[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]
Samenvatting examenstof biologie VWO - tweede fase 8. Stofwisseling van planten
Voeding bij planten
Voedingsstoffen Anorganische stoffen --> organische stoffen van gemaakt (autotroof)
- zouten
- opgenomen via wortels
passief transport via de celwanden van wortelharen en het vulweefsel in de schors (diffusie)
actief via de endodermiscellen- voorbeelden
Voor vorming van eiwitten:
- nitraat (NO3-)
- sulfaat (SO42-)
Verder:
- vooral natrium- kalium en chloorionen (Na+, K+ en Cl--)
- CO2 uit de lucht (opgenomen via huidmondjes) door diffusie
- water - opgenomen via wortels door osmose
- verlies van water door
- verdamping
neemt toe door
- hoge luchtvochtigheid
- wind
- hogere temperatuur
- druppelen
water druppelt uit de huidmondjes
gebeurt bij
- hoge luchtvochtigheid, weinig wind en lage luchttemperatuur
- hoge bodemtemperatuur (dan veel worteldruk)
Assimilatie Assimilatie --> energie nodig
fotosynthese
- energie komt uit licht
- vorming van glucose uit koolstofdioxide en water
zuurstof blijft over
koolstofdioxide + water --> glucose + zuurstof
6CO2 + 12 H2O + E(nergie) --> C6H12O6 + 6H2O + 6O2
Blad en fotosynthese- in chloroplasten (bladgroenkorrels)
Koolhydraten
Koolhydraten - Gebruik Binas of Biodata
glucose
- polysachariden
bijvoorbeeld: zetmeel, cellulose- disachariden
bijvoorbeeld: sacharose, maltose- monosachariden
bijvoorbeeld: glucose, fructose, ribose
- polysachariden en disachariden zijn aaneenschakeling van monosachariden
- structuurformules kunnen opzoeken (Binas of Biodata) van:
- glucose
- sacharose
- zetmeel
- glycogeen
- ribose
- vorming van een polysacharide uit glucose:
- 2 glucose --> disacharide (bijvoorbeeld sacharose)
2 C6H12O6 --> C12H22O11 + 2 H2O- n glucose --> polysacharide (bijvoorbeeld zetmeel)
n C6H12O6 --> C6nH12nO6 n-1 + (n-1) H2OVoortgezette assimilatie Glucose wordt gemaakt bij de fotosynthese
- Glucose wordt voor een deel verbruikt bij de dissimilatie --> energie vrijmaken
- Glucose kan worden omgezet in:
- andere koolhydraten
- andere suikers
- zetmeel --> opslag in zetmeelkorrels
vooral in:
- zaden
in zaden kunnen ook eiwitten en vetten als reservevoedsel zitten- verdikte delen van stengels
- verdikte delen van wortels
- cellulose - voor de celwanden
- vetten - als bouwstof en als reserve (zaden)
- eiwitten (hiervoor zijn nitraten uit de bodem voor nodig)
- bouwstof
- enzymen
Transport in de plant
Welke stoffen
Transport gaat via de vaatbundels - zie ook bouw blad
transport omhoog
- water en zouten
- in vroege voorjaar ook organische stoffen voor uitlopen van knoppen
- door houtvaten
transport omlaag
- opgeloste organische stoffen (vooral sacharose)
- door bastvaten
Oorzaken transport
Transport in de stengel
transport omhoog ontstaat door:
- zuigkracht van de bladeren
- water verdampt via de huidmondjes
- osmotische waarde van de cellen van het blad neemt toe
- water wordt aangezogen uit de houtvaten
- worteldruk
- wortel neemt zouten op
(kost energie - actieve opname)- osmotische waarde neemt toe
- water wordt aangezogen uit de bodem
(kost geen energie - passieve opname - osmose)- capillaire werking
Transport de cel in en uit
passief transport
- kost geen energie
- diffusie
- kleine (ongeladen) moleculen
- O2 en CO2
- water (door osmose)
actief transport
- kost energie
- opname van zouten (mineralen) uit de bodem
cytoplasmastroming - transport in de cel
Gaswisseling
Blad
Opname en afgifte van CO2 en O2 via
- huidmondjes
- verder transport via intercellulaire holten
huidmondjes
- in opperhuid blad vooral aan de onderzijde (behalve bij drijvende waterplanten)
- twee sluitcellen rond opening
- bevatten bladgroenkorrels
- licht --> huidmondjes open
- CO2 opgenomen (voor fotosynthese)
- O2 afgegeven
- water verdampt (--> water aangezogen uit houtvaten)
- donker --> huidmondjes dicht
- veel verdamping (erg warm, erg droog e.d.) --> huidmondjes gaan ook overdag dicht
Plant heeft overdag CO2 nodig voor de fotosynthese (in de bladgroenkorrels) en O2 voor de dissimilatie (in de mitochondriën). In het donker is er alleen dissimilatie.
Zie grafiek fotosyntheseStevigheid
Turgor
Celwand en vacuole zorgen voor stevigheid van plantencellen - Turgor
- celinhoud heeft een hogere osmotische waarde dan de omgeving
- cel neemt water op
- vacuole wordt groter
- vacuole drukt tegen de celwand - deze rekt uit
- er ontstaat turgor
![]()