[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]
Samenvatting examenstof biologie VWO - tweede fase 9. Voeding en spijvertering
Spijsvertering
Organen en vertering
Organen van de mens (gebruik Binas of Biodata)
Oplosbaar maken voedsel
- grote organische moleculen ---> kleine organische moleculen
- gebeurt met behulp van enzymen (uit spijsverteringsklieren:
- speekselklieren - zetmeelvertering
- maagsapkliertjes - eiwitvertering
- alvleesklier
- darmsapkliertjes (dunne darm)
- geschikt maken van de voedingsstoffen om geresorbeerd (opgenomen) te kunnen worden
Namen spijsverteringsorganen en
namen en werking van enzymen - gebruik Binas of BiodataFuncties onderdelen
- mondholte
- speeksel toegevoegd uit speekselklier
- bevat enzym amylase --> vertering zetmeel tot maltose
- maakt voeding vochtig en glad
- kauwen voedsel - mechanische vertering
- maag
- maagsap toegevoegd uit kliertjes in de wand
- bevat enzym pepsine --> vertering eiwitten tot polypeptiden
- bevat zoutzuur (lage pH)
- doodt bacteriën
- maakt pepsine actief
- twaalfvingerige darm
- alvleessap (uit alvleesklier) toegevoegd
- bevat verschillende enzymen
- amylase: zetmeel --> maltose
- eiwitvertering: polypeptiden --> di- en tripeptiden
- llipase : vetten --> glycerol en vetzuren
- neutraliseert zure maagsap (met NaHCO3)
- gal uit de galblaas toegevoegd
- Gal wordt gemaakt in de lever
- Gal speelt een rol bij de vetvertering - emulgeert vetten zodat de enzymen er beter op in kunnen werken - bevat zelf geen enzym
- dunne darm
- darmsap toegevoegd uit kliertjes in de wand
- bevat verschillende enzymen
- disacharasen: disachariden --> monosachariden
- eiwitvertering: di- en tripeptiden --> aminozuren
- verteerde voedingsstoffen worden in het bloed opgenomen (=resorptie)
- groot oppervlak door plooien, darmvlokken en microvilli
- voedingsstoffen komen terecht in
- de haarvaten
- komen uit in de poortader
- de lymfe - de grotere vetzuurmoleculen en glycerol
- dikke darm
- bevat bacteriën (darmflora)
- leven van de onverteerbare voedselresten
- maken o.a. vitamine K (nodig voor de bloedstolling)
- water wordt opgenomen --> indikken van de onverteerbare voedselresten
- endeldarm
- tijdelijke opslag van ontlasting (via anus verwijderd)
Taken verteringskanaal
- voedsel mechanisch bewerkt en verteerd
- kauwen
- darmbewegingen (peristaltische bewegingen)
- onverteerbare stoffen verwijderd (poep)
- afvalstoffen (gal) verwijderd
- voedingsstoffen opgenomen (geresorbeerd) in het bloed met name:
- aminozuren
- monosachariden
- korte-keten-vetten
- vetzuren
- glycerol
- nucleotiden
- mineralen (zouten)
- vitamines
- water
- ook genotmiddelen, geneesmiddelen en gifstoffen kunnen geresorbeerd worden
Voedingsstoffen
Voedingsstoffen
Organische stoffen:
- koolhydraten (zetmeel en suikers)
- brandstof (energie vrijmaken)
- tijdelijke opslag (glycogeen) in lever en spieren
- vetten
vet (gedetailleerd)
- opbouw cellen en als reservebrandstof
- eiwitten
- opbouw cellen
- enzymen
- vitamines
- co-enzym
- ballaststoffen (vezels)
- bevordering darmperistaltiek
Anorganische stoffen
- water
- zouten (mineralen)
- bouwstoffen
voorbeelden:
- Ca2+ --> botten, gebit, bloedstolling
- Fe2+ --> hemoglobine
- fosfaat --> opbouw DNA, RNA, botten gebit
- I- --> schildklierhormoon
- rol bij membraanpotentiaal (zenuwstelsel)
- Na+, K+, Cl-
Gezonde voeding
bevat:
- aminozuren - ontstaan uit vertering van eiwitten
- essentiële aminozuren - kunnen niet door het lichaam worden gemaakt uit andere aminozuren
- moeten beslist in voedsel zitten
- niet-essentiële aminozuren - kunnen in de lever uit andere aminozuren worden gemaakt
- vetten
- vetzuren en glycerol - ontstaan uit vertering van vetten
- weinig verzadigde vetzuren - in dierlijk vet (dragen bij aan vorming cholesterol)
- onverzadigde vetzuren - in plantaardig voedsel (verminderen cholesterol)
- essentiële vetzuren - kunnen niet in het lichaam gemaakt worden
moeten beslist in voedsel zitten
- niet essentiële vetzuren kunnen in de lever uit andere gevormd worden
- water
- vitamines
- mineralen (zouten)
- glucose - ontstaan uit vertering grotere koolhydraten
- vezels voor de darmperistaltiek
Genotmiddelen
Gezondheidsrisico
- verslaving - geestelijke en lichamelijke afhankelijkheid
- nicotine
- alcohol
- hard drugs en in mindere mate soft drugs
- gewenning - steeds minder gevoelig worden voor het middel
- roken en alcohol
- drugs
- bepaalde geneesmiddelen
- weefselbeschadiging
- afsterven levercellen en hersencellen door overmatig alcoholgebruik
- longkanker
Voeding en ziekten
Leefstijl en milieufactoren die kans op ziekten verhogen
- hart-en vaatziekten
door
- overmatige consumptie van dierlijke vetten
- weinig beweging
- overgewicht
- kanker
door:
- carcinogene (=kankerverwekkende) stoffen - kunnen mutaties veroorzaken
- mutageniteit = mate waarin een stof mutaties kan veroorzaken
- carcinogeniteit = mate waarin een stof kanker kan veroorzaken
- straling - o.a. radioactiviteit
- erfelijkheid
- kan worden geactiveerd door milieuomstandigheden
- allergieën
door:
- aanraking met bepaalde metalen
- bepaalde bestanddelen van het voedsel
(bijv. melk, gluten, kleurstoffen)
- voedselinfecties
door:
- slechte hygiëne
- te lang bewaren van voedsel
- te warm bewaren van voedsel
- Cara - chronische aandoening aan de luchtwegen
door:
- klimaat (vocht, kou
- luchtvervuiling
Wat betreft het gebruik van giftige stoffen zijn voor de volksgezondheid wettelijke normen vastgesteld
- ADI-waarde (acceptable daily intake)
- geeft de maximale concentratie aan die iemand dagelijks met zijn voedsel binnen mag krijgen
- Mac-waarde
- geeft de maximale concentratie aan waaraan iemand tijdens zijn werk bloot mag staan
Voedselproductie
Ecologisch
- geen kunstmest, alleen dierlijke mest
- geen overbemesting
- geen/weinig gebruik bestrijdingsmiddelen maar inzetten van natuurlijke vijanden
Niet-ecologisch
- gebruik bestrijdingsmiddelen
- gebruik kunstmest
Biotechnologisch
met behulp van
- gisten
- bier en wijn
- brood
- bacteriën
- zuurkool
- yoghurt
- transgene organismen
- met ingebouwde resistentie tegen
- schimmels
- insectenvraat
- bepaalde bestrijdingsmiddelen
- met zetmeelvariant --> meer geschikt voor verwerking door de voedselindustrie
Voedselbederf
Voedselbederf
veroorzaakt door
- bacteriën en schimmels (micro-organismen)
- breken voedsel af
- er ontstaan onsmakelijke en soms ook ziekteverwekkende afvalstoffen
- bacteriën en schimmels zelf kunnen ook ziekten veroorzaken
- groeisnelheid
- versneld door
- warmte --> snellere voortplanting
- vertraagd door
- lage temperatuur
- zeer hoge temperatuur
- denaturatie van eiwitten --> geen enzym activiteit
- veel bacteriën en schimmels gaan dood
- lage pH
voorkomen door
- goede hygiëne
- conserveren van voedsel
- conserveringsmiddelen
- verhitten (pasteuriseren en steriliseren)
- drogen
- stoffen toevoegen:
- suiker
- zout
- zuur
- luchtdicht verpakken
- invriezen
- doorstralen
- goede controles
- goede bewaarmethodes (droog, koel, afgesloten)
![]()