[home][inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

 


Informatie over het Centraal Schriftelijk Examen
6 Atheneum

 

De nadruk (60 - 80 %!!) van het examen ligt op vaardigheden.Dit zijn de productieve vragen .

De rest van de vragen (ongeveer 20 - 40% bestaat uit de reproductieve vragen)

Het heeft geen zin om he laatste moment lang te leren. Nadenken is belangrijker dan parate kennis.

Het gaat dus vooral over vaardigheden die je tijdens het practicum en door het maken van verslagen geleerd hebt.

 

De volgende vaardigheden worden gevraagd:

 

  1. Het oplossen van problemen over nieuwe onderwerpen.
    Schrik dus niet als je onbekende dingen in het examen tegenkomt.
  2. Het ontwerpen van een hypothese.
    Denk eraan dat een hypothese een vermoedelijk antwoordis op een probleem.
    Het staat professioneel als je de hypothese afsluit met een als... dan ..redenering. (Als de hypothese waar is dan zal er tijdens het experiment dit .... gebeuren.)
  3. Behalve het maken van een hypothese wordt soms ook gevraagd om een werkplan te maken.
    Ontwerp dan een een proefopstelling en proefbeschrijving.
    Doe dat altijd in duidelijke stappen. Dus stap 1....stap 2.... etc.
  4. Het omgaan met informatie.
    Aan de hand van soms ingewikkelde informatie als tabellen en grafieken conclusies trekken.
    De informatie staat in een aparte bijlage. Soms wordt ook informatie gegeven die je niet nodig hebt.
    Als je aan de hand van informatie
    conclusies moet trekken vermeld dan altijd op grond van welke gegevens je dat doet.
  5. Som moet je ook grafieken maken. Denk dan aan het vermelden van eenheid en grootheid bij de x-as en de y-as.
    Verbind punten alleen als dat gevraagd wordt.
  6. Soms moet je ook over een bepaald onderwerp een standpunt innemen. Er wordt dan gevraagd om argumenten voor en/of tegen een bepaalde mening.
    Antwoord in dat geval in korte duidelijke zinnen en zet erboven of het argumenten voor of tegen zijn.
    Nummer de argumenten!!

Overige tips: 

  1. Als om een berekening gevraagd wordt (vooral bij erfelijkheidsleervragen), dan worden ook
    punten toegekend aan de tussenstappen.
    Alleen de uitkomst is dus nooit goed.
  2. Rond op de juiste manier af.
    Stel je moet ergens 2.3 delen door 1.7.
    Je rekenmachientje geeft dan 1.3529412
    Rond dit getal af tot 1.4 (of 1.35)
  3. Oefen niet te veel oude examens. De meeste vragen zijn toch nieuw een gaan over nieuwe onderwerpen.
  4. Neem vlak voor je examen alleen je uittreksels door. (Liever niet een uittrekselboek omdat daar
    altijd veel te veel in staat.)
  5. Besteed niet teveel tijd aan vragen die je niet begrijpt zeker niet als ze weinig punten opleveren.
  6. De vragen worden steeds langer. Goed lezen is dus zeer belangrijk.