[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]
Samenvatting examenstof biologie Havo - vernieuwde tweede fase
Domein: D3
Stofwisseling van de mens: gaswisseling Centraal examen
Gaswisseling Je moet de functie kunnen aangeven van longen, bloed en weefsels bij de gaswisseling van zuurstof en koolstofdioxide, waarbij gebruik kan worden gemaakt van verstrekte anatomische informatie
in het bijzonder:
- hemoglobine;
- diffusie.
Gaswisseling
- Uitwisseling van O2 en CO2 door diffusie.
- Diffusie wordt versneld door:
- groot oppervlak van de longblaasjes.
- dunne wand van de longblaasjes:
- korte afstand tussen lucht in de longen en het bloed in de haarvaten.
- stroming van het bloed --> er wordt steeds nieuw O2-arm en CO -rijk bloed aangevoerd:
- groot concentratieverschil tussen lucht in de longen en het bloed in de haarvaten).
- O2 wordt gebonden door de hemoglobine in de rode bloedcellen.
Longventilatie Je moet met behulp van verstrekte afbeeldingen kunnen aangeven op welke wijze longventilatie tot stand komt.Bouw ademhalingsorganen (Ipad) - gebruik Binas of Biodata
Inademing - kost energie
- Borstholte wordt groter.
- Middenrif wordt naar beneden getrokken door spiersamentrekking van middenrifspieren.
en- Borstkas gaat omhoog door samentrekking tussenribspieren.
- Long volgt de beweging.
- Borstvlies en longvlies zitten aan elkaar gekleefd.
- Longinhoud wordt groter.
- Er ontstaat onderdruk --> l ucht stroomt naar binnen.
Uitademing - kost geen energie
- Borstholte wordt kleiner.
- Spieren van het middenrif ontspannen --> middenrif omhoog gedrukt door buikorganen onder druk elasticiteit van de buikwand.
en- Tussenribspieren ontspannen --> ribben zakken door zwaartekracht naar beneden.
- Long wordt kleiner.
- Lucht in de long komt in kleinere ruimte --> overdruk --> lucht stroomt naar buiten.
Diepe uitademing - wel energieverbruik
- Buikspieren trekken samen.
- Binnenste tussenribspieren trekken samen --> trekken ribben naar beneden.
Regeling ademhaling Je moet kunnen aangeven dat de ventilatie geregeld wordt in het ademcentrum in de hersenstam met als voornaamste ademprikkel het koolstofdioxide-gehalte.Onbewust - door ademcentrum (onderdeel autonome zenuwstelsel) - in hersenstam
- Belangrijkste prikkel is CO2-gehalte van het bloed.
- Waargenomen door zintuigjes.
- Verhoogd CO2-gehalte
- Zintuigjes geven impulsen door aan ademcentrum in de hersenstam.
- Dan gaan via orthosympatische zenuwen impulsen naar ademhalingsspieren--> sneller ademhalen.
- Regeling via negatieve terugkoppeling.
Bewust - door grote hersenen