[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

  Samenvatting examenstof biologie VWO - tweede fase

5. Levenscyclus van de mens 

Bouw en functie geslachtsorgaan

Vrouw

 

Primaire geslachtskenmerken (gebruik Binas of Biodata)

  • 2 eierstokken (ovaria - enkelvoud ovarium)
    • rijping eicel (één per maand)
      • meiose
      • uit één diploïde cel ontstaat één eicel
        Er vindt geen celdeling plaats na de meiose. Na de meiose komen de "overbodige" chromosomen in poollichaampjes terecht.
    • vorming vrouwelijk geslachtshormoon (oestrogeen)
  • 2 eileiders
    • opvangen eicel na ovulatie (met trechtervormig uiteinde)
    • bevruchting
    • transport bevruchte eicel --> baarmoeder
  • baarmoeder
    • innesteling bevruchte eicel (in de slijmvlieslaag)
    • groei en ontwikkeling van bevruchte eicel
  • schede (vagina)
  • kittelaar (clitoris)
    • gevoelig voor prikkeling --> orgasme

Secundaire geslachtskenmerken

  • ontstaan tijdens de puberteit o.i.v. hormonen (oestrogenen)
  • ontwikkeling borsten, groei schaam- en okselhaar, meer onderhuids vet, menstruatiecyclus

Menstruatiecyclus

Menstruatiecyclus

  • gemiddelde duur: 28 dagen
  • geregeld door hormonen (gebruik Binas of Biodata)
    • FSH uit de hypofyse
      • in gang zetten groei / rijpen follikel
        in de follikel zit de eicel
      • follikelcellen maken oestrogeen
        • o.i.v. oestrogeen wordt in de baarmoeder de slijmvlieslaag dikker
    • LH uit de hypofyse
      • stimuleert de ovulatie (eisprong) - ± 14e dag van de cyclus)
      • stimuleert na de ovulatie de vorming van het gele lichaam (uit de lege follikel)
      • geel lichaam vormt progesteron (zwangerschapshormoon)
        • o.i.v. progesteron wordt het baarmoederslijmvlies nog dikker
    • via oestrogeen en progesteron negatieve terugkoppeling op de hypofyse
  • ovulatie
    • eicel komt vrij uit het follikel
    • wordt opgevangen door de eileider
    • eicel leeft ongeveer 24 uur (en lost daarna op)
  • menstruatie
    • baarmoederslijmvlies komt naar buiten (ongeveer 2 weken na de ovulatie)

Man

Primaire geslachtskenmerken (gebruik Binas of Biodata)

  • 2 zaadballen (testes - enkelvoud testis)
    • vorming zaadcellen (spermacellen)
      • mitose voor aanmaak nieuwe zaadmoeder cellen
      • meiose voor vorming zaadcellen
      • uit één diploïde cel ontstaan 4 zaadcellen
    • vorming mannelijk geslachtshormoon (testosteron)
  • 2 bijballen
    • opslag van zaadcellen
  • 2 zaadleiders
    • transport van zaadcellen
  • 2 zaadblaasjes
    • monden uit in de zaadleiders
    • toevoegen van vocht aan zaadcellen bij zaadlozing
  • prostaatklier
    • afsluiten urineblaas bij zaadlozing
    • toevoegen van vocht aan zaadcellen bij zaadlozing

    zaadcellen + vocht uit zaadblaasjes en prostaat = sperma

  • penis
    • zwellichaam --> erectie
    • eikel --> gevoelig voor prikkeling --> orgasme (vergelijk clitoris)

Secundaire geslachtskenmerken

  • ontstaan tijdens de puberteit o.i.v. hormonen (gebruik Binas of Biodata)
  • lagere stem (baard in de keel), haargroei op het gezicht en lichaam, groei schaam- en okselhaar, zaadlozing

Vruchtbaarheid

Vruchtbare periode

Een vrouw kan zwanger worden als ze 3 dagen voor, tijdens of een halve dag na de ovulatie geslachtsgemeenschap heeft.
Want:
  • eicel is tot 12 uur (halve dag) na ovulatie te bevruchten
  • zaadcellen blijven leven maximaal 3 dagen in baarmoeder en eileiders in leven

De ovulatie vindt ongeveer halverwege de cyclus plaats. Bij een gemiddelde duur van 28 dagen, rond de 14edag.
Maar er zijn grote verschillen in lengtes van de cycli en niet iedereen heeft een regelmatige cyclus.

factoren die invloed hebben op de vruchtbaarheid

  • goede voeding
  • algemene gezondheidstoestand
    • door ziekten wordt de kwaliteit van zaadcellen minder
  • leeftijd
    • bij hogere leeftijd vrouw meer kans op kinderen met het syndroom van Down
  • temperatuur in de testes
    • ideale temperatuur voor vormen van zaadcellen is ± 35°C
  • milieufactoren
    • giftige stoffen kunnen de vruchtbaarheid verminderen
      bijv. stoffen die lijken op geslachtshormonen
Methoden om ongewenste kindeloosheid op te heffen

kunstmatige inseminatie (KI)

  • er wordt kunstmatig sperma bij de vrouw ingebracht
    • KIE - sperma is van de partner
    • KID - sperma is afkomstig van donor

In vitro fertilisatie (IVF)

  • eicel(len) wordt uit de eierstok gehaald en in petrischaal gedaan
  • zaadcellen worden toegevoegd
  • Na de bevruchting ontwikkelen de eicellen zich tot klompjes cellen (embryo's)
  • enkele embryo's worden in de baarmoeder gebracht en kunnen zich gaan innestelen

Groei en ontwikkeling

 

 

 

 

 

 

 

Ontwikkeling voor de geboorte

Embryonale ontwikkeling --> bevruchting, embryologie zoogdieren

  • bevruchting
    • bevruchte eicel heet zygote
  • transport door de eileider
    • klievingsdelingen (mitose)
      • wel delingen, geen plasmagroei --> klompje cellen
      • in bolletje cellen ontstaat een holte met vocht
        • trofoblast - wand
        • embryonaalknop - groepje cellen tegen de binnenwand
          vormt later het embryo en het binnenste vruchtvlies
  • innesteling in baarmoederslijmvlies (na ongeveer 5 dagen)
    • trofoblast wordt het buitenste vruchtvlies
    • deel daarvan wordt onderdeel van de placenta
  • ontwikkeling van het embryo
    • na twee maanden zijn alle organen aangelegd --> foetus
  • foetus
    • in vruchtwater
      • beschermt foetus tegen druk en stoten
    • rond vruchtwater zitten twee vruchtvliezen
      • houden het vruchtwater vast
      • beschermen tegen infecties van buitenaf
  • bloedsomloop voor de geboorte
    • foetus krijgt voeding via placenta (moederkoek)
      • bevat bloedvaten van moeder en van kind)
        • uitwisseling stoffen tussen moeder en kind
      • via navenstreng verbonden met kind
        • twee navenstrengslagaders (bloed van kind naar placenta)
          • vervoer koolstofdioxide en andere afvalstoffen)
        • één navelstrengader (bloed van placenta naar kind)
          • vervoer zuurstof en voedingsstoffen
    • longen werken nog niet
      Er is:
      • extra bloedvat tussen longslagader en aorta (= ductus Botalli) --> bloed stroomt van longslagader naar aorta
      • opening tussen rechter en linker boezem --> er stroomt direct bloed van rechterboezem naar linkerboezem

        functies
        • transport van zuurstofrijk bloed naar aorta
        • weerstand van niet ontplooide longen ontlopen
      • Na de geboorte verdwijnen deze openingen

Hormonale regeling tijdens zwangerschap

placenta produceert:

  • HCG
    • heeft zelfde werking als LH --> geel lichaam blijft intact in de eerste 3 maanden
      --> productie van progesteron --> baarmoederslijmvlies blijft intact (geen menstruatie)
      • kan in urine aangetoond worden met zwangerschapstest
  • progesteron
    • vervangt na 3 maanden de progesteron van het geel lichaam

hypofyse produceert:

  • prolactine
    gevolg:
    • groei van melkklieren
    • productie van melk
  • oxytocine
    gevolg:
    • vrijkomen van melk uit de melkklieren

Tweelingen

een-eiige tweeling

  • ontstaan door bevruchting van één eicel en één zaadcel
    • zelfde erfelijke eigenschappen (dus altijd 2 meisjes of twee jongens)
    • na de eerste klievingsdeling van de bevruchte eicel, ontwikkelen de twee ontstane cellen zich zelfstandig

twee-eiige tweeling

  • ontstaan door bevruchting van twee eicellen
    • verschillende erfelijke eigenschappen (als bij willekeurige broers en zussen)

 

 

 

Ontwikkeling tot volwassene

puberteit

  • 12 tot 16 jaar
    • lichamelijke veranderingen
      • groeispurt
      • ontstaan secundaire geslachtskenmerken
    • geestelijke veranderingen
      • meer zelfstandigheid
      • interesse krijgen voor seksualiteit
  • groei wordt beïnvloed door
    • voeding
      • veel eiwitten nodig
    • hormonen
      • geslachtshormonen en groeihormonen (gebruik Binas of Biodata)

anticonceptie

anticonceptimethoden

voorbehoedmiddelen

  • pil
    • bevat oestrogeen en progesteron
    • remt hypofyse (--> geen FSH en LH)
      daardoor gaat er geen follikel met eicel rijpen
    • wel menstruatie
    • verkrijgbaar via huisarts
  • condoom
    • voorkomt dat zaadcellen in het lichaam van de vrouw komen
    • overal verkrijgbaar
  • spiraaltje
    • komt in de baarmoeder te zitten
    • voorkomt innesteling van een bevruchte eicel
    • moet door arts ingebracht worden
  • pessarium
    • rubber kapje
    • dekt de baarmoederhals af
    • moet gebruikt worden in combinatie met zaaddodende pasta
    • voorkomt dat zaadcellen via de baarmoeder bij de eicel kunnen komen
    • moet na de geslachtsgemeenschap 8 uur blijven zitten
  • sterilisatie
    • eileiders of zaadleider worden onderbroken
    • wel productie van geslachtscellen, maar ze kunnen het lichaam niet meer verlaten.
    • hormoonproductie gaat gewoon door --> geen invloed op de seksualiteit.

SOA's

Seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA's)

  • infectie via direct contact tussen slijmvliezen van geslachtsorganen, mond en anus
    • kans groter bij wisselende partners
    • voorkomen door condoom te gebruiken

© scholte/marree 2004