[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

 

Samenvatting examenstof biologie VWO - tweede fase

17. Ethologie

Gedrag

Ontstaan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gedrag = alles wat een dier (en mens) doet (alle waarneembare activiteiten)

  • reactie op inwendige of uitwendige prikkel
  • alleen als ook motivatie aanwezig is

gedrag is gevolg van:

  • prikkels:
    • uitwendige prikkels - uit omgeving
      • sleutelprikkel
        prikkel die een specifiek gedrag veroorzaakt
        voorbeelden:
        • sleutelprikkel:rode buik stekelbaarsmannetje
          gevolg: ander mannetje jaagt hem weg uit het territorium
        • sleutelprikkel: sperren van jonge vogels
          gevolg: ouders geven voedsel
        • sleutelprikkel: rode vlek op de snavel van zilvermeeuwen
          gevolg: jong gaat op de snavel tikken (bedelen)
    • inwendige prikkels - uit eigen lichaam
  • motivatie (motiverende factoren)
    "zin hebben in" (bereid zijn tot) een bepaald gedrag
    voorbeeld:
    • honger

    motivatie kan beïnvloed worden door:

    • inwendige factoren
      bijvoorbeeld:
      • zenuwstelsel
      • hormonen
    • uitwendige factoren
      bijvoorbeeld:
      • daglengte
      • temperatuur

Hoofdfuncties gedrag

  • zelfhandhaving van het individu (in leven blijven)
    o.a.
    • vluchtgedrag
    • eetgedrag
  • zorgen voor het voortbestaan van de soort (genen doorgeven)
    • voortplantingsgedrag
      o.a.
      • baltsgedrag
      • broedzorg


Gedragsystemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Gedragssysteem = groep samenhangende, opeenvolgende handelingen
bijvoorbeeld

  • paringsgedrag
  • broedzorg
  • territoriumgedrag

Conflictgedrag

  • als meerdere gedragssystemen tegelijkertijd opgewekt worden (conflict tussen gedragssystemen)
  • ambivalent gedrag
    • als beide systemen even sterk geprikkeld worden
    • afwisselend worden elementen uit beide gedragssystemen vertoond
      • voorbeeld:
        dier dat op de grens van zijn territorium afwisselend aanvalt en vlucht
  • omgericht gedrag
    • agressie wordt niet op tegenstander gericht maar op een "voorwerp"
      voorbeelden:
      • in plaats van soortgenoot te pikken gaat dier in de grond pikken
      • mens:
        • de deur keihard dichtgooien als je kwaad bent
        • met de vuist op tafel slaan
  • overspronggedrag
    • schijnbaar zinloze handeling uit een ander gedragsysteem dan op een bepaald moment relevant is
      voorbeelden:
      • vechtende vogels gaan plotseling hun veren poetsen
      • mensen die in verlegenheid gebracht zijn, krabben op hun hoofd

handelingen kunnen onderscheiden worden in:

  • handelingen met een gemeenschappelijk effect
  • handelingen met een gezamenlijke fluctuerende frequentie
  • handelingen die in de tijd samenhangen

Gedragsketen

  • aantal handelingen achter elkaar
  • effect van een bepaalde handeling leidt tot een volgende handeling


 

 

Soorten gedrag

Gedrag kan zijn:

  • aangeboren (erfelijk)
  • aangeleerd
    • vaak is een deel erfelijk en een deel aangeleerd
      • het kunnen leren is erfelijk bepaald, de mate waarin geleerd wordt is afhankelijk van het milieu

    leerprocessen

    • gewenning
    • inprenting
    • conditionering
      • klassiek
      • operant
    • imitatie
    • inzicht
    • "trial-and-error" - proefondervindelijk leren

Sociaal gedrag = gedrag binnen groepen:
leidt tot:

  • samenwerken (bijvoorbeeld bij het jagen)
  • taakverdeling binnen een groep (bijvoorbeeld bij bepaalde insecten)
  • rangorde (hiërachie - "pikorde")

Voorbeelden sociaal gedrag:

  • baltsgedrag - gedrag dat aan een paring vooraf gaat
  • paringsgedrag
  • broedzorg
  • territoriumgedrag
  • communicatie met soortgenoten
    • dreigen
    • imponeren
    • verzoenen
    • onderwerpen

Sociaal gedrag bij de mens:

  • rolpatronen
    • stereotyp gedrag
  • normen en waarden
    afhankelijk van
    • cultuur
    • opvoeding


Mens en dier

 

 

 

 

 

Gedrag mens - dier
Je moet een standpunt over de vergelijking van het gedrag van mensen en dieren kunnen bediscussiëren en beargumenteren.

Overeenkomsten

  • gedrag erfelijk bepaald
  • veroorzaakt door prikkels
    • sleutelprikkels
    • supranormale prikkels
  • bepaalde typen gedrag komen bij beiden voor
    bijvoorbeeld:
    • baltsgedrag
    • territoriumgedrag
    • broedzorg
    • imponeren
    • verzoenen

Verschillen

  • inzicht heeft bij mensen een groter aandeel dan bij dieren
  • gedrag sterk beïnvloed doordat mensen hun natuurlijke omgeving veranderd hebben.
    • huizen
    • verkeer
    • communicatiemiddelen

Gedrag stekelbaarsje

 

 

 

 

driedoornig stekelbaarsje

mannetje

  • krijgt in de voortplantingstijd een rode buik
    • sleutelprikkel voor andere mannetjes
  • bakent een territorium af
    • jaagt alle andere mannetjes (met een rode buik) weg
      • territoriumgedrag
  • bouwt van plantenmateriaal een nest
  • lokt vrouwtje naar het nest
    • sleutelprikkel: dikke buik van het vrouwtje
    • mannetje: zigzag dans
      • baltsgedrag
    • zigzag dans is sleutelprikkel voor het vrouwtje
      • zij volgt het mannetje
  • leidt vrouwtje naar het nest
  • siddert
    trilt tegen de staart van het vrouwtje
    • sleutelprikkel voor vrouwtje om eieren te gaan leggen
  • zwemt daarna zelf door het nest om de eieren te bevruchten
  • jaagt vrouwtje weg
  • verzorgt de eieren/jongen
    • waaieren
      • met vinnnen een waterstroom door het nest veroorzaken --> meer zuuurstof voor de jongen
        • broedzorg

© scholte/marree 2004