[home][inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

 

 




Structuren van ecosystemen, organismen en cellen

examenprogramma HAVO

Organismen in relatie tot elkaar en hun omgeving

centraal examen

Je kunt de betekenis en onderlinge wisselwerking van abiotische en biotische factoren in een beschreven ecosysteem aangeven en uitleggen.

Benodigde voorkennis uit onderbouw:

  • indeling organismen,
  • binaire naamgeving,
  • een verklaring geven voor het ontstaan van plagen in monocultures.

Weten en kunnen

Je kunt:

  1.  het begrip ecosysteem gebruiken in een gegeven situatie.

  2. de betekenis en invloed van de abiotische factoren in een beschreven ecosysteem uitleggen.

  3. de invloed van abiotische factoren op organismen verklaren.

  4. een relatie leggen tussen eigenschappen van organismen en abiotische factoren.

  5. de gegevens uit onderzoek naar de invloed van abiotische factoren interpreteren.

  6. de betekenis van biotische factoren in een beschreven ecosysteem uitleggen
    in het bijzonder: populaties van verschillende soorten planten, dieren (inclusief de mens), schimmels en bacteriën.

  7. methoden gebruiken voor het bepalen van populatiegrootte en dichtheden van soorten.

  8. aangeven hoe de groei, ontwikkeling en het leven van individuen is begrensd
    in het bijzonder:
    • tolerantiegrenzen, tolerantiecurve;
    • beperkende factoren.

  9. in een beschreven ecosysteem relaties tussen soorten en tussen individuen van een soort herkennen
    in het bijzonder:
    • concurrentie (competitie);
    • voedselrelatie, predatie;
    • symbiose (mutualisme, commensalisme, parasitisme);
    • voortplantingsrelatie.

  10. aangeven dat (delen van) organismen in het algemeen een vorm hebben die past bij hun functie.

 

Informatie op bioplek

Praktische opdrachten

Veldwerk