[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]
Samenvatting examenstof biologie Havo - vernieuwde tweede fase
Domein: B2
Cellen van planten en dieren Alleen schoolexamen!
Indeling in rijken
planten
- zijn autotroof
- cellen hebben:
- chloroplasten (bladgroen)
- een celwand (van cellulose)
- DNA in een kern
- een grote centrale vacuole
dieren
- zijn heterotroof
- cellen hebben
- geen chloroplasten
- geen celwand
- DNA in een kern
schimmels
- zijn heterotroof
- cellen hebben:
- geen chloroplasten
- een celwand (van chitine)
- DNA in een kern
bacteriën
- kunnen heterotroof zijn of autotroof
- hebben:
- een celwand
- hebben geen kern
- Het DNA zit los in het cytoplasma
Onderdelen van cellen
Je moet:
- delen van cellen van organismen herkennen in tekeningen en licht- en elektronenmicroscopische afbeeldingen:
- cytoplasma met organellen;
- kern;
- celmembraan;
- mitochondriën;
- ribosomen;
- endoplasmatisch reticulum;
- chloroplasten
- de functies kunnen noemen van:
- celmembraan (bescherming, regeling, transport);
- kern (regeling);
- mitochondriën (vrijmaken van energie onder aërobe omstandigheden);
- endoplasmatisch reticulum (transport);
- ribosomen (eiwitsynthese);
- chloroplast (fotosynthese).
Gebruik Binas of Biodata
Cellen bestaan uit
- cytoplasma
water en opgeloste stoffen (o.a. eiwitten, vetachtige stoffen, zouten)- organellen
Organellen
- kern
- regelt de procesen in de cel
- Geeft opdrachten voor het maken van De kern regelt welke eiwitten er door de ribosomen gemaakt worden.
- ribosomen
- vorming van eiwitten (eiwitsynthese)
- Een deel van de eiwitten werkt als enzym
- Enzymen zijn de reactieversnellers in de cel
- mitochondriën
- vrijmaken van energie m.b.v. zuurstof (aërobe dissimilatie)
- glucose wordt afgebroken tot water en koolstofdioxide
- ATP wordt gevormd
- chloroplasten ( bladgroenkorrels)
- fotosynthese
- Energie uit zonlicht wordt vastgelegd in glucose
- koolstofdioxide + water + licht --> glucose + zuurstof.
- endoplasmatisch reticulum
- transport binnen de cel
- celmembraan
- houdt de celonderdelen bij elkaar
- regelt transport van stoffen die de cel in moeten of de cel uitmoeten
- Actief transport
- kost energie
- door celmembraan kunnen middelgrote moleculen en ionen (geladen deeltjes) actief opgenomen worden.
bijvoorbeeld:
- glucose (in het algemeen: monosacchariden)
- aminozuren
- K+, Na+, Cl-
- grote moleculen zoals eiwitten en zetmeel kunnen niet door de membranen
- Passief transport - diffusie
- diffusie kost geen energie
- moleculen bewegen van een plaats met lage concentratie opgeloste stoffen naar plaats met hogere concentratie
- Door celmembraan diffunderen alleen stoffen met kleine moleculen. bijvoorbeeld:
- zuurstof
- koolstofdioxide
- water
Plantencellen
Je moet:
- kunnen aangeven dat plastiden en grote vacuolen kenmerkend zijn voor plantencellen en dat zich rondom een plantencel een celwand bevindt.
- bij plantencellen de functies kunnen noemen van vacuolen, plastiden en celwanden.
Alleen cellen van planten bevatten:
- celwand
- grote centrale vacuole
- plastiden
- chloroplasten (bladgroenkorrels) - fotosynthese
- zetmeelkorrels - opslag reservevoedsel
- kleurstofkorrels (chromoplasten) - kleur geven aan plantendelen
Stevigheid van plantencellen
Je moet:
- kunnen aangeven dat de stevigheid van een plantencel onder andere door turgor ontstaat.
Celwand en vacuole zorgen voor stevigheid van plantencellen --> Turgor
- celinhoud heeft een hogere osmotische waarde dan de omgeving
- osmotische waarde wordt bepaald door het aantal opgeloste moleculen
- cel neemt water op: osmose
- diffusie van water door een (semiselectief) membraan
- vacuole wordt groter
- vacuole drukt tegen de celwand --> deze rekt uit --> zorgt voor tegendruk (turgor)
Celwanden kan extra verstevigd zijn met houtstof
![]()