarneembare activiteiten)

  • reactie op inwendige of uitwendige prikkel
  • alleen als ook motivatie aanwezig is

prikkels:

  • uirwendige prikkels - uit omgeving
  • inwendige prikkels - uit eigen lichaam

sleutelprikkel
prikkel die een specifiek gedrag veroorzaakt
voorbeelden:

  • rode buik stekelbaarsje
  • sperren van jonge vogels

motivatie (motiverende factoren)
"zin hebben in" (bereid zijn tot) een bepaald gedrag

motivatie kan beïnvloed worden door:

  • inwendige factoren
    bijvoorbeeld:
    • honger
    • hormonen
  • uitwendige factoren
    bijvoorbeeld:
    • daglengte
    • temperatuur
Soorten gedrag

Gedrag kan zijn:

  • aangeboren
  • aangeleerd
    • gewenning
    • inprenting
    • conditionering
    • imitatie
    • inzicht
    • "trial-and-error" - proefondervindelijk leren

Sociaal gedrag = gedrag binnen groepen:
ledt tot:

  • samenwerken (bijvoorbeeld bij het jagen)
  • taakverdeling binnen een groep (bijvoorbeeld bij bepaalde insecten)
  • rangorde (hierachie - "pikorde")

Voorbeelden sociaal gedrag:

  • baltsgedrag - gedrag dat aan een paring vooraf gaat
  • paringsgedrag
  • broedzorg
  • territoriumgedrag
  • communicatie met soortgenoten
    • dreigen
    • imponeren
    • verzoenen
    • onderwerpen

Sociaal gedrag bij de mens:

  • rolpatronen
  • normen en waarden