Energiestromen
en kringlopen
centraal
examen
Je kunt energiestromen en
kringlopen van stoffen in een ecosysteem beschrijven, kan
aangeven welke factoren daarop van invloed zijn en wat
oorzaken en gevolgen zijn van verstoring.
Benodigde voorkennis uit
onderbouw:
- indeling van
organismen,
- de invloed van mens
op het milieu,
- voedselketens en
voedselweb
Benodigde voorkennis uit subdomein
D2:
- fotosynthese;
- aërobe en
anaërobe dissimilatie.
Weten en
kunnen
Je kunt:
- uitleggen dat de
zon de belangrijkste energiebron is voor het leven op
aarde.
- beschrijven waardoor
vastgelegde zonne-energie verdwijnt uit voedselketens:
piramide van energie.
- aangeven waardoor in een
schakel in een voedselketen niet alle biomassa tot nieuwe
biomassa wordt opgebouwd.
- aangeven dat een
kringloop kan worden opgevat als een geheel van voorraden
en stromen van materie.
- aangeven dat iedere
schakel in een voedselketen organische stoffen produceert
en/of omzet met behulp van het begrip piramide van
biomassa.
- aangeven dat door
menselijk ingrijpen kringlopen binnen een ecosysteem
worden onderbroken of verstoord
in het bijzonder:
- gescheiden plaatsen
van productie en gebruik;
- gebruik van fossiele
brandstoffen;
- overbemesting en
verzuring.
- aangeven dat stoffen
voor de opbouw van organismen afkomstig zijn uit het
abiotische milieu of van andere organismen.
- in een beschrijving of
afbeelding van een ecosysteem voorbeelden noemen van
organismen die behoren tot respectievelijk:
- producenten,
consumenten en reducenten;
- autotrofe en
heterotrofe organismen.
- het begrip 'beperkende
factoren' gebruiken in een beschreven situatie.
- aangeven wat de rol is
van reducenten bij compostering en
afvalwaterzuivering.
- de rol uitleggen van
producenten, consumenten en reducenten in de kringloop
van koolstof en die van stikstof aan de hand van schema's
van deze kringlopen
in het bijzonder:
- fotosynthese en
dissimilatie;
- omzetting van glucose
in onder andere organische stoffen;
- vorming van
stikstofhoudende organische stoffen;
- afbraak van
organische stoffen tot anorganische stoffen.
- menselijke activiteiten
noemen die milieuproblemen veroorzaken.
- voorbeelden van
menselijk gedrag beschrijven die bijdragen aan
oplossingen voor milieuproblemen.
- aangeven wat wordt
verstaan onder biologische afbreekbaarheid.
- de verschillen aangeven
tussen ecologische en niet-ecologische
voedselproductie
in het bijzonder:
- verschillen m.b.t.
gebruik van meststoffen en bestrijdingsmiddelen;
- gebruik van
biotechnologie;
- duurzame
voedselproductie.
Informatie op bioplek
Overzicht termen en begrippen
Theorie
Voedselketens - voedselpiramides - energiestromen
Stikstofkringloop
Groenbemesting
Praktische opdrachten
Stikstofkringloop oefenen