[home]
[inhoud site][Inhoud bovenbouw][practicum][links]
Samenvatting examenstof biologie VWO - tweede fase 1. Ecologie: structuren van ecosystemen
Ecologie
Ecosystemen
Ecosysteem
natuurlijk begrenst gebied met
- bepaalde biotische en abiotische factoren
- te herkennen aan min of meer vaste samenstelling van planten en dieren (= levensgemeenschap)
voorbeelden in Nederland:
- duinen
- naaldbos
- heideveld
- sloot
- waddengebied
voorbeelden in de wereld:
- toendra
- tropisch regenwoud
- woestijn
Levensgemeenschap (alle organismen in een ecosysteem)
bestaat uit
verschillende populatiesgroep individuen van één soort die zich onderling kunnen voortplanteniedere soort heeft
- een specifieke functie van de soort in het ecosysteem
ecologische nis (niche)- een bepaalde leefplek in het ecosysteem
habitatde verschillende soorten vormen een voedselweb
bestaat uit:
voedselketensFactoren
Abiotische factoren
voorbeelden van abiotische factoren:
- licht
energie voor de fotosynthese- temperatuur
invloed op eiwitten (enzymwerking)- lucht
- CO2-gehalte (voor de fotosynthese)
- O2 (voor dissimilatie)
- wind
- vochtigheid
- water
- bodem
- grondsoort (klei, zand e.d.)
- humus
- zuurgraad
- vochtigheid
Biotische factoren
- planten
- dieren
- schimmels en bacteriën
Tolerantiegrenzen - tolerantiegebied
- Iedere soort heeft voor een abiotische factor zijn kenmerkende tolerantiegebied.
- bepalen het verspreidingsgebied (= gebied waar soort voorkomt)
- per abiotische factor optimumkromme met:
- minimum waarde
- optimum waarde
- maximumwaarde
- Beperkende factor
de abiotische factor die het verst van de optimumwaarde ligtMicroklimaat ( = klimaat op de plaats van het organisme)
- binnen ecosysteem kunnen de abiotische factoren verschillen
vooral door:
aanwezigheid of afwezigheid van plantengroei (= biotische factor)Relaties Tussen individuen van één soort (binnen een populatie):
- competitie (concurrentie) om:
- gebied (ruimte - territorium)
- voedsel
- voortplantingsrelatie (voortbestaan van de soort)
Tussen soorten:
- competitie
- predatie
doden van dieren voor voedsel- symbiose:
- mutualisme
beide voordeel- commensalisme
de een voordeel, de ander geen nadeel- parasitisme
de een voordeel, de ander nadeel![]()