[home][inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

 




Dynamisch evenwicht

examenprogramma HAVO

Domein E3

Gedrag van mens en dier

centraal examen

Je hebt inzicht in de organisatie, ontwikkeling en functie van gedrag, en kent methoden die bij gedragsonderzoek gebruikt worden.

Weten en kunnen

Je kunt:

  1. voor concrete situaties gedrag beschrijven als een samenhangend geheel van elkaar opvolgende handelingen.

  2. voor concrete voorbeelden de relatie aangeven tussen gedrag en inwendige en uitwendige factoren
    in het bijzonder:
    • sleutelprikkel;
    • motiverende factoren;
    • daglengte;
    • biologische klok;
    • temperatuur.

  3. aangeven dat gedrag voor een deel erfelijk is bepaald en voor een deel wordt veroorzaakt door leerprocessen
    in het bijzonder:
    • gewenning;
    • inprenting;
    • conditionering (klassiek en operant);
    • imitatie;
    • inzicht;
    • trial-and-error/proefondervindelijk leren.

  4. op grond van waarnemingen aan het gedrag van dieren een ethogram opstellen en een protocol maken.

  5. aan de hand van concrete voorbeelden verschillende vormen van sociaal gedrag en communicatie noemen en de functie daarvan aangeven.

  6. bij mensen en dieren in concrete (beschreven) situaties de rol aangeven van sociaal gedrag en communicatie bij taakverdeling en coördinatie
    in het bijzonder:
    • taakverdeling binnen groepen;
    • balts, paringsgedrag en broedzorg;
    • territoriumgedrag;
    • rolpatronen, normen en waarden.

Informatie op bioplek

Overzicht termen en begrippen

Praktische opdrachten

Gedrag van ongewervelde dieren
Maken van een ethogram