[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]
Samenvatting examenstof biologie VWO - tweede fase 16. Onstaan en handhaving van verscheidenheid
Populatie
Populatie Populatie
- alle individuen van een bepaalde soort in één gebied
- kunnen zich onderling voortplanten
- binnen een populatie zijn er verschillen tussen de individuen (verscheidenheid van een populatie)
- ontstaan door mutaties
Genfrequenties
Genfrequenties in een populatie
- allelenfrequenties van de allelen p en q
p + q = 1
- genfrequenties
AA - p2
Aa - 2pq
aa - q2- p2 + 2pq + q2 = 100%
Hiermee:
- aan de hand van bekende genetische samenstelling van een populatie
- voorspellingen doen over de genetische samenstelling van toekomstige populaties
Wet mag alleen toegepast worden als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- de populatie is groot
- er is geen emigratie naar of immigratie van andere populaties
- er vinden geen mutaties plaatst
- er is geen sprake van partnerkeuze op basis van genotype
voortplanting is "at random"- er treedt geen natuurlijke selectie op
- vrijwel geen enkele populatie voldoet aan al deze voorwaarden
- de allelenfrequentie verandert zodra aan één van de voorwaarden niet voldaan wordt
- evolutie op kleine schaal (micro-evolutie)
Evolutie
Natuurlijke selectie
Natuurlijke selectie
- Binnen een populatie is genetische variatie
in stand gehouden door:
- mutaties
en- voortdurende recombinatie van erfelijke eigenschappen (door geslachtelijke voortplanting)
- Bepaalde genotypen zijn in bepaald milieu in het voordeel (fitness) = hebben meer overlevingskans --> grotere kans op nakomelingen
- De gunstige eigenschap wordt doorgegeven aan de nakomelingen --> meer nakomelingen met die eigenschap
- genfrequenties verschuiven
Onderzoek ontstaan levensvormen
Beschrijven van het onstaan van bepaalde levensvormen gebeurt op grond van:
- het bestuderen van fossielen
- versteende overblijfselen van organismen
- afdrukken in gesteenten van organismen
- resten van organismen die door sedimentatie van de lucht werden afgesloten
bijvoorbeeld- versteende skeletdelen (botten, tanden)
- voetafdrukken
- vergelijkend onderzoek tussen fossielen en moderne organismen
- vergelijken van" overeenkomstige" delen van verschillende soorten organismen
bijvoorbeeld:
- homologe organen
- organen met dezelfde embryologische ontstaanswijze
- zelfde evolutionaire oorsprong - zelfde bouwplan
- door aanpassing aan andere omstandigheden(selectie) zijn vormen veranderd
- divergente evolutie
- voorbeeld: voorpoot van hond, dolfijn, vleermuis
- analoge organen
- organen die op elkaar lijken maar een verschillende oorsprong hebben
- aangepast aan gelijksoortige omstandigheden
- convergente evolutie
- voorbeeld: vleugel van vogel, vleugel van vlinder
- vergelijkend onderzoek van het DNA
Oopvattingen over het ontstaan van levensvormen
- generatio spontanea (spontane generatie )
- leven kan ontstaan uit levenloze of dode materie
- maden uit rottend vlees
- palingen uit modder
- muizen uit stro
- bacteriën uit soep
- schepping
- beschreven bij diverse religies
- bovenaardse macht, God, heeft alle levensvormen laten ontstaan
- evolutie
- ingewikkelde levensvormen hebben zich ontwikkeld uit eenvoudige levensvormen
- geleidelijke verandering van eigenschappen in de loop van de aardgeschiedenis
- natuurlijke selectie speelt een rol
- Aanwijzingen daarvoor:
- overeenkomsten in bouw DNA
- overeenkomst in bouw van organismen
- overeenkomsten hart en bloedsomloop bij gewervelde dieren
- overeenkomsten in bouw skelet
- overeenkomsten in de ontwikkeling voor de geboorte
- het voorkomen van rudimentaire organen
- staartwervels bij de mens
- pootresten bij slangen
- voorkomen van fossielen - versteende resten van organismen of versteende afdrukken
- Darwin
grondlegger moderne gedachten (neodarwinisme) over evolutie
uitgangspunten![]()