
Basiskennis scheikunde en
natuurkunde
examenprogramma
HAVO
Scheikunde
- Basisbegrippen van de
scheikunde zoals:
- atoom;
- molecuul;
- ion;
- molecuulformule;
- structuurformule;
- enkele binding;
- dubbele binding;
- verzadigde
verbinding;
- onverzadigde
verbinding;
- katalysator;
- hydrolyse;
- pH van een oplossing;
- reactievergelijking.
- Namen en formules van
stoffen die in veel biologische processen een belangrijke
rol spelen, zoals
- water;
- koolstofdioxide;
- stikstof;
- ammoniak;
- nitraat;
- nitriet;
- fosfaat;
- eiwitten;
- aminozuren;
- vetten;
- glycerol;
- vetzuren;
- koolhydraten.
- Mono-, di- en
polysachariden.
- De begrippen:
- oplossen;
- concentratie;
- massa;
- gewicht.
- Verschillende eenheden
voor gehalte zoals:
- massapercentage;
- volumepercentage;
- ppm;
- g L-1;
- mol
L-1.
Natuurkunde
- Radioactieve isotopen en
ioniserende straling;
- halveringstijd;
- elektromagnetisch
spectrum.
Informatie
op bioplek
- Water
- Koolstofdioxide
- Eiwitten
- Aminozuren
- Vetten
- Glycerol
- Verzadigde
en onverzadigde vetzuren
- Koolhydraten
 |