Stofwisseling
van cellen
schoolexamen
Je kunt verschillende
assimilatie- en dissimilatieprocessen onderscheiden en in
verband brengen met verschillende organisatieniveaus, kan
aangeven welke factoren daarop van invloed zijn, en kan
de toepassing in biotechnologie bespreken.
Benodigde voorkennis uit
onderbouw:
- weten hoe planten aan
hun voedingsstoffen komen en eigen voedsel maken,
- weten hoe dieren aan
hun voedsel komen.
- enig inzicht hebben
in de begrippen energie en warmte.
- het onderscheid weten
tussen vertering en verbranding.
Weten en
kunnen
Je kunt:
- aangeven welke stoffen
uit het milieu en welke omstandigheden een plant in staat
stellen tot fotosynthese.
- aangeven dat
koolhydraten (en andere organische stoffen) worden
verbruikt bij opbouw, herstel, dissimilatie en vorming
van reservestoffen.
- aangeven welke processen
een rol spelen bij opname, transport en afgifte van
stoffen door zaadplanten
in het bijzonder:
diffusie, waaronder osmose;
actief transport;
stroming.
- aangeven dat
stofwisselingsprocessen zoals assimilatie en dissimilatie
in alle cellen van elk organisme plaatsvinden.
- aangeven dat er
verschillende vormen zijn van dissimilatie van organische
stoffen waarbij energie wordt vrijgemaakt.
- het reactieschema van de
aërobe dissimilatie van glucose geven:
glucose + zuurstof koolstofdioxide + water + energie.
- aangeven waarin
anaërobe dissimilatie verschilt van aërobe
dissimilatie:
in het bijzonder:
geen zuurstofgebruik;
minder energieopbrengst (in de vorm van ATP);
energierijke eindproducten: alcohol of melkzuur (bij
anaërobe dissimilatie).
- de vormen van energie
noemen die in een organisme een rol kunnen spelen
in het bijzonder:
licht;
warmte;
chemische energie;
kinetische energie.
- aangeven dat in planten
bij de opbouw van organische stoffen energie wordt
vastgelegd.
- aangeven dat licht de
vorm van energie is die gebruikt wordt voor de
fotosynthese waarbij uit anorganische stoffen de
organische stof glucose wordt geproduceerd met behulp van
enzymen in de bladgroenkorrels.
- het reactieschema van de
fotosynthese geven:
koolstofdioxide + water + licht glucose + zuurstof.
- aangeven dat in alle
cellen voortgezette assimilatie plaatsvindt waarbij:
glucose de grondstof is voor de opbouw van andere
koolhydraten en van vetten;
aminozuren de grondstoffen zijn voor eiwitten;
bij planten aminozuren gevormd worden uit glucose en
anorganische stoffen.
- aangeven wat de oorzaak
is van de temperatuur- en zuurgraadafhankelijkheid van
de stofwisselingsprocessen
in het bijzonder:
enzymen;
relatie met voedselbederf.
- aangeven wat de functies
zijn van koolhydraten, vetten en eiwitten bij planten en
bij de mens
in het bijzonder:
opbouw;
herstel;
opslag;
energievoorziening.
- aangeven dat
biotechnologische productie door optimalisering
plaatsvindt bij:
gisten in brood-, wijn- en bierproductie;
bacteriën ten behoeve van productie van
wasmiddelenzymen;
bacteriën ten behoeve van afvalwaterzuivering;
bacteriën ten behoeve van voedselproductie.
- aangeven dat
biotechnologische productie door genetische modificatie
plaatsvindt bij:
bacteriën ten behoeve van voedselproductie;
bacteriën ten behoeve van afvalwaterzuivering;
bacteriën ten behoeve van geneesmiddelen- en
hormonenproductie;
planten en dieren ten behoeve van verhoging van de
efficiëntie van hun productie.
- een mening formuleren en
beargumenteren over het gebruik van biotechnologie naar
aanleiding van actuele ontwikkelingen (artikelen uit dag-
en weekbladen en van internet).
Informatie op
bioplek
Theorie
Schematische bouw van
organische stoffen:
Koolhydraten
Eiwitten
Vetten
Afbeeldingen
diffusie/osmose
Plasmolyse
in opperhuidcel van een rode
ui
Plasmolyse
in een cel van waterpest
Vaatbundel
Huidmondjes
Overzicht
stofwisseling
Bladgroenkorrels
Blad
en fotosynthese
Overzicht
gaswisseling blad
Overzicht
assimilatie -
dissimilatie
Grafiek
fotosynthese
Voortgezette
assimilatie
Animaties over
enzymwerking bij : opbouw
van stoffen en
afbraak
van stoffen
Praktische
opdrachten
Practicum
osmose en transport
Practicum
assimilatie en dissimilatie