[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]
Samenvatting examenstof biologie VWO - tweede fase 12. Opslag en uitscheiding
Opslag en uitscheiding
Nieren
Uitscheiding: verwijderen van overtollige stoffen en afvalstoffen uit het bloed
Bouw nieren (afbeelding) - gebruik Binas of Biodata
- nierschors
- buitenste deel van de nier
- hierin de kapsels van Bowman
- niermerg
- binnenste deel van de nier
- hierin de nierkanaaltjes met de lissen van Henle
- nierbekken
- trechtervormige ruimte
- de nierkanaaltjes komen hierin uit
- opvangen van de urine
- komt uit in de urineleider
- via urineleider gaat de urine naar de urineblaas
Bouw, functie en werking nieren (animatie)
- verwijderen van afvalstoffen
o.a. afbraakproducten van eiwitten
- ureum
- urinezuur
- handhaven van een constant inwendig milieu (homeostase)
constant houden van:
- osmotische waarde van het bloed
- bloeddruk
- pH van het bloed
door
- door meer of minder uitscheiden van water
- meer of minder uitscheiden van positieve of negatieve ionen
(Na+, K+, Cl-)
- vorming voorurine
- in haarvatensysteem (glomerulus)
- bloedplasma wordt uitgeperst door de bloeddruk = ultrafiltratie
- vloeistof (heet dan voorurine) wordt opgevangen in het kapsel van Bowman
- voorurine bevat water met alle opgeloste stoffen uit het bloedplasma
- voorurine bevat bij gezonde personen geen bloedcellen en geen grote eiwitmoleculen
- terugresorptie in het nierkanaaltje van nuttige stoffen
- glucose
- wordt voor een deel ook door de cellen van het nierkanaaltje verbruikt
- bij actieve terugresorptie
- mineralen/zouten die nodig zijn
- water
- hoeveelheid afhankelijk van de osmotische waarde van het bloed
- geregeld door hormoon (ADH)
- door terugresorptie van water is de concentratie van afvalstoffen (o.a. ureum) in urine veel groter dan in voorurine
Andere uitscheidingsorganen
- longen - uitscheiding van CO2
- lever - uitscheiding van gal
lever (+alvleesklier)
Gebruik Binas of Biodata
Overzicht werking lever
- Naar de lever toe
- leverslagader
- zuurstofrijk
- poortader - loopt van darmen naar lever
- zuurstofarm
- wisselend glucose-gehalte (afhankelijk van aanvoer uit voedsel)
- Van de lever af
- leverader
- zuurstofarm
- constant glucose-gehalte (binnen nauwe grenzen)
Functies lever
- handhaving glucose-gehalte van het bloed
onder invloed van insuline
- opname van teveel aan glucose uit de poortader
- omzetting van glucose in glycogeen
- opslag glycogeen
onder invloed van glucagon en/of adrenaline
- omzetting van glycogeen in glucose
- afgifte van glucose aan het bloed
- vorming van glucose (gluconeogenese) uit:
- andere monosachariden
- aminozuren
- melkzuur
- glycerol
- afbraak van oude rode bloedcellen
- bilirubine ontstaat --> gal
- afbraak van overtollige cholesterol
- galzure zouten ontstaan --> gal
- spelen rol bij de spijsvertering
- emulgeren vetten
- gal bevat ook cholesterol
- wat niet afgebroken is tot galzure zouten
- gal wordt opgeslagen in de galblaas
- galblaas mondt uit in de twaalfvingerige darm
- afbraak van overtollige aminozuren (desaminering)
- vorming van ureum uit ammoniak die vrijkomt bij de afbraak
- ureum wordt aan het bloed afgegeven
- verwijderd door de nieren
- vorming stollingseiwitten
- fibrinogeen
- protrombine
- vorming van niet-essentiële aminozuren uit andere aminozuren (transaminering)
- afbraak giftige stoffen: geneesmiddelen, alcohol en drugs (detoxificatie)
Verband lever - alvleesklier
Alvleesklier (eilandjes van Langerhans)
Eilandjes van Langerhans maken:
- insuline (hormoon)
- zet lever aan tot omzetten van glucose in glycogeen
- wordt gevormd als glucose-gehalte van het bloed te hoog is
- glucagon (hormoon)
- zet lever aan tot het omzetten van glycogeen in glucose
- wordt gevormd als glucose-gehalte van het bloed te laag is
![]()