Dynamiek
in ecosystemen
centraal
examen
Je kunt uitleggen hoe een
ecosysteem zich kan handhaven en ontwikkelen, en welke
verstoringen daarbij kunnen plaatsvinden.
Benodigde voorkennis uit
onderbouw:
- de invloed van de
mens op het milieu.
Benodigde voorkennis uit subdomein
B1:
- biotische en abiotische factoren die een rol spelen in een ecosysteem.
Weten en
kunnen
Je kunt:
- bij een voorbeeld van
een ecosysteem begrippen gebruiken die verband houden met
handhaving, ontwikkeling en verstoring (o.a. door de
mens)
in het bijzonder:
- verdroging;
- vermesting
(eutrofiëring);
- verzuring;
- versnippering.
- uitleggen welke rol
concurrentie (competitie) binnen en tussen populaties
speelt bij de instandhouding en ontwikkeling van een
ecosysteem.
- veranderingen van de
grootte van populaties verklaren met behulp van de
begrippen:
- dichtheid;
- emigratie/immigratie;
- geboortecijfer/sterftecijfer.
- het verschil in
populatiegroei bij beperkte en onbeperkte hulpbronnen
aangeven
in het bijzonder: J- en S-curve.
- aangeven waardoor onder
bepaalde omstandigheden een populatie kan instorten.
- bij een voorbeeld van
een ecosysteem de successie beschrijven en verklaren.
Informatie op
bioplek
Overzicht termen en begrippen