[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

 

 Samenvatting examenstof biologie VWO - tweede fase

7. Ecologie: energie en materie (energiestromen)

Ecologie

Autotroof/heterotroof

 

 

autotrofe organismen

  • planten - energie uit licht (fotosynthese)
  • bepaalde bacteriën - energie uit omzetting van chemische stoffen (chemosynthese)
  • maken van anorganische stoffen (uit het abiotische milieu), organische stoffen

heterotrofe organismen

  • dieren
  • schimmels en meeste bacteriën
  • kunnen alleen van kleinere organische stoffen worden grotere organische stoffen maken
  • organische stoffen zijn afkomstig van andere organismen (biotisch milieu)

Energiestroom

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zon belangrijkste energiebron op aarde

  • zonne-energie wordt bij de fotosynthese vastgelegd in glucose (chemische energie)
    • door foto-autotrofe organismen
      (planten - producenten)
    • glucose wordt omgezet in andere organische stoffen

Netto- en bruto primaire productie

  • hoeveelheid geproduceerde organische stoffen wordt uitgedrukt in biomassa
    • bruto primaire productie
      totale door planten gevormde biomassa in een bepaalde tijdseenheid
    • niet alle geproduceerde biomassa wordt vastgelegd in organisme
      • deel gebruikt voor de dissimilatie
    • bruto primaire productie min de biomassa die plantten nodig hebben voor de dissimilatie is de netto-primaire productie
      • daarvan kan de plant groeien (groei = biomassa aanmaken)
      • wordt uitgedrukt in gram drooggewicht
    • netto-primaire productie komt beschikbaar voor de volgende schakel (volgende trofische niveau) in de voedselketen

Voedselpiramide

  • niet alle biomassa uit het eerste trofische niveau komt beschikbaar voor het volgende niveau
    • slechts deel van de biomassa wordt in het volgende niveau vastgelegd
      • bij iedere stap in de voedselketen gaat biomassa verloren
        • doordat niet alle organismen van het voorafgaande niveau worden gegeten
          of
        • niet alle delen van een organisme worden gegeten

        Van de opgenomen biomassa

        • wordt een deel gebruikt voor de dissimilatie
        • is een deel van wat gegeten wordt niet verteerbaar is en wordt uitgepoept

    • zo ontstaat een piramide van biomassa
      • een hoger niveau heeft altijd een lagere energetische waarde dan een volgend niveau --> minder biomassa
  • toename van biomassa wordt uitgedrukt in productiviteit

Voedselketen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

producenten (groene planten)

  • autotrofe organismen
  • omzetten van opgenomen anorganische stoffen in organische stoffen
    • fotosynthese
  • omzetten van glucose in stikstofhoudende organische stoffen (eiwitten)
    • stikstofassimilatie
  • omzetting van organische stoffen in andere organische stoffen
    • glucose --> andere koolhydraten en vetten

consumenten (dieren)

  • heterotrofe organismen
  • omzetten van opgenomen organische stoffen in andere organische stoffen
    • consumenten van de eerste orde: planteneters
      • leven van producenten
    • consumenten van de tweede orde: vleeseters
      • leven van consumenten van de eerste orde
    • consumenten van de derde orde: vleeseters
      • leven van consumenten van de tweede orde
  • alleseters behoren tot verschillende niveaus

reducenten (bacteriën en schimmels)

  • autotroof of heterotroof
  • breken dode organische resten of dode organismen af tot anorganische stoffen
  • anorganische stoffen komen weer ter beschikking van de producenten

voedselketen

  • voedselketen wordt als volgt weergegeven

    producent --> consument 1e orde --> consument 2e orde
    voorbeeld
    roos --> bladluis --> lieveheersbeestje --> koolmees --> sperwer
    (let op de richting van de pijl = richting van de energiestroom)

voedselweb

  • alle voedselketens in een bepaald gebied

Kringlopen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

gebruik Binas of Biodata

Koolstofkringloop

  • CO2 wordt vastgelegd in glucose
    • door producenten
  • glucose wordt omgezet in andere organische stoffen
    • zowel door producenten als consumenten
  • organische stoffen worden afgebroken tot anorganische stoffen
    • CO2 komt weer vrij
      • door producenten en consumenten bij de dissimilatie
      • door reducenten
        • bacteriën en schimmels
          • gisten
            • schimmels
            • zetten glucose om in ethanol
          • azijnzuurbacteriën
            • zetten ethanol om in o.a. azijnzuur

Stikstofkringloop

  • vastleggen van anorganische stikstofverbindingen in organische stikstofverbindingen
    • groene planten
      • nemen nitraten (NO3-) op uit de bodem
      • maken aminozuren --> eiwitten
    • stikstofbindende bacteriën
      • in wortelknolletjes van vlinderbloemigen
      • nemen stikstof uit de lucht (N2) op
        • maken aminozuren
        • maken voor planten bruikbare stikstofverbindingen (NO3-)
  • dieren
    • eten planten
    • breken eiwitten af tot aminozuren
    • maken van de aminozuren eigen eiwitten

  • reducenten
    • rottingsbacteriën breken dode organismen en resten van organismen af
      • ammoniak (NH3) ontstaat
      • lost op in water --> ammonium (NH4+)
    • ureumbacteriën
      • zetten ureum om in ammoniak --> ammonium
    • nitrificerende bacteriën
      • zijn autotroof
      • zijn aëroob
        • nitrietbacteriën
          • zetten ammonium om in nitriet (NO2-)
        • nitraatbacteriën
          • zetten nitriet om in nitraat (NO3-)

  • denitrificerende bacteriën
    • zetten nitraat uit de bodem om in N2 (-->lucht)
    • anaëroob

Verstoring van de kringlopen (zie ook Invloed mens)
door:

  • gebruik van fossiele brandstoffen --> meer CO2 in de atmosfeer (broeikaseffect)
  • gescheiden plaatsen van productie van voedsel en gebruik van voedsel

Invloed mens

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Invloed mens op ecosystemen

door toevoeging van elementen:

  • aanvoer van veevoer uit andere gebieden

    kan leiden tot:

    • overbemesting
      toevoegen van meer voedingsstoffen (via mest) dan door de planten kan worden opgenomen
      leidt tot:
      • eutrofiëring
        voedselrijker worden van bodem en oppervlaktewater
      • uitspoeling
      • zure regen
  • organische afval uit riool. Door reducenten worden daarvan zouten (fosfaten en nitraten) gemaakt.
    kan leiden tot:
    • waterbloei : toename algen --> er dringt minder licht door in het water --> minder fotosynthese door ondergedoken waterplanten --> er komt minder zuurstof in het water
    • zuurstof tekort in het water - door reducenten wordt veel zuurstof verbruikt bij de omzetting van organische stoffen --> vooral 's nachts weinig zuurstof --> waterdieren gaan dood

  • gebruik van fossiele brandstoffen --> meer CO2 in de atmosfeer (broeikaseffect)
    oplossing
    • gebruik duurzame energie
      • windenergie
      • zonne-energie
      • bio-brandstof
        bijvoorbeeld alcohol
        • geen extra CO2 in de atmosfeer

  • accumulatie van stoffen in voedselketens
    • ophoping van niet/slecht biologisch afbreekbare bestrijdingsmiddelen en zware metalen

door onttrekking van elementen:

  • uitroeiing van soorten
    • soorten verdwijnen o.a. doordat leefruimte verdwijnt
  • kaalkap (ontbossing) --> erosie --> overstromingen en woestijnvorming
  • verdroging - daling grondwaterpeil door
    • drinkwaterwinning
    • bewuste verlaging voor de landbouw

Ontstaan van plagen bij monocultures
monocultuur = groot gebied met één soort gewas
plaag = ongeremde voortplanting van bepaalde soort dieren

verklaring ontstaan plaag:

  • veel voedsel aanwezig voor bepaalde schadelijke soort
  • ontbreken van natuurlijke vijanden
  • er is (door eerdere bestrijding) resistente populatie ontstaan
    resistent tegen bepaalde bestrijdingsmiddelen

 

Vermindering afval

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Methoden ter vermindering van afval

  • zuivering vervuild afvalwater
    • bezinking
      • bezinksel moet nog worden verwerkt
    • biologische reiniging
      • door bacteriën en schimmels
  • zuiveren van uitlaatgassen (van stikstofoxiden en zwaveldioxide)
  • verwerking van niet verwerkbaar afval
    • bij wegen- en dijkenbouw

    huishoudelijk afval

  • minder wegwerpverpakkingen
  • statiegeld op flessen
  • gescheiden inleveren van afval
  • composteren GFK
  • recycling
  • verbranding van huisvuil

    mest

  • minder bio-industrie
  • injecteren van de mest
  • mesttransport naar gebieden met mesttekort
  • mestverwerking (biogas of mestkorrels)

© scholte/marree 2004