Cellen
van planten en dieren
schoolexamen
Je kunt cellen en delen
van cellen herkennen en de functies benoemen, en daarbij
de relatie leggen met hogere organisatieniveaus.
Benodigde voorkennis uit
onderbouw:
- weten hoe planten aan
hun voedingsstoffen komen en eigen voedsel maken,
- weten hoe dieren aan
hun voedsel komen.
- weten dat organismen
ingedeeld worden in vier rijken.
Weten en
kunnen
Je kunt:
- delen van cellen van
organismen herkennen in tekeningen en licht- en
elektronenmicroscopische afbeeldingen:
cytoplasma met organellen;
- kern;
- celmembraan;
- mitochondriën;
- ribosomen;
- endoplasmatisch
reticulum;
- chloroplasten.
- de functies noemen
van:
- celmembraan (bescherming, regeling, transport);
- kern (regeling);
- mitochondriën
(vrijmaken van energie onder aërobe
omstandigheden);
- endoplasmatisch
reticulum (transport);
- ribosomen
(eiwitsynthese);
- chloroplast
(fotosynthese).
- aangeven dat plastiden
en grote vacuolen kenmerkend zijn voor plantencellen en
dat zich rondom een plantencel een celwand bevindt.
- bij plantencellen de
functies noemen van vacuolen, plastiden en celwanden.
- aangeven dat de
stevigheid van een plantencel onder andere door turgor
ontstaat.
- de begrippen weefsel en
orgaan herkennen en gebruiken.
Informatie op
bioplek
Overzicht termen en begrippen
Theorie