[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]
Samenvatting examenstof biologie Havo - vernieuwde tweede fase
Domein: E2
Ontstaan en handhaven van verscheidenheid Centraal examen
Je kunt de betekenis van verscheidenheid in een populatie aangeven en opvattingen weergeven over het ontstaan daarvan.
- Benodigde voorkennis uit onderbouw:
- definitie soort;
- indeling planten- en dierenrijk.
- Benodigde voorkennis uit andere subdomein
- Uit subdomein C1: DNA en erfelijkheid, genotype en fenotype.
- Uit subdomein C3: mutatie.
Indeling in plantenrijk en dierenrijk Planten
- Zijn autotroof.
- Hebben bladgroen.
- Hebben een celwand van cellulose.
Dieren
- Zijn heterotroof.
- Hebben geen bladgroen.
- Hebben geen celwand.
Populatie Je moet de betekenis van verscheidenheid in een populatie voor de instandhouding van de populatie kunnen aangeven.Soort
- Organismen die zich onderling kunnen voortplanten.
- Krijgen vruchtbare nakomelingen.
Populatie
- Alle individuen van één bepaalde soort in één gebied.
- Kunnen zich onderling voortplanten.
Instandhouden van populatie
- Nodig:
- voldoende variatie in erfelijke eigenschappen (verscheidenheid).
- Er zijn erfelijke verschillen tussen de individuen --> bij verandering milieu zijn voldoende organismen met geschikte eigenschappen aanwezig die kunnen overleven.
Oorzaken verscheidenheid Je moet in een gegeven situatie de gevolgen kunnen voorspellen die de volgende mechanismen hebben voor de verscheidenheid in de populatie:
- mutatie;
- natuurlijke selectie;
- isolatie.
Mutatie
- Verandering in het DNA.
- Hierdoor blijft altijd in een popuatie een variatie aan erfelijke eigenschappen aanwezig.
- Komen spontaan voor.
- Bijvoorbeeld door fout bij kopiëren van het DNA.
- Kunnen veroorzaakt worden door externe invloeden.
Bijvoorbeeld:
- radioactieve straling, röntgenstraling;
- door bepaalde stoffen (mutagene stoffen);
Voorbeelden
- teer (sigaretten), asbest
Natuurlijke selectie
- Binnen een populatie is genetische variatie.
Wordt in stand gehouden door:
- mutaties.
en- voortdurende recombinatie van erfelijke eigenschappen (door geslachtelijke voortplanting).
- Bepaalde genotypen zijn in bepaald milieu in het voordeel (fitness) = hebben meer overlevingskans --> grotere kans op nakomelingen.
- De gunstige eigenschap wordt doorgegeven aan de nakomelingen --> meer nakomelingen met die eigenschap.
Industriemelanisme (voorbeeld natuurlijke selectie)
Isolatie
- Deel van populatie raakt gescheiden van de oorspronkelijke populatie.
- Welke genotypen gescheiden raken is toeval --> andere ontwikkeling mogelijk.
- Milieuomstandigheden bij gescheiden populaties kunnen anders zijn --> andere natuurlijke selectie.
- Als isolatie lang genoeg duurt --> verschillen in uiterlijk, gedrag
--> geen voortplanting meer mogelijk tussen de geïsoleerd geraakte populaties --> twee soorten zijn ontstaan. EvolutieJe moet:
- vroegere en huidige opvattingen en ideeën over het ontstaan van leven en levensvormen kunnen weergeven
in het bijzonder:
- generatio spontanea;
- schepping;
- evolutie.
- met behulp van de evolutietheorie een verklaring kunnen geven voor:
- het voorkomen van fossielen;
- het voorkomen van de huidige levensvormen.
- Leven ontstaan uit dode of levenloze materie.
Voorbeelden
- Palingen ontstaan uit modder.
- Muizen ontstaan uit graan.
- Vliegen ontstaan uit vlees.
Schepping
- Bovenaardse macht (God) heeft alles wat leeft laten ontstaan.
Evolutie
- Huidige levensvormen zijn door een geleidelijke ontwikkeling ontstaan.
Aanwijzingen daarvoor:
- overeenkomsten in bouw DNA.
- overeenkomst in bouw van organismen.
- overeenkomsten hart en bloedsomloop bij gewervelde dieren.
- overeenkomsten in bouw skelet.
- overeenkomsten in de ontwikkeling voor de geboorte.
- het voorkomen van rudimentaire organen.
- Staartwervels bij de mens.
- Pootresten bij slangen.
- voorkomen van fossielen - versteende resten van organismen of versteende afdrukken
Darwin
- Grondlegger van de moderne gedachten (neodarwinisme) over evolutie.
- Variatie
Individuen van populaties (= een groep dieren of planten van een soort in een bepaald gebied) vertonen kleine verschillen. Een deel van die verschillen is erfelijk.- Overcapaciteit
Er worden meer nakomelingen geboren dan er voor de vervanging van de ouders nodig zijn.
Populaties die zich ongehinderd kunnen vermenigvuldigen nemen als een meetkundige reeks in omvang toe.- Constantie
In werkelijkheid blijft het aantal individuen binnen een populatie meestal vrijwel constant.- De conclusies van Darwin:
- Er is een strijd om het bestaan vooral door concurrentie tussen soortgenoten (struggle for life)
- De sterkste individuen (de best aangepaste organismen) overleven (survival of the fittest).