[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

 

Samenvatting examenstof biologie Havo - vernieuwde tweede fase

Domein: C2

Voortplanting en ontwikkeling van de mens

Alleen schoolexamen!

Bouw en functie geslachtsorgaan vrouw

Je moet:

  • met behulp van anatomische informatie primaire en secundaire geslachtskenmerken bij de vrouw kunnen noemen en herkennen.
  • de functies van de geslachtsorganen kunnen beschrijven in het bijzonder:
    vorming en transport van eicellen.

 

Primaire geslachtskenmerken (gebruik Binas of Biodata)

vrouw

  • 2 eierstokken (ovaria - enkelvoud ovarium)
    • rijping eicel (één per maand)
      • meiose
      • uit één diploïde cel ontstaat één eicel
    • vorming vrouwelijk geslachtshormoon (oestrogeen)
  • 2 eileiders
    • opvangen eicel na ovulatie (met trechtervormig uiteinde)
    • bevruchting
    • transport bevruchte eicel --> baarmoeder
  • baarmoeder
    • innesteling bevruchte eicel (in de slijmvlieslaag)
    • groei en ontwikkeling van bevruchte eicel
  • schede (vagina)
  • kittelaar (clitoris)
    • gevoelig voor prikkeling --> orgasme

Secundaire geslachtskenmerken

    • ontstaan tijdens de puberteit o.i.v. hormonen (oestrogenen)
    • ontwikkeling borsten, groei schaam- en okselhaar, meer onderhuids vet, menstruatiecyclus

Menstruatiecyclus

 

Je moet de cyclische veranderingen kunnen beschrijven die tijdens de menstruatiecyclus plaatsvinden en daarbij aangeven welke hormonen en hormoonklieren bij deze veranderingen zijn betrokken.

 

 

Menstruatiecyclus

  • gemiddelde duur: 28 dagen
  • geregeld door hormonen (gebruik Binas of Biodata)
    • FSH uit de hypofyse
      • in gang zetten groei / rijpen follikel
        in de follikel zit de eicel
      • follikelcellen maken oestrogeen
        • o.i.v. oestrogeen wordt in de baarmoeder de slijmvlieslaag dikker
    • LH uit de hypofyse
      • stimuleert de ovulatie (eisprong) - ± 14e dag van de cyclus)
      • stimuleert na de ovulatie de vorming van het gele lichaam (uit de lege follikel)
      • geel lichaam vormt progesteron (zwangerschapshormoon)
        • o.i.v. progesteron wordt het baarmoederslijmvlies nog dikker
    • via oestrogeen en progesteron negatieve terugkoppeling op de hypofyse
  • ovulatie
    • eicel komt vrij uit het follikel
    • wordt opgevangen door de eileider
    • eicel leeft ongeveer 24 uur (en lost daarna op)
  • menstruatie
  • baarmoederslijmvlies komt naar buiten (ongeveer 2 weken na de ovulatie)

Bouw en functie geslachtsorgaan man

Je moet:

  • met behulp van anatomische informatie primaire en secundaire geslachtskenmerken bij de man kunnen noemen en herkennen.
  • de functies van de geslachtsorganen kunnen beschrijven
    in het bijzonder:
    vorming, opslag en transport van zaadcellen.

 

Primaire geslachtskenmerken (gebruik Binas of Biodata)

man

  • 2 zaadballen (testes - enkelvoud testis)
    • vorming zaadcellen (spermacellen)
      • mitose voor aanmaak nieuwe zaadmoeder cellen
      • meiose voor vorming zaadcellen
      • uit één diploïde cel ontstaan 4 zaadcellen
    • vorming mannelijk geslachtshormoon (testosteron)
  • 2 bijballen
    • opslag van zaadcellen
  • 2 zaadleiders
    • transport van zaadcellen
  • 2 zaadblaasjes
    • monden uit in de zaadleiders
    • toevoegen van vocht aan zaadcellen bij zaadlozing
  • prostaatklier
    • afsluiten urineblaas bij zaadlozing
    • toevoegen van vocht aan zaadcellen bij zaadlozing

    zaadcellen + vocht uit zaadblaasjes en prostaat = sperma

  • penis
    • zwellichaam --> erectie
    • eikel --> gevoelig voor prikkeling --> orgasme (vergelijk clitoris)

Secundaire geslachtskenmerken

  • ontstaan tijdens de puberteit o.i.v. hormonen (gebruik Binas of Biodata)
  • lagere stem (baard in de keel), haargroei op het gezicht en lichaam, groei schaam- en okselhaar, zaadlozing


Vruchtbaarheid

Je moet:

  • kunnen uitleggen wanneer in de menstruatiecyclus een vrouw vruchtbaar is.
  • kunnen aangeven welke de voorwaarden zijn voor een goede vruchtbaarheid.

 

Vruchtbare periode

Een vrouw kan zwanger worden als ze 3 dagen voor, tijdens of een halve dag na de ovulatie geslachtsgemeenschap heeft.
Want:

  • eicel is tot 12 uur (halve dag) na ovulatie te bevruchten
  • zaadcellen blijven leven maximaal 3 dagen in baarmoeder en eileiders in leven

De ovulatie vindt ongeveer halverwege de cyclus plaats. Bij een gemiddelde duur van 28 dagen, rond de 14edag.
Maar er zijn grote verschillen in lengtes van de cycli en niet iedereen heeft een regelmatige cyclus.

Factoren die invloed hebben op de vruchtbaarheid

  • goede voeding
  • algemene gezondheidstoestand
    • door ziekten wordt de kwaliteit van zaadcellen minder
    • bepaalde geslachtsziekten (SOA's) kunnen tot onvruchtbaarheid leiden
  • lichamelijke afwijkingen
  • leeftijd
    • de vruchtbaarheid neemt met het toenemen van de leeftijd af (vooral bij vrouwen).
    • bij vrouwen die op latere leeftijd kinderen, is er een grotere kans op complicaties bij de zwangerschap
    • bij hogere leeftijd van de vrouw is er meer kans op syndroom van Down (trisomie 21)
  • temperatuur in de testes
    • ideale temperatuur voor vormen van zaadcellen is ± 35°C
  • milieufactoren
    • giftige stoffen kunnen de vruchtbaarheid verminderen
      bijv. stoffen die lijken op geslachtshormonen

     

Groei en ontwikkeling

 

Je moet kunnen aangeven welke de voorwaarden zijn voor een goede vruchtbaarheid.

 

 

Embryonale ontwikkeling --> bevruchting, embryologie zoogdieren

  • bevruchting
    • in de eileider
    • bevruchte eicel heet zygote
  • transport door de eileider
    • klievingsdelingen (mitose)
      • wel delingen, geen plasmagroei --> klompje cellen
      • in bolletje cellen ontstaat een holte met vocht
  • innesteling in baarmoederslijmvlies
  • ontwikkeling van het embryo
    • na twee maanden zijn alle organen aangelegd --> foetus
  • foetus
    • in vruchtwater
      • beschermt foetus tegen druk en stoten
    • rond vruchtwater zitten de vruchtvliezen --> houdt vruchtwater vast en beschermt tegen infecties van buitenaf
    • krijgt voeding via placenta (moederkoek)
      • bevat bloedvaten van moeder en van kind)
        • uitwisseling stoffen tussen moeder en kind
      • via navenstreng verbonden met kind
        • navelstrengslagaders (bloed van kind naar placenta)
          • vervoer koolstofdioxide en andere afvalstoffen)
        • navelstrengader (bloed van placenta naar kind)
          • vervoer zuurstof en voedingsstoffen

tweelingen

eeneiige tweeling

  • ontstaan door bevruchting van één eicel en één zaadcel
    • zelfde erfelijke eigenschappen (dus altijd 2 meisjes of twee jongens)
    • na de eerste klievingsdeling van de bevruchte eicel, ontwikkelen de twee ontstane cellen zich zelfstandig

twee-eiige tweeling

  • ontstaan door bevruchting van twee eicellen
    • verschillende erfelijke eigenschappen (als bij willekeurige broers en zussen)

 

Ontwikkeling tot volwassene

 

Je moet de lichamelijke ontwikkeling van kind naar volwassene kunnen beschrijven, zoals deze in de puberteit plaatsvindt; beschrijven hoe groei en ontwikkeling door voeding en hormonen beïnvloed worden.

 

 

puberteit

  • 12 tot 16 jaar
    • lichamelijke veranderingen
      • groeispurt
      • ontstaan secundaire geslachtskenmerken o.i.v. geslachtshormonen
        • testosteron (mannelijk geslachtshormoon)
        • oestradiol (vrouwelijk geslachtshormoon)
    • geestelijke veranderingen
      • meer zelfstandigheid
      • interesse krijgen voor seksualiteit
  • groei wordt beïnvloed door
    • voeding
      • veel eiwitten (bouwstoffen) nodig
    • hormonen
      geslachtshormonen en groeihormonen (gebruik Binas of Biodata)

       

Anticonceptie

Je moet de toepassing en het werkingsprincipe kunnen aangeven van de volgende anticonceptiemethoden en de voor- en nadelen van deze methoden kunnen noemen.

 

Voorbehoedmiddelen - anticonceptiemethoden

  • voorbehoedmiddelen met hormonen
    • bevat ten oestrogeen en/of progesteron
    • hypofyse wordt geremd --> geen afgifte van FSH en LH
      daardoor gaat er geen follikel met eicel rijpen
    • wel menstruatie
    • verkrijgbaar via huisarts
    • zeer betrouwbaar (mits goed gebruikt)
  • pil
    • moet dagelijks ingenomen worden (met onderbreking gedurende de menstruatie)
  • prikpil
    • Hormooninjectie die om de 10 tot 12 weken gegeven moet worden.
  • Implanon: staafje dat onder de huid van de bovenarm ingebracht wordt (implantaat).
    • beschermt drie jaar tegen zwangerschap
      kan wel eerder verwijderd worden als zwangerschap gewenst is
    • bevat alleen progesteron
  • Ring in de vagina (nieuwe methode)
    • zelf inbrengen in de vagina
    • blijft 3 weken zitten
    • geeft langzaam hormonen af die via de vaginawand in het bloed komen.
  • condoom en vrouwencondoom
    • voorkomt dat zaadcellen in het lichaam van de vrouw komen
    • overal verkrijgbaar
    • bij goed gebruik, zeer betrouwbaar
    • beschermt ook tegen SOA's
  • spiraaltje
    • komt in de baarmoeder te zitten
    • voorkomt innesteling van een bevruchte eicel
    • moet door arts ingebracht worden
    • grote betrouwbaarheid gedurende 5 jaar (maar niet 100%)
  • pessarium
    • rubber kapje
    • dekt de baarmoederhals af
    • moet gebruikt worden in combinatie met zaaddodende pasta
    • voorkomt dat zaadcellen via de baarmoeder bij de eicel kunnen komen
    • moet na de geslachtsgemeenschap 8 uur blijven zitten
    • beschermt niet tegen SOA's.
  • sterilisatie
    • eileiders of zaadleiders worden onderbroken
    • wel productie van geslachtscellen, maar ze kunnen het lichaam niet meer verlaten.
    • hormoonproductie gaat gewoon door --> geen invloed op de seksualiteit.
    • alleen geschikt voor mensen die geen kinderen (meer) willen.
  • coïtus interruptus
    • letterlijk: onderbroken geslachtsgemeenschap
      populaire tem: terugtrekken
    • Penis wordt voordat de zaadlozing komt uit de vagina teruggetrokken.
    • Het is de bedoeling dat zo geen zaadcellen in het lichaam van de vrouw komen.
    • niet betrouwbaar
      • in het voorvocht (komt uit de penis als de man opgewonden is) zitten al zaadcellen

 

SOA's

 

Je moet een relatie kunnen leggen tussen seksueel gedrag en seksueel overdraagbare ziekten.

 

 

Seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA's)

  • infectie via direct contact tussen slijmvliezen van geslachtsorganen, mond en anus
    • kans groter bij wisselende partners
    • voorkomen door condoom te gebruiken


Opheffen kinderloosheid

Je moet:

  • methoden kunnen aangeven waarmee wordt geprobeerd ongewenste kinderloosheid op te heffen
    in het bijzonder:
    • kunstmatige inseminatie;
    • in-vitrofertilisatie.
  • een beargumenteerde mening kunnen geven over het gebruik van nieuwe voortplantingstechnieken bij de mens.

 

Kunstmatige inseminatie (KI)

  • er wordt kunstmatig sperma bij de vrouw ingebracht
    • KIE - sperma is van de partner
    • KID - sperma is afkomstig van donor

In vitro fertilisatie (IVF)

  • eicel(len) wordt uit de eierstok gehaald en in petrischaal gedaan
  • zaadcellen worden toegevoegd
  • Na de bevruchting ontwikkelen de eicellen zich tot klompjes cellen (embryo's)
  • enkele embryo's worden in de baarmoeder gebracht en kunnen zich gaan innestelen

Prenatale diagnostiek

 

Je moet een beargumenteerde mening kunnen geven over het toepassen van prenatale diagnostiek in de gezondheidszorg.

 

 

Prenatale diagnostiek
onderzoek van embryo

cellen van embryo worden gekweekt en onderzocht op:

  • aantal chromosomen
    • karyogram wordt gemaakt
    • bijvoorbeeld om te onderzoeken of een baby trisomie 21 (syndroom van Down) heeft
  • afwijkingen in de chromosomen bij bepaalde erfelijke ziektes

voordeel

  • vroegtijdig ontdekken van ernstige afwijkingen bij embryo --> keuze om zwangerschap door te zetten of af te breken

nadelen

  • keuze maken is moeilijk
  • vlokkentest en vruchtwaterpunctie zijn niet geheel zonder risico
    • kunnen in enkele gevallen leiden tot miskraam

vlokkentest

  • via de vagina (of via de buikwand) worden cellen uit buitenste vruchtvlies opgezogen
  • kan vanaf negende week

vruchtwaterpunctie

  • via de buikwand wordt vruchtwater opgezogen
  • vruchtwater bevat cellen van de foetus
  • kan vanaf zestiende week
  • minder risico voor foetus dan vlokkentest

embryoselectie (pre-implantatie diagnostiek)

  • altijd in combinatie met IVF
  • alleen als sprake is van een ernstige erfelijke aandoening die in de familie voorkomt
  • DNA van een cel van het embryo wordt onderzocht.
    Uitkomst bepaalt welke eicel(len) in de baarmoeder geplaatst worden.

Overig

Je moet:

  • een beargumenteerde mening kunnen geven over de betekenis van seksualiteit voor de mens.
  • een beargumenteerde mening klunnen geven over aspecten van seksualiteit zoals:
    hetero- en homoseksualiteit, erfelijk en cultureel bepaalde verschillen tussen man en vrouw en seksueel geweld.

  • een beargumenteerde mening kunnen geven over het toepassen van prenatale diagnostiek in de gezondheidszorg.

  • een eigen standpunt ten aanzien van genetische modificatie kunnen beargumenteren.