[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

Samenvatting examenstof biologie VWO - tweede fase

20. Homeostase - hormonen 

Hormonen

Kenmerken

 

 

 

 

 

 

Inhoud animaties homeostase

Hormonen

  • zijn regelstoffen
    • van belang bij instand houden van een constant inwendig milieu
      • homeostase
        onder andere
        • osmotische waarde van het bloed
        • pH van het bloed
        • glucose-gehalte van het bloed
    • regelen vaak in samenwerking met autonome zenuwstelsel
  • worden gemaakt in hormoonklieren
  • worden afgegeven aan en vervoerd door het bloed
    • daardoor tragere werking dan zenuwstelsel
    • wel langduriger
  • hebben een specifieke molecuulstructuur
    • wordt alleen herkent door receptormoleculen op of in cellen van doelwitorganen
      • hebben alleen effect op die organen
    • mate waarin een doelwitorgaan reageert, is afhankelijk van de hormoonconcentratie
  • concentratie van hormoon bepaalt de mate van de reactie van de doelwitorganen
  • werking via regelkringen (zie overzicht zenuwstelsel)

regeling op celniveau

Specifieke hormonen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op kunnen zoeken in Binas of Biodata:

  • functie hormonen
  • bijbehorende hormoonklier
  • doelwitorgaan

het gaat daarbij om:

  • hypofyse
    • groeihormoon
    • FSH
    • LH
    • TSH
  • schildklier
    • thyroxine
  • eilandjes van Langerhans
    • insuline en glucagon
  • bijnieren
    • adrenaline
  • ovaria (eierstokken)
    • oestrogenen (oestradiol en oestron)
    • progesteron
  • testes (zaadballen)
    • testosteron
  • placenta (moederkoek)
    • HCG

Hypothalamus - hypofyse systeem

 

 

 

Gebruik Binas of Biodata

Hypothalamus - hypofyse - systeem

Hypothalamus

  • onderdeel van het centrale zenuwstelsel
    • in tussenhersenen
  • directe verbinding met hypofyse
    • ligt onder de hypothalamus
  • twee typen hormonen worden afgegeven
    • zenuwcellen in de hypothalamus geven hormonen af aan het bloed
      (= neurosecretie)
      • de hormonen worden neurosecreten genoemd
    • bepaalde cellen produceren hormonen die direct naar de hypofyse gaan
      • releasing hormonen
        • stimuleren afgifte van bepaalde hormonen door de hypofyse
        • via deze stoffen wordt de hypofyse gestimuleerd of geremd
          (afhankelijk van de concentratie)
  • reguleert ook een aantal neurale processen
    bijvoorbeeld
    • bloeddruk
    • lichaamstemperatuur
Hypofyse

 

 

 

 

 

 

 

 

Gebruik Binas of Biodata

Hypofyse

  • hersenaanhangsel onder de hypothalamus
  • maakt verschillende hormonen
    • FSH
      • follikelstimulerend hormoon
        stimuleert
        • groei van follikel in ovaria
        • afgifte van oestradiol door de follikelcellen
        • vorming van spermacellen in de testis
    • LH
      • luteïniserend hormoon
        stimuleert
        • ovulatie
        • vormingen handhaving van het geel lichaam
        • afgifte van testosteron door de testes
    • TSH
      • thyreotroop hormoon
        stimuleert
        • afgifte van van thyroxine door de schildklier
    • ADH
      • anti-diuretisch hormoon
        stimuleert
        • terugresorptie van water in de nieren
    • prolactine
      stimuleert
      • groei van de melkklieren tijdens de zwangerschap
      • melkproductie
    • oxytocine
      stimuleert
      • afgifte van melk (lactatie)
      • samentrekking van de baarmoederwand bij de geboorte


Regeling glucoseconcentratie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Glucoseconcentratie van het bloed (bloedsuikerspiegel)

  • moet zoveel mogelijk constant blijven
    • direct invloed op de osmotische waarde van het bloed
  • wordt geregeld via hormonen uit de eilandjes van Langerhans (in de alvleesklier)
    • insuline
      • verlaging van de glucoseconcentratie
    • glucagon
      • verhoging van de glucoseconcentratie
    • insuline en glucagon werken als antagonisten
  • lever en skeletspieren zijn de doelwitorganen
    • o.i.v. insuline wordt
      • glucose opgenomen uit het bloed
      • glucose omgezet in glycogeen
        • glycogeen wordt opgeslagen
      • insuline stimuleert ook de opname van glucose in de lichaamscellen
    • o.i.v. glucagon wordt
      • glycogeen omgezet in glucose
      • glucose afgegeven aan het bloed

Regelkring

Glucosegehalte in het bloed is te hoog

  • alvleesklier produceert
    • meer insuline
    • minder glucagon
  • insuline komt via het bloed bij de lever en de spieren
  • glucose wordt uit het bloed opgenomen
  • opgeslagen als glycogeen
  • glucosegehalte van het bloed wordt lager
  • terugkoppeling op de alvleesklier
    • minder insuline
    • meer glucagon
  • enzovoort
  • gevolg is dat glucoseconcentratie schommelt rond een bepaalde waarde


Adrenaline

 

 

 

 

Adrenaline (gebruik Binas of Biodata)

  • wordt gemaakt en opgeslagen in de bijnier
    • in het bijniermerg
  • heeft zelfde effect als orthosympatische zenuwstelsel
    • ondersteunt in noodgevallen de werking daarvan
  • komt vrij als je lichaam plotseling in actie moet komen
    • schrik
    • angst
    • ineens gaan rennen
  • heeft (als enige hormoon) een snelle en kortdurende werking
    • bevordert omzetting van glycogeen in glucose
      • in lever en skeletspieren (zelfde effect als glucagon)
      • afgifte van glucose door de lever
    • stimuleert hartactiviteit
      • toename hartminuutvolume
    • verwijding van de bronchiën
    • verwijden pupillen
      "schrikogen"
    • stimuleert bloedvatverwijding in de skeletspieren en verhoogt spierspanning
      "Je staat te trillen op je benen"
  • bijniermerg produceert nog een overeenkomstig hormoon - nor-adrenaline


© scholte/marree 2004