[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]
 

Samenvatting examenstof biologie VWO - tweede fase  

13. Assimilatie en dissimilatie

Stofwisseling

Assimilatie

Algemeen

Opbouwreacties

  • omzetten van kleine moleculen in grotere organische moleculen
  • energie voor nodig - endotherme reacties


Koolstofassimilatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Koolstofassimilatie

  • vorming van glucose uit koolstofdioxide en water (of een andere waterstofdonor)
  • energie wordt uiteindelijk vastgelegd in glucose

Fotosynthese

  • fotosynthese eenvoudig
    fotosynthese (model)

  • energie wordt geleverd door het zonlicht
  • zonlicht wordt opgevangen door chrorplasten (bladgroenkorrels)
  • nodig:
    • water uit de bodem
    • koolstofdioxide uit de lucht via de huidmondjes
      gaswisseling blad
  • gevormd:
    • glucose
    • zuurstof blijft over
  • reactievergelijking
    6CO2 + 12 H2O + E(nergie) --> C6H12O6 + 6H2O + 6O2
  • lichtreactie (animatie)
    • waterontleding m.b.v. zonne-energie
      • zuurstof gaat plant uit (behalve deel dat voor de dissimilatie gebruikt wordt)
      • waterstof wordt aan een co-enzym (NADP) gekoppeld --> NADPH2
    • vorming ATP
    • netto reactie
      12H2O + 12 NADP + Pi + E --> 12 NADPH2 + 6O2 + ATP
  • donkerreactie
    • vorming van glucose met behulp van producten uit de lichtreactie
      • CO2 wordt via de Calvincyclus gebruikt om glucose te vormen
      • ATP uit de lichtreactie wordt gebruikt
      • NADPH2 uit de lichtreactie levert de waterstof
    • netto reactie:
      6CO2 + 12 NADPH2 + ATP --> C6H12O+ 6H2O + ADP + Pi

    lichtreactie en donkerreactie

chemosynthese

  • energie afkomstig uit oxidatie van een anorganische stof
    • bij de oxidatie komt energie vrij (vastgelegd in ATP)
    • energie (ATP) wordt gebruikt om glucose te vormen
  • komt voor bij bepaalde autotrofe bacteriën
    • zwavelbacteriën
      • H2S wordt geoxideerd
        • H2S wordt omgezet in S + ATP
        • S wordt omgezet in SO42- + ATP
    • nitrificerende bacteriën
      • nitrietbacteriën
        • NH4- wordt omgezet in NO2- + ATP
      • niraatbacteriën
        • NO2- wordt omgezet in NO3- + ATP
Stikstofassimilatie

 

  • Alleen in autotrofe organismen
  • glucose wordt omgezet in organische stikstofverbinding
    • aminozuren
    • nucleotiden
  • nodig:
    • anorganische stikstofverbindingen uit de bodem
      • in ieder geval NO3- (nitraat)
      • soms ook SO42- (sulfaat)

Voortgezette assimilatie

 

  • bij alle organismen
  • omzetten van kleine organische moleculen in grotere
    • vorming van andere organische stoffen (vetten en andere koolhydraten) uit glucose
    • vorming van eiwitten uit aminozuren

Dissimilatie

Algemeen

Afbraakreacties

  • grote(re) organische moleculen worden afgebroken tot kleinere
  • energie komt vrij - exotherme reacties
    • energie wordt tijdelijk vastgelegd in ATP
      • ADP + P + E --> ATP
      • de meeste ATP wordt gevormd in de mitochondriën bij de eindoxidatie
    • deel van de energie komt vrij als warmte
  • ATP kan door andere celonderdelen gebruikt worden als energieleverancier
    ATP --> ADP + Pi + E(nergie)
    gebruikt voor:
    • assimilatie (synthese van stoffen)
    • beweging
    • actief transport

Aërobe dissimilatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

celademhaling

aërobe dissimilatie van glucose- Gebruik Binas of Biodata

  • verbranding met behulp van zuurstof
  • brandstof meestal glucose
  • levert veel ATP
  • reactievergelijking
    C6H12O6 + 6H2O + 6O2 --> 6CO2 + 12 H2O + E (38ATP)
  • verloop van het proces:
    • glycolyse
      • C6H12O6 --> 2 pyrodruivenzuur + 2 ATP + 2 NADH2
      • vindt plaats in het cytoplasma
    • citroenzuurcyclus
      citroenzuurcyclus animatie
      • vindt plaats in de mitochondriën
      • pyrodruivenzuur wordt via azijnzuur volledig afgebroken tot CO2 en HO2
      • vrijgekomen waterstof wordt gebonden aan NAD --> NADH2
        In totaal 10 NADH2
    • eindoxidatie (oxidatieve fosforylering)
      eindoxidatie membraan
      eindoxidatie model
      • H-atomen worden via elektronentransport overgedragen aan zuurstof
        12 NADH2 + 6O2 + 36ADP + 36 Pi --> 12 NAD + 12 H2O + 36 ATP

RQ = respiratoir Quotiënt

Dit niet leren. je moet er alleen mee kunnen werken.

RQ = hoeveelheid CO2 die vrijkomt gedeeld door de hoeveelheid O2 die nodig is (CO2/O2).

Door bij de gaswisseling opgenomen O2 en afgegeven CO2 te meten, kan de RQ van een organisme bepaald worden.

Behalve glucose kunnen ook vetten en eiwitten als brandstof voor de dissimilatie gebruikt worden.

  • de RQ-waarde is kenmerkend voor de gebruikte brandstof
    hoe lager de RQ - hoe hoger de energetische waarde van de brandstof
    • koolhydraten --> RQ = 1
    • vetten --> RQ = 0,9
    • eiwitten --> RQ = 0,7

Anaërobe dissimilatie

 

 

 

 

 

 

 

anaërobe dissimilatie - Gebruik Binas of Biodata

  • afbraak zonder zuurstof
  • glucose wordt onvolledig afgebroken
    • er blijft een energierijke stof over
      • ethanol
      • melkzuur
  • levert minder ATP dan aërobe afbraak:
    2 ATP per molecuul glucose

    alcoholgisting

  • bij gistcellen, bepaalde bacteriën, planten
  • CO2 en ethanol ontstaan
  • reactievergelijking
    C6H12O6 + 2 ADP + 2Pi --> 2CO2 + 2 C2H5OH (ethanol) + E (2 ATP)
  • verloop van het proces
    • glycolyse
    • omzetting van pyrodruivenzuur in ethanal
    • ethanal wordt omgezet in ethanol

    melkzuurgisting

  • bij bepaalde bacteriën en gewervelde dieren (in de spieren)
  • melkzuur blijft over
  • reactievergelijking
    C6H12O6 + 2 ADP + 2Pi --> 2 C3H6O3 (melkzuur) + E (2 ATP)
  • verloop van het proces
    • glycolyse
    • omzetting van pyrodruivenzuur in melkzuur

© scholte/marree 2004