![]()
Samenvatting examenstof biologie VWO - tweede fase 4. Levenscyclus en erfelijke informatie
termen/begrippen erfelijkheid
DNA, genotype en fenotype
- chromosomen bestaan uit DNA
- gen: deel DNA met gecodeerde informatie voor één erfelijke eigenschap
transcriptie-translatie
translatie- genotype: geeft aan welke genen op de chromosomen liggen
- fenotype: de uiteindelijke eigenschappen van een individu
wordt bepaald door:
- de samenstelling van het DNA (het genotype)
en- milieufactoren
- invloed van het milieu op ontstaan van het fenotype kan goed onderzocht worden bij tweelingen
- een-eiïge tweelingen hebben hetzelfde genotype --> verschillen moeten veroorzaakt zijn door milieufactoren
- twee-eiïge hebben verschillend genotype en fenotype
Voortplanting ongeslachtelijke voortplanting
- nieuw individu ontstaat uit één of meer cellen van één individu
- alle nakomelingen hebben hetzelfde genotype (= kloon)
geslachtelijke voortplanting
- twee geslachtscellen versmelten met elkaar
- nakomelingen hebben een nieuwe combinatie van erfelijke eigenschappen
toepassingen
Ongeslachtelijke voortplanting ongeslachtelijke voortplanting
wordt toegepast als:
- nakomelingen precies dezelfde erfelijke eigenschappen moeten hebben
- er ontstaat een kloon
klonen kunnen ontstaan door:
- knollen en bollen uit te planten
- planten te stekken
- een weefselkweek te maken
- bij dieren o.a. door delende eicel te splitsen
Veredelingstechnieken
klassiek
geslachtelijke voortplanting
wordt toegepast om:
- nieuwe combinaties van erfelijke eigenschappen te krijgen = recombinatie
twee geslachtscellen met verschillend DNA versmelten met elkaar --> nieuwe combinatieveredelen
kruisen van planten/dieren met bepaalde eigenschappen
- uitzoeken individuen met gewenste eigenschap = selecteren
- deze individuen onderling kruisen = fokken (bij dieren) en kweken (bij planten)
nadelen
- verlies aan genetische variatie
- kwetsbaarder voor ziektes
- verlies van bepaalde genencombinaties
- kunnen alleen met veel moeite opnieuw verkregen worden
oplossing:- inrichten van zogenaamde genenbanken (opslagplaats van zaden)
Moderne Veredelingstechnieken
moderne methode om organismen met nieuwe eigenschappen te krijgen
- genetische modificatie (genetische manipulatie)
wijziging van DNA door
- mutatie op te wekken door bijv straling of mutagene stoffen
- "vreemde" genen in te bouwen in (ei)cel = recombinant-DNA-techniek
transgene organismenook toegepast bij:
- bacteriën
voor o.a.
- wasmiddelen
- medicijnen en hormonen
- zuivering van afvalwater
- productie van voedsel
voordelen:
- jarenlang kruisen niet meer nodig (tijdwinst)
- nieuwe soorten gevormd met voor ons gunstige eigenschappen
- dieren worden meer geschikt om organen voor transplantatie te leveren
nadelen:
- minder genetische variatie --> kwetsbaarder als bepaalde ziekte uitbreekt
- verspreiding van de eigenschap onder in het wild voorkomende soorten (door toevallige kruising)
- gevaar dat meer bestrijdingsmiddelen gebruikt gaan worden omdat de gekweekte plant daar resistent tegen gemaakt is
Mens
prenatale diagnostiek
onderzoek van embryocellen van embryo worden gekweekt en onderzocht op:
- aantal chromosomen
- karyogram wordt gemaakt
afwijkingen in aantallen chromosomen kunnen worden ontdekt
bijvoorbeeld trisomie 21 (syndroom van Down)
- afwijkingen in de bouw van de chromosomen
bij bepaalde erfelijke ziektesvoordeel
- vroegtijdig ontdekken van ernstige afwijkingen bij embryo --> keuze om zwangerschap door te zetten of af te breken
nadelen
- keuze maken is moeilijk
- vlokkentest en vruchtwaterpunctie zijn niet geheel zonder risico --> kunnen in enkele gevallen leiden tot miskraam
vlokkentest
- via de vagina worden cellen uit buitenste vruchtvlies (later deel van placenta) opgezogen
- kan vanaf negende week
vruchtwaterpunctie
- via de buikwand wordt vruchtwater opgezogen
- vruchtwater bevat cellen van de foetus
- kan vanaf zestiende week
- minder riskant dan vlokkentest
kruisingen
Termen termen toe kunnen passen in kruisingen
allel (allelen)
bepaald gen kan verschillende vormen hebben
bijvoorbeeld:
het gen voor oogkleur kan voor witte ogen zorgen of voor rode ogen
Men spreekt dan van:
het allel voor witte ogen en
het allel voor rode ogendominant
- dominant allel komt bij heterozygoot tot uiting in het fenotype
recessief
- recessief allel komt bij heterozygoot niet tot uiting in het fenotype
- komt alleen tot uiting in het fenotype als op het andere (homologe) chromosoom ook het recessieve allel aanwezig is (homozygoot)
intermediair
- beide allelen komen bij heterozygoot tot uiting
- er is geen dominant en recessief allel
X-chromosomale genen
- liggen op het X-chromosoom
- mannen hebben maar één X-chromosoom en dus altijd maar één allel van het betreffende gen
homozygoot
- individu heeft van bepaald gen twee gelijke allelen
heterozygoot
- individu heeft van bepaald gen twee verschillende allelen
Uitkomsten voorspellen
uitkomst kunnen voorspellen met behulp van kansberekening van:
oefenen:
Simulatie van de kruisingen van Mendel![]()