[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]

 

  Samenvatting examenstof biologie VWO - tweede fase

11. Gaswisseling

Gaswisseling

Bouw luchtwegen

en longen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inhoud animaties gaswisseling mens/ longen

Organen borstholte
Doorsnede hoofd

Bouw ademhalingsorganen - gebruik Binas of Biodata

  • slijmvlies
    • aan de binnenkant van de luchtwegen
    • cellen produceren slijm
      functie slijmvlies
      de ingeademde lucht wordt:
      • vochtig gemaakt
      • verwarmd
      • vrijgemaakt van stofdeeltjes en ziekteverwekkers
        • blijven plakken aan het slijm
  • trilhaarepitheel in neusholte en luchtpijp
    • slijmvlies met trilharen
      • trilharen vervoeren het slijm door beweging naar de keelholte

    Ademhalingsstelsel bestaat uit:

  • neusholte
  • keelholte
  • luchtpijp
    • open gehouden door kraakbeenringen
  • bronchiën
    • vertakkingen van de luchtpijp
  • longen
    • bronchiolen
      • kleinere vertakkingen van de luchtpijp
    • longblaasjes
      • zitten aan het uiteinde van de kleinste vertakkingen van de bronchiën
      • omringd door haarvaten
  • longvlies
    • zit om de longen heen
  • borstvlies
    • is vergroeid met de binnenwand van de borstkas en het middenrif
    • tussen longvlies en borstvlies zit een vloeistoflaagje
      • vloeistoflaagje houdt het longvlies tegen het borstvlies

Ventilatiebewegingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ademhalingsspieren

Inademing - kost energie

  • borstholte wordt groter
  • borstvlies en longvlies zitten aan elkaar gekleefd --> long volgt de beweging
    In- en uitademing
  • longinhoud wordt groter
  • er ontstaat onderdruk
  • lucht stroomt naar binnen

    borstholte wordt groter door:

  • middenrif naar beneden door spiersamentrekking van middenrifspieren --> buikademhaling
  • borstkas omhoog door samentrekking tussenribspieren --> borstademhaling

Uitademing - kost geen energie

  • borstholte wordt kleiner
  • long wordt kleiner
  • lucht in de long komt in kleinere ruimte --> overdruk
  • lucht stroomt naar buiten

    borstholte wordt kleiner door:

  • ontspannen spieren van middenrif --> middenrif omhoog gedrukt door buikorganen onder invloed van elasticiteit van de buikwand

    en
  • ontspannen tussenribspieren --> ribben zakken door zwaartekracht naar beneden

Diepe uitademing - wel energieverbruik

  • buikspieren trekken samen
  • binnenste tussenribspieren trekken samen --> trekken ribben naar beneden
    • gebeurt ook als lichaam onderste bovenhangt

Onderscheiden worden: borst- en buikademhaling

borstademhaling (ribademhaling)
hierbij zijn betrokken:
  • de buitenste tussenribspieren (bij een normale ademhaling)
    • trekken bij inademing samen --> ribben worden opgetild
    • ontspannen bij uitademing -> borstkas zakt omlaag (zwaartekracht)

    buikademhaling (middenrifademhaling)
    hierbij zijn betrokken:

  • spieren van het middenrif
    • trekken bij inademing samen --> middenrif omlaag getrokken
    • ontspannen bij uitademing --> middenrif wordt omhoog gedrukt door
      • organen in de buikholte


Ademvolume

 

 

 

 

 

 

Gebruik Binas of Biodata

totale capaciteit

  • hoeveelheid lucht die longen maximaal kunnen bevatten
  • vitale capaciteit + restvolume

vitale capaciteit

  • hoeveelheid lucht die maximaal uitgeademd kan worden na diepe inademing
  • gebruikt bij sportkeuring

restvolume (residulucht)

  • hoeveelheid lucht die na diepe uitademing nog in de long achterblijft

ademvolume

  • hoeveelheid lucht die per ademhaling ververst wordt

ademminuutvolume

  • hoeveelheid lucht die per minuut wordt ingeademd

dode ruimte

  • ruimte in de luchtwegen (luchtpijp, bronchiën e.d.)
  • speelt geen rol bij de gaswisseling
Diffusie

 

 

 

Gaswisseling:

  • uitwisseling van O2 en CO2 door diffusie
    wordt versneld door:
  • groot oppervlak van de longblaasjes --> groot diffusieoppervlak
  • dunne wand van de longblaasjes --> korte afstand tussen lucht in de longen en het bloed in de haarvaten --> kleine diffusieafstand
  • stroming van het bloed --> er wordt steeds nieuw O2 - arm en CO2 - rijk bloed aangevoerd
    --> groot concentratieverschil tussen lucht in de longen en het bloed in de haarvaten van de longen

Samenstelling uitgeademde lucht

Opname zuurstof

Regeling

 

 

 

 

 

Onbewust - door ademcentrum (onderdeel autonome zenuwstelsel) - in hersenstam

  • belangrijkste prikkel is CO2-gehalte van het bloed
    • waargenomen door zintuigjes (chemoreceptoren) in de bloedvaten
    • zintuigjes geven impulsen door aan ademcentrum
    • dan via orthosympatische (sneller) of parasympatische (langzamer) zenuw impulsen naar ademhalingsspieren
  • andere ademprikkel is een pH-daling van het bloed
    • wordt veroorzaakt doordat
      • CO2 oplost in het bloedplasma
      • CO2 + H2O <--> HCO3- <--> H+ + HCO3-
      • melkzuur geproduceerd wordt in de spieren
  • regeling via negatieve terugkoppeling
  • frequentie en diepte van de ventilatiebewegingen kan gevarieerd worden

Bewust - door grote hersenen

© scholte/marree 2004