[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

 

 Samenvatting examenstof biologie Havo - vernieuwde tweede fase

Domein: D3

Stofwisseling van de mens: opslag en uitscheiding

Centraal examen

Lever

Je moet de functies van de lever kunnen noemen:

  • opslag van glycogeen; uitscheiding van afbraakproducten o.a. van hemoglobine via gal;vorming van ureum bij de afbraak van aminozuren;
  • omzetting van zowel lichaamseigen stoffen als opgenomen stoffen zoals geneesmiddelen en drugs.

Bloedvoorziening lever

  • Leverslagader
    • Aftakking van de aorta.
    • Zuurstofrijk.
  • Poortader
    • Loopt van darmen naar lever.
    • Zuurstofarm.
    • Wisselend glucosegehalte.
      • Afhankelijk van aanvoer uit voedsel.
  • Leverader
    • Zuurstofarm
    • Constant glucosegehalte (binnen nauwe grenzen).

Functies lever
Overzicht werking lever
(Ipad)

  • Opslag glycogeen.
  • Afbraak van oude rode bloedcellen --> gal (opgeslagen in galblaas).
  • Vorming van ureum uit ammoniak die vrijkomt bij afbraak van overtollige eiwitten.
  • Afbraak giftige stoffen: geneesmiddelen, alcohol en drugs.
  • vorming van niet-essentiële aminozuren uit andere aminozuren.

Alvleesklier (eilandjes van Langerhans) (Ipad)

  • Levert:
    • insuline (hormoon)
      • Zet lever aan tot omzetten van glucose in glycogeen.
      • Wordt gevormd als glucosegehalte van het bloed te hoog is.
    • glucagon (hormoon)
      • Zet lever aan tot het omzetten van glycogeen in glucose.
      • Wordt gevormd als glucosegehalte van het bloed te laag is.
Nieren

Je moet

  • kunnen aangeven wat de functie is van de nieren.
  • welke processen een rol spelen bij de werking van de nieren, waarbij gebruik kan worden gemaakt van verstrekte anatomische informatie
    in het bijzonder:
    • bloeddruk;ultrafiltratie;
    • terugresorptie.

Uitscheiding: verwijderen van overtollige stoffen uit het bloednieren

Bouw nieren -
Gebruik Binas of Biodata.

Bouw en functie nieren (Ipad)

  • Handhaven van een constant inwendig milieu (homeostase).
    Onder andere van:
    • osmotische waarde;
      • Door meer of minder uitscheiden van water.
    • bloeddruk;
    • hoeveelheid ionen (Na+, K+, Cl-).

Werking

  • Vorming voorurine in nierkapseltje.
    • Bloedplasma wordt uitgeperst door de bloeddruk.
      • Uitgeperste vloeistof heet voorurine.
    • Voorurine bevat water met alle opgeloste stoffen uit het bloedplasma.
    • Voorurine bevat (bij een gezond persoon) geen bloedcellen en geen eiwitten.
  • Terugresorptie in het nierkanaaltje van nuttige stoffen.
    • Glucose.
      • Wordt voor een deel ook door de cellen van het nierkanaaltje verbruikt.
    • Mineralen die nodig zijn.
    • Water.
      • Hoeveelheid afhankelijk van de osmotische waarde van het bloed.
      • Wordt geregeld door hormoon (ADH).
  • Urine in verzamelbuisje
    • Na terugresorptie heet de vloeistof die over blijft, urine.
    • Door terugresorptie van water is de concentratie van afvalstoffen (o.a. ureum) in urine veel groter dan in voorurine.

Andere uitscheidingsorganen

  • Longen
    • Uitscheiding van CO2.
  • Lever
    • Uitscheiding van gal.

Gezondheidsrisico's

Je moet genotmiddelen en drugs kunnen noemen die bij gebruik een gezondheidsrisico opleveren
in het bijzonder:

  • verslaving;
  • gewenning.

Gezondheidsrisico

  • Verslaving
    • Geestelijke en lichamelijke afhankelijkheid.
      Bijvoorbeeld bij:
      • nicotine;
      • alcohol;
      • hard drugs en in iets mindere mate soft drugs.
  • Gewenning
    • Steeds minder gevoelig worden voor het middel.
      Bijvoorbeeld bij:
      • roken;
      • alcohol;
      • drugs;
      • bepaalde geneesmiddelen.
  • Weefselbeschadiging
    • Afsterven levercellen en hersencellen door overmatig alcoholgebruik.
    • Longkanker door roken.
Leefstijl en milieufactoren

Je moet leefstijl en milieufactoren kunnen noemen met betrekking tot voeding en ademhaling die de kans op ziekten verhogen
in het bijzonder:

  • hart- en vaatziekten;kanker;allergieën;infecties via voedsel;
  • copd (cara).

Leefstijl en milieufactoren die kans op ziekten verhogen

  • Hart- en vaatziekten
    Door:
    • overmatige consumptie van dierlijke vetten;
    • weinig beweging;
    • overgewicht.
  • Kanker
    Door:
    • kankerverwekkende stoffen;
      • Kunnen mutaties veroorzaken.
    • straling
      • Onder andere radioactiviteit.
  • Allergieën
    Door:
    • aanraking met bepaalde metalen.
    • bepaalde bestanddelen van het voedsel.
      Bijvoorbeeld:
      • melk, gluten, kleurstoffen)
  • Voedselinfecties
    Door:
    • slechte hygiëne;
    • te lang bewaren van voedsel;
    • te warm bewaren van voedsel.
  • Cara/copd (chronische obstructieve longziekte)
    Chronische aandoening aan de luchtwegen door:
    • klimaat (vocht, kou);
    • luchtvervuiling.

© scholte/marree 2008